Luc Soete
...

Luc SoeteDe Europese voorjaarstop van vorige week heeft eindelijk weer eens het debat op gang gebracht over de vraag hoe Europa dit decennium zijn economische welvaart kan versterken. Ik had bijna geschreven, kan behouden. De discussie over Europa's groei op lange termijn was de afgelopen jaren met de eurocrisis min of meer van het beleidstoneel verdwenen. Benieuwd wie van hen zich nog de smart, sustainable en inclusive groeistrategie van het Europa2020 van José Manuel Barroso herinnert. Ongetwijfeld Herman Van Rompuy, voor wie het versterken van Europa's duurzame groei op lange termijn dé prioriteit was toen hij twee jaar geleden als voorzitter van de Europese Raad aantrad. Veel bedenktijd heeft hij er nog niet voor gehad. De begrotingsproblematiek over de euro heeft zowat al zijn aandacht opgeslorpt. En toegegeven, daarbij kwam de Belgische diplomatieke ervaring natuurlijk goed van pas, zeker in het realiseren van de Duits-Franse pas de deux die toch min of meer aan de basis lag van het sixpackbegrotingsakkoord van vorig jaar. De zes Europese wetten over het financieel en economisch toezicht op EU-lidstaten waarvan Hongarije vorige week, als niet-euroland, als eerste mocht proeven. Nu moet Van Rompuy overtuigen op basis van eigen economische inzichten. En Europa's groeistrategie stelt op dit ogenblik enkele fundamentele keuzes. Niet verwonderlijk werd een eerste keuzesalvo gegeven door regeringsleiders die zich enigszins uitgesloten voelden in de discussies over het begrotingspact. De brief van twaalf Europese regeringsleiders, onder leiding van David Cameron en Mark Rutte, vormt als het ware de liberale visie over Europese groei. Centraal thema is minder regelgeving, met onder meer versnelde invoering van de interne markt voor diensten inclusief digitale diensten, liberalisering van de energiesector, mobiliteit op de arbeidsmarkt, ruimte voor innovatie en ondernemerschap en economische integratie in de breedte met onder meer de VS. Afgezien van een enkele referentie naar green growth zijn de woorden smart, sustainable of inclusive in de brief niet te vinden. De vraag wat precies het Europese groei-effect van al deze maatregelen is, blijft open, evenals de vraag hoe verdere liberalisering bijdraagt aan groeiconvergentie eerder dan groeidivergentie in de eurozone. Van die eurolanden tekenden enkel de premiers van Estland, Finland, Ierland, Italië, Nederland, Slovakije en Spanje het manifest. Van een alternatief ter linkerzijde horen we niks. De enige inspiratie lijkt uit de VS te komen. En dat is jammer, want hoe binnen een monetaire unie sociale cohesie en solidariteit tot stand brengen vanuit bijvoorbeeld het perspectief van betere kansen op werk voor jongeren of vanuit het perspectief van groei in de Europese periferie binnen het kader van begrotingsconsolidatie, blijft de centrale vraag voor Europa. De vraag die vanuit de linkerzijde ongetwijfeld gesteld moet worden is naar de rol van de overheid in dit proces. De rol van vadertje Staat in economische groei. Is die beperkt, zoals in de brief van Cameron, tot het 'fixen' van marktfalen? Of moet de overheid zich ook bezighouden met het creëren van nieuwe, risicovolle markten? Heel wat van de meest dynamische markten zouden nooit ontwikkeld zijn zonder een actieve overheid. Meer nog, zoals Mariana Mazzucato in een recent pamflet over de entrepreneurial state argumenteert, leeft het grootste deel van onze private innovatieve bedrijven in feite op de rug van een overheid die de initiële risico's van onderzoek en innovatie dekte, maar daar nooit enige financiële return voor terugvroeg. Centrale vraag is of in de crisis van langdurige fiscale consolidatie binnen Europa dit nog een gepaste strategie is. Het is hoe dan ook niet de strategie die opkomende landen als China of Brazilië volgen waar de overheid zich een actievere rol aanmeet. Toch wel jammer dat dit soort ideeën niet aan bod kwam. Maar misschien leest Herman deze rubriek nog wel. De auteur is professor economie aan de Universiteit Maastricht.Heel wat van de meest dynamische markten zouden nooit ontwikkeld zijn zonder een actieve overheid.