Vrij kapitaalverkeer is dé hefboom om het zuiden op te tillen (zie blz. 26). Wie dat niet aanvaardt, brengt zwaar ongerief voor de Derde Wereld. "Een zeer spijtige zaak," oordeelt Tony Vandeputte, gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen vandaag. "De nieuwe ngo-beweging en Frankrijk kelderden enkele jaren geleden een beloftevol internationaal verdrag. Wat toen in de steigers stond, was precies waar in Monterrey opnieuw over gediscussieerd zal worden."
...

Vrij kapitaalverkeer is dé hefboom om het zuiden op te tillen (zie blz. 26). Wie dat niet aanvaardt, brengt zwaar ongerief voor de Derde Wereld. "Een zeer spijtige zaak," oordeelt Tony Vandeputte, gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen vandaag. "De nieuwe ngo-beweging en Frankrijk kelderden enkele jaren geleden een beloftevol internationaal verdrag. Wat toen in de steigers stond, was precies waar in Monterrey opnieuw over gediscussieerd zal worden." In Monterrey pleiten 11.11.11 en Broederlijk Delen voor socialiserende interventies in de Derde Wereld. Hun bekende evangelie. Maar tussen 1995 en 1998 werden de gesprekken over een handvest voor directe investeringen, het Multilateral Agreement on Investment ( MAI), geschreven door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso), weggehoond door de niet-gouvernementele organisaties, hierbij links-modieus bijgesprongen door de Franse regering. De MAI zou een enorme stap voorwaarts naar een vrijere beweging van investeringskapitaal zijn geweest en de bestaande vrijblijvende richtlijnen hebben vervangen. De MAI diende een internationaal verdrag te zijn, ondertekend door de nationale overheden. De Oeso werkt al veertig jaar aan de sloping van ontwikkelingsbarrières. Zij voert daarbij vrij kapitaalverkeer en privatisering in het vaandel. Tussen 1986 en 1996 verhoogde de wereldproductie met 40%, het handelsvolume verdubbelde in dezelfde periode en de directe investeringen verhoogden vierenhalf maal, aldus een Unctad-rapport uit 1997. De anti's noemden de MAI een vrijbrief om de multinationale reuzen te versterken en een globalisering van neo-liberale snit te bestendigen. De multinationals waren al te machtig, aldus de critici, en ondermijnden de soevereiniteit van de zuiderse landen. De cijfers over deze dominantie zijn statistische nonsens: de omzet van ondernemingen wordt vergeleken met het bruto binnenlands product (BBP), samengesteld uit de toegevoegde waarde in een economie (omzet min de waarde van aangekochte goederen en diensten). Als de omzet van Coca-Cola bijvoorbeeld viermaal groter zou zijn dan het BBP van Uruguay, dan is Coca-Cola niet machtiger dan Uruguay. Zelfs de grootste multinational heft geen belastingen, roept niemand onder de wapens, beoordeelt nooit burgers voor een rechtbank en vaardigt nergens wetten uit. De torpedering van de MAI was een wapenfeit van de neo-ngo's. In 1998, het overlijdensjaar van de MAI, waren er in meer dan de helft van de Oeso-landen, en in de ontwikkelingslanden, anti-MAI-campagnes. De onverwachtse oorlog van de ngo's tegen de MAI beïnvloedde de landenleden van de Oeso. Frankrijk, haantje-de-voorste bij het bestrijden van het multinationalisme, maakte na aanvankelijke instemming met de MAI rechtsomkeer. Premier Lionel Jospin verklaarde dat de MAI ontoelaatbare inmenging in de soevereiniteit van landen betekende. Het zwakke front van de voorstanders hield geen stand. F.C.