Als je weinig verdient en toch je consumptie en je levensstandaard op peil wilt houden, dan moet je geld lenen, en stapelen de tekorten en de schulden zich op. Dat is het probleem van Griekenland. Het land kreeg een derde pakket noodleningen van zijn schuldeisers, maar daarmee koopt het alleen tijd, geen toekomst. Een zwakke productiviteit, die achterloopt op de lonen, maakt dat de economie onvoldoende op eigen kracht kan exporteren en geld kan verdienen. In 2008, aan de vooravond van de uitbraak van de Griekse crisis, bedroeg het tekort op de handelsbalans maar liefst 13 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
...

Als je weinig verdient en toch je consumptie en je levensstandaard op peil wilt houden, dan moet je geld lenen, en stapelen de tekorten en de schulden zich op. Dat is het probleem van Griekenland. Het land kreeg een derde pakket noodleningen van zijn schuldeisers, maar daarmee koopt het alleen tijd, geen toekomst. Een zwakke productiviteit, die achterloopt op de lonen, maakt dat de economie onvoldoende op eigen kracht kan exporteren en geld kan verdienen. In 2008, aan de vooravond van de uitbraak van de Griekse crisis, bedroeg het tekort op de handelsbalans maar liefst 13 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is ook de reden waarom een grexit weinig zoden aan de dijk zou brengen. Een eigen Griekse munt zou, naar schatting, meteen de helft van haar waarde verliezen. Dat is goed voor de export, maar Griekenland heeft weinig om te exporteren. Zowat alles wat het land nodig heeft, moet het invoeren. Het gaat niet alleen om machines, brandstoffen en geneesmiddelen, maar ook om huishoudapparaten en textielproducten. Zelfs voor landbouwproducten boekt het land een handelsdeficit, de lekkere feta en olijven ten spijt. Zelfs de combattieve ex-minister van Financiën Yanis Varoufakis moest toegeven dat "Griekenland weinig produceert waar de vraag naar stijgt". Het belangrijkste exportproduct van Griekenland is geraffineerde olie. Daarvoor moeten de Griekse raffinaderijen eerst olie invoeren, waarop ze dan een raffinagemarge aanrekenen, maar heel veel toegevoegde waarde levert dat niet op voor de Griekse economie. Hetzelfde geldt voor het maritieme transport, een sector waarvoor het land nochtans bekendstaat. De Griekse reders genieten belastingvoordelen en stellen weinig Grieken tewerk. De bemanning van hun schepen komt vaak uit lagelonenlanden. Aanverwante diensten, zoals transportverzekeringen, zijn vaak in het buitenland gevestigd, zoals in Londen. Op pure industrie moeten de Grieken ook al niet rekenen. In 1980, een jaar voor de toetreding van Griekenland tot de Europese Unie, was het aandeel van de industriële productie nog goed voor 17 procent van het bbp. In 2009 was dat aandeel gezakt tot 10 procent, en sindsdien is het alleen maar verder afgekalfd. Er is een lichtpunt: het toerisme. Ondanks de crisis is de sector de voorbije jaren blijven groeien. Het aandeel van het toerisme in het bbp lag vorig jaar op 9,6 procent, volgens schattingen van de World Travel & Tourism Council (WTTC). Inclusief indirecte effecten op gelieerde activiteiten -- de verhuur van auto's bijvoorbeeld -- komt het aandeel op 19,3 procent. Alleen al in 2014 stegen de ontvangsten uit toerisme met 10,2 procent tegenover een jaar eerder. In 2015 moet die positieve trend doorzetten. In het eerste kwartaal van 2015 gingen de ontvangsten van de toeristische sector alvast 12,7 procent hoger tegenover dezelfde periode vorig jaar. Dat komt vooral door de depreciatie van de euro. Toeristen uit de eurozone kiezen dan vaker een bestemming in hun eigen muntzone, zoals Griekenland. Ook voor toeristen uit andere muntzones wordt Griekenland aantrekkelijk door de goedkopere euro. Die geografische diversifiëring van de toeristische toestroom is enkele jaren bezig. Dat is goed nieuws. Het betekent dat Griekenland ook zonder een goedkopere euro een internationaal publiek kan aanspreken. In 2009 kwam 27 procent van de toeristen uit landen buiten de EU28. In 2014 was dat aandeel gestegen tot 40 procent. Maar het Centre for European Policy Studies (CEPS) relativeert die goede cijfers. De ontvangsten van de reissector