De jongste prognoses van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bevestigen wat iedereen aanvoelt: het blijft kwakkelen. Na de scherpste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog sleept het herstel zich amechtig voort. Het gevaar van een double dip blijft reëel. De particulier aarzelt als consument en als investeerder/bouwer, ondernemingen gaan uiterst behoedzaam met hun middelen om en de overheden tasten voor een groot stuk in het duister.
...

De jongste prognoses van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bevestigen wat iedereen aanvoelt: het blijft kwakkelen. Na de scherpste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog sleept het herstel zich amechtig voort. Het gevaar van een double dip blijft reëel. De particulier aarzelt als consument en als investeerder/bouwer, ondernemingen gaan uiterst behoedzaam met hun middelen om en de overheden tasten voor een groot stuk in het duister. Die verlammende onzekerheid komt uiteraard niet zomaar uit de lucht vallen. Ze heeft in de eerste plaats te maken met een aantal fundamentele onevenwichten in het financieel-economische bestel. Het eerste van die fundamentele onevenwichten is het monetaire beleid. De belangrijkste centrale banken houden superlage rentevoeten aan. Met de Fed, de Amerikaanse centrale bank, op kop gingen de belangrijkste centrale banken ook over tot de kwantitatieve versoepeling, het gebruik van hun balanstotaal als element van monetaire sturing. De Fed waakt nu over een balanstotaal dat ruim drie keer zo groot is als voor de financiële crisis. Met dit beleid van kwantitatieve versoepeling proberen de centrale banken de langetermijnrentevoeten laag te houden, bepaalde financiële deelmarkten open te houden en de prijzen van activa als het Amerikaanse vastgoed te ondersteunen. Deze interventies kunnen niet blijvend duren. De normale prijsvorming wordt te veel verstoord en in de markten ontstaan perverse verwachtingen over het monetaire beleid. Er moeten duidelijke signalen komen over het hoe en wanneer van de back to normalstrategie. Een helse karwei, maar er is geen echt alternatief. Een tweede fundamenteel onevenwicht gaat over de evolutie van de overheidsschuld in de rijke landen. In de loop van dit jaar ging de schuldratio (overheidsschuld als procent van het bbp) door de grens van de 100 procent, een situatie die zich in vredestijd nog nooit voordeed. Niet alleen moeten overheden met concrete plannen komen om de jaarlijkse tekorten weg te werken, ze moeten ook voor ogen houden dat ze een groeivriendelijke omgeving moeten creëren. Zeker in Europa is een heraantrekking van de economische groei absoluut noodzakelijk om tot een structurele sanering van de publieke financiën te kunnen komen. Een derde fundamenteel onevenwicht is te vinden in de bancaire sector. Het IMF schat dat de banken nog ruim 400 miljard dollar afschrijvingen te doen hebben. De stresstests in de VS en Europa geven slechts zeer partieel te zien waar die verliezen zitten. De onderlinge argwaan op de geld- en kapitaalmarkten blijft groot. Bovendien ontstond er naar aanleiding van het acute crisisbeleid een paradoxale situatie. De crisis werd in belangrijke mate veroorzaakt, en zeker wijd uitgedragen, door de grote, voor het systeem belangrijke banken die de overheden onmogelijk failliet konden laten gaan. Het resultaat van het crisisbeleid is dat er minder grootbanken zijn, maar dat de overblijvers nog groter werden. De Amerikaanse en Europese autoriteiten hebben het too big to failsyndroom nog dreigender gemaakt. De waarschijnlijkheid van nieuwe, peperdure interventies om zulke mastodonten in crises overeind te houden, nam toe. Een vierde fundamenteel onevenwicht is het dreigende handelsprotectionisme dat nauw samenhangt met de structurele onevenwichten op de lopende rekening van de betalingsbalansen van een aantal landen. Het deficitland is de VS, de structurele overschotlanden zijn China, Japan en Duitsland. De recessie heeft de scherpe kantjes van de externe deficits en de surplussen wat weggeboetseerd, maar het blijft zeer de vraag of de minder onevenwichtige situatie ook structureel is. Keiharde, openlijke handelsoorlogen bleven tot nu toe achterwege, maar het gevoel leeft dat er niet veel nodig is om de boel in gang te schieten. Elk van deze onevenwichten vormt op zich een enorme beleidsuitdaging. Al deze onevenwichten tegelijk op een degelijke manier aanpakken, is een haast bovenmenselijke opdracht. En toch moeten we aan de slag. Johan Van Overtveldt - Algemeen directeur van het ondernemersplatform VKWDe verlammende onzekerheid heeft in de eerste plaats te maken met fundamentele onevenwichten in het financieel-economische bestel.