Welgeteld één pagina. Dat is dat aandacht die formateur Guy Verhofstadt (VLD) aan het vergrijzingsprobleem besteedt in zijn nota die als basis dient voor een volgende regeerakkoord. Bitter weinig als we het vergelijken met wat er in andere Europese landen gebeurt. In Frankrijk en Oostenrijk deinzen de regeringen er niet voor terug om de pensioenen radicaal aan te pakken in een poging de betaalbaarheid ervan voor de volgende generaties te garanderen. Ook al krijgen ze dan een groot deel van de bevolking tegen zich.
...

Welgeteld één pagina. Dat is dat aandacht die formateur Guy Verhofstadt (VLD) aan het vergrijzingsprobleem besteedt in zijn nota die als basis dient voor een volgende regeerakkoord. Bitter weinig als we het vergelijken met wat er in andere Europese landen gebeurt. In Frankrijk en Oostenrijk deinzen de regeringen er niet voor terug om de pensioenen radicaal aan te pakken in een poging de betaalbaarheid ervan voor de volgende generaties te garanderen. Ook al krijgen ze dan een groot deel van de bevolking tegen zich. Niets daarvan in België. Verhofstadt weigert het systeem aan te pakken. Al in 1999 werd met veel kabaal aangekondigd dat de regering-Verhofstadt I alles in het werk ging stellen om het pensioensparen aan te moedigen. Meer bepaald de tweede pijler (waarbij op bedrijfs- of sectorniveau pensioenfondsen kunnen worden opgezet) moest versterkt worden. Jarenlang werd gewerkt aan de WAP (wet over aanvullende pensioenen) maar die treedt pas rijkelijk laat - begin volgend jaar - in werking. Verschillende pensioenexperts hebben daarover hun ongenoegen geuit bij de regering, maar zij botsten op een muur van onbegrip. Het pensioenprobleem is in België duidelijk geen prioriteit. Blijkbaar hopen de politieke partijen dat ze door over de pensioenen te zwijgen, problemen binnen de regering kunnen vermijden. Zo'n dossier zou liberalen en socialisten immers diametraal tegenover elkaar kunnen stellen. Maar zwijgen helpt niet. Het Franse gezegde " Chassez le naturel, il revient au galop" indachtig, is de kans groot dat het pensioenprobleem via een achterdeur toch op de regeringstafel terechtkomt. Een voorbeeld: de komende jaren zal een steeds grotere groep ambtenaren met pensioen gaan. Dat zal de overheidsuitgaven zwaar onder druk zetten. Maar zal men het probleem ten gronde aanpakken? Het valt te betwijfelen. Iedereen gaat er immers van uit dat de hogere pensioenen van de ambtenaren eigenlijk een uitgesteld loon zijn. De overheid mag dan nog talrijke maatregelen nemen om de verloning in de overheidssector en een aantal specifieke modaliteiten zoals maaltijdcheques aan te passen aan de privé-sector, een gelijkschakeling van de pensioenen blijft taboe. Daarnaast zal het pensioenprobleem constant opduiken bij de verschillende loononderhandelingen. Verschillende studies tonen namelijk aan dat het pensioenstelsel slechts leefbaar kan blijven als er naast een verhoogde activiteitsgraad ook verder geïnvesteerd wordt in het stimuleren van aanvullende pensioenen. Dat betekent echter dat werknemers naast bijdragen voor de huidige generatie gepensioneerden ook een steeds belangrijker deel van het brutoloon zullen moeten afstaan voor een eigen pensioenspaarpot. Op die manier zullen de pensioenbijdragen een steeds groter deel van de loonkost uitmaken en dus blijven wegen op de loononderhandelingen. Het zal het sociaal overleg er zeker niet eenvoudiger op maken. Alain Mouton