Steve Coll, Private Empire: ExxonMobil and American Power, Allen Lane, 2012, 685 blz, 30 euro
...

Steve Coll, Private Empire: ExxonMobil and American Power, Allen Lane, 2012, 685 blz, 30 euro Een paar jaar geleden gaf de Amerikaanse president, Barack Obama, de volgende waarschuwing mee aan Rex Tillerson, CEO van oliegigant ExxonMobil: "Sluit in Irak alstublieft geen aparte oliedeals af met de Koerden. Dat zal de etnische spanningen in het land alleen doen toenemen." ExxonMobils topman trok zich niets aan van die waarschuwingen. Zijn antwoord aan Obama: "Ik doe wat goed is voor mijn aandeelhouders." Daarmee zat Tillerson op dezelfde lijn als zijn voorganger, Lee Raymond. Die bleef maar herhalen dat ExxonMobil "geen Amerikaans bedrijf is. Ik neem geen beslissingen op basis van wat goed is voor mijn land." Die twee citaten uit Private Empire. ExxonMobil and American Power tonen aan dat het een mythe is dat de oliegiganten louter een verlengstuk van het Witte Huis zouden zijn. Akkoord, Lee 'Iron Ass' Raymond, tot 2005 CEO van ExxonMobil was jarenlang een boezemvriend van de Amerikaanse vicepresident Dick Cheney, is rechts en staat kritisch tegenover zij die waarschuwen voor de opwarming van de aarde. Maar wie het boek van Steve Coll doorneemt, kan enkel besluiten dat ExxonMobil bijna uitsluitend geïnteresseerd is in winst maken. En als dat betekent dat het op de internationale scene cavalier seul moet spelen, dan is het maar zo. In zekere zin is de oliegigant een soort van privé-imperium geworden dat op een aantal plaatsen in de wereld een zogoed als almachtige positie inneemt. De sterkte van ExxonMobil is het principe dat de top van het bedrijf al jaren hanteert: constant op zoek gaan naar nieuwe olievelden om aan de vraag te kunnen beantwoorden. En dat is niet gemakkelijk. Het gros van de oliereserves is in handen van staatsbedrijven, zoals in Iran en Venezuela. ExxonMobil moet elders op zoek gaan naar het zwarte goud. Daarom sluit het contracten in minder voor de hand liggende landen zoals Nigeria, Indonesië of Tsjaad. En jawel, dat betekent dat het zoete broodjes moet bakken met lokale dictators. Zo stelt Coll dat de oliegigant in Atjeh, het deel van Indonesië dat rijk is aan grondstoffen maar ook een sterke separatistische beweging kent, aan het eind van de jaren negentig een nationaal leger heeft gesteund dat de lokale bevolking vervolgde. Maar ExxonMobil doet zoiets dus uit eigenbelang, niet omdat het zou stroken met de geopolitieke visie van de VS. Exxon-CEO Raymond heeft overigens ook een cruciale rol gespeeld in de ondergang van de Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky. Laatstgenoemde wou een minderheid van zijn bedrijf Yukos verkopen aan ExxonMobil. Maar Raymond wou ook de zekerheid dat hij op termijn heel Yukos zou kunnen binnenhalen. Na een ontmoeting van Raymond en de Russische president Vladimir Poetin in de VS was het voor Poetin duidelijk geworden dat Khodorkovsky een Russisch kroonjuweel aan het verpatsen was. Een paar weken later werd de oligarch gearresteerd. Wie de politieke invloed van ExxonMobil optelt bij de financiële macht van het bedrijf, kan niet anders dan concluderen dat een oliegigant invloedrijker is dan vele nationale staten. Bij de fusie van Exxon en Mobil in 1999 maakte Raymond bekend dat het bedrijf 36 miljard dollar winst gemaakt had. Dat was toen het hoogste bedrag ooit voor een onderneming. ExxonMobil trekt zich ook niets aan van zijn imago. De olieramp met de tanker Exxon Valdez in 1989 is voor de top van het bedrijf amper nog een slechte herinnering. ALAIN MOUTON