zijn de voorbije jaren dan wel gestegen, maar de stijging op zich was niet zo indrukwekkend. Dat komt doordat de toeristen, hoewel ze almaar talrijker zijn, minder uitgeven in Griekenland. Tussen 2008 en 2012 is het aantal toeristische overnachtingen met de helft gestegen, veel meer dan bij concurrenten als Spanje, Italië en Portugal. Maar per overnachting spendeerde de toerist veel minder, terwijl hij bij de concurrenten evenveel of zelfs meer uitgaf. Het valt dus te bezien of het toerisme een economische motor wordt voor Griekenland. De sector moet meer uit zijn tent komen, vindt Panos Tsakloglu, hoogleraar economie aan de Athens University of Economics and Business. "Het aanbod moet veel meer differentiëren. Ik houd van rugzaktoeristen -- ik ben er zelf een geweest -- maar de Griekse eilanden moeten meer op de hoogste segmenten van de markt mikken. En ook het congrestoerisme blijft onderontwikkeld." Een aantal troefkaarten speelt Griekenland niet eens uit, volgens Tsakloglu. "Hoeveel mensen weten dat er skipistes zijn op Kreta? Sneeuw is er genoeg, elk jaar zijn enkele dorpen zelfs afgesloten. Of kijk naar Thessaloniki. Dat is niet alleen de geboorteplek van de Turkse leider Mustafa Kemal Atatürk, maar ook de thuisstad van een belangrijke Joodse minderheid. Vijf jaar geleden startte de nieuwe burgemeester van Thessaloniki een promotiecampagne rond die twee troeven. Het bracht een grote instroom van toeristen op gang. Dat soort vernieuwingen zien we te weinig in Griekenland." Als de economie te weinig in het laadje brengt, moet het land de broeksriem aanhalen. De toetreding tot de muntunie in 2001 bood Griekenland een alternatief: artificieel goedkoop krediet. De Grieken bedienden zich rijkelijk. De kredieten bliezen de groei op, maar veroorzaakten tegelijk astronomische tekorten. Tegen 2008-2009 waren de tekorten op de begroting en de lopende rekening gezwollen tot zowat 15 procent van het bbp. Onder druk van de schuldeisers voerde de Griekse regering draconische besparingen door. De openbare omroep werd bijvoorbeeld opgedoekt. De gezondheidszorg onderging tussen 2008 en 2011 een knip van 28 procent in volume. De schoktherapie deed de werkloosheid pieken tot 26 procent, en de economie kromp met een kwart. Die krimp moet nu worden omgezet in groei. Dat is niet alleen goed voor de Grieken, het is ook nodig om de overheidsschuld af te lossen, die ongeveer 180 procent van het bbp bedraagt. De economie kende enkele kwartalen van schuchtere groei in 2014, toen nog onder het tweede pakket aan noodleningen. Bij het ter perse gaan van Trends moest het Griekse parlement nog stemmen over het derde pakket, goed voor 86 miljard aan nieuwe noodleningen. Als de schuldeisers hun geld ooit willen terugzien, moet er een plan op tafel komen voor de industrialisering van Griekenland, bepleiten enkele economen in Le Monde Diplomatique van deze maand. Ze willen een deel van de Griekse schuld onderbrengen in twee bilaterale staatsfondsen, een Frans-Grieks en een Duits-Grieks fonds. De Griekse overheid blijft de schuld aflossen, wat mogelijk is dankzij het primaire overschot op haar begroting. Maar het geld voor de aflossingen gaat naar productieve investeringen. De eigenlijke aflossing van de schuld gebeurt later, met de opbrengst van de verkoop van de investeringen. De investeringen moeten bij voorkeur gaan naar activiteiten waarin de Grieken over enige kennis beschikken, zoals agrovoeding, natuurlijke cosmetica en scheepsbouw. Volgens de economen kunnen de investeringen een positieve spiraal in gang zetten, met stijgende werkgelegenheid en groei, wat op zijn beurt de inkomsten uit belastingen zal verhogen en buitenlands kapitaal zal aantrekken. Maar er is een grote voorwaarde: Griekenland moet schoon schip maken met het verziekende cliëntelisme. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, verwijzen de economen naar de Griekse oligarchen, zakentycoons met corrupte banden met de politiek en het gerecht, die de economie in een verstarrende greep houden. De Griekse economie zal pas echt groeien als iedereen zijn kans mag grijpen. JOZEF VANGELDERDe Griekse economie zal pas echt groeien als iedereen zijn kans mag grijpen.