De ontstaansgeschiedenis van België wordt over het algemeen zo uitgelegd: de Belgen waren de Hollandse bezetters beu en hebben ze in 1830 na wat gevechten in het Warandepark buitengegooid. Leopold I werd koning. Er waren voorstanders van een hereniging met Nederland, maar die groep van zogenaamde orangisten was verwaarloosbaar klein.
...

De ontstaansgeschiedenis van België wordt over het algemeen zo uitgelegd: de Belgen waren de Hollandse bezetters beu en hebben ze in 1830 na wat gevechten in het Warandepark buitengegooid. Leopold I werd koning. Er waren voorstanders van een hereniging met Nederland, maar die groep van zogenaamde orangisten was verwaarloosbaar klein. Het Verloren Koninkrijk van historica Els Witte brengt een ander verhaal. De orangistische beweging was veel groter dan tot nog toe gedacht. De orangisten waren terug te vinden bij de adel, de topadministratie, de regering, het leger en het bedrijfsleven. Het ging niet om Nederlanders die in België woonden maar om 'autochtone Zuid-Nederlanders'. Ze bleven zich jarenlang verzetten tegen de Belgische afscheiding van het noorden. Ze beschouwden die als een illegitieme revolutie. Het orangisme was een wijdvertakt netwerk dat kon rekenen op steun van ballingen in Den Haag, Aken, Rijsel en Parijs. Veel Nederlandsgezinden hadden na de Belgische opstand het hazenpad gekozen, want in België werden orangistische woningen en bezittingen tussen 1830 en 1834 geteisterd door plunderingen en verwoestingen. Met de steun van de Nederlandse koning Willem I en zijn zoon en opvolger Willem II ondernamen de orangisten verschillende pogingen tot staatsgreep, zonder succes. Els Witte legt uit dat België tal van orangistische centra telde: Gent, Antwerpen, Brussel, maar ook Verviers, Bergen en Luik. De staalondernemer John Cockerill was jarenlang een overtuigd orangist. Het bedrijfsleven wou het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden behouden omdat de afzetmarkten die de Nederlandse kolonies vormden van levensbelang waren. De orangisten benadrukten dat België er economisch beter aan toe was onder Willem I dan onder Leopold I. De heimwee naar het Huis van Oranje-Nassau was groot. Willem I wou zich aanvankelijk niet bij de splitsing neerleggen. Hij was in de periode tussen 1830 en 1839 nog hoofdaandeelhouder van de door hem opgerichte Société Générale (Generale Maatschappij) en wou zijn belang niet verkopen. Dat deed hij pas nadat hij in 1839 de splitsing van het Verenigd Koninkrijk had aanvaard. Het Verloren Koninkrijk leert dat het orangisme niet verdween na 1839. Een paar jaar later vond nog een poging tot een orangistische staatsgreep plaats. Een harde kern van Oranjegezinden hoopte dat de liberale opstanden van 1848 een kans waren om Leopold I af te zetten en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden te herstellen, maar dat bleek een illusie. In 1850 was het afgelopen met het orangisme. Veel kopstukken van de beweging hadden ondertussen een groot deel van hun vermogen verloren, zoals de Brusselaar Pierre van Gobbelschroy, de ex-minister van Binnenlandse Zaken van Willem I. Hij pleegde in 1850 totaal verarmd zelfmoord. Anderen, zoals Cockerill, hadden tijdig eieren voor hun geld gekozen en verzoenden zich met België. Els Witte, Het Verloren Koninkrijk. Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie, Bezige Bij, 2014, 685 blz., 39,99 euroALAIN MOUTON