Drie op de vier beleggingsfondsen die in ons land worden verkocht, zijn kapitalisatiefondsen. Anders dan distributie- of uitkeringsfondsen keren ze geen dividenden uit. Als u een kapitalisatiefonds verkoopt, betaalt u sinds begin dit jaar een beursbelasting van 1,32 procent op de netto-inventariswaarde (met een maximum van 2000 euro). Bestaat het fonds voor meer dan een kwart uit vastrentende producten zoals obligaties, dan is er ook een meerwaardeheffing verschuldigd. Die bedraagt 25 procent van de meerwaarde van het vastrentende deel.
...

Drie op de vier beleggingsfondsen die in ons land worden verkocht, zijn kapitalisatiefondsen. Anders dan distributie- of uitkeringsfondsen keren ze geen dividenden uit. Als u een kapitalisatiefonds verkoopt, betaalt u sinds begin dit jaar een beursbelasting van 1,32 procent op de netto-inventariswaarde (met een maximum van 2000 euro). Bestaat het fonds voor meer dan een kwart uit vastrentende producten zoals obligaties, dan is er ook een meerwaardeheffing verschuldigd. Die bedraagt 25 procent van de meerwaarde van het vastrentende deel. Een voorbeeld: u kocht tien jaar geleden kapitalisatieaandelen van een obligatiefonds voor 100.000 euro. De inventariswaarde is gestegen met 10 procent tot 110.000 euro. Bij de verkoop betaalt u 1,32 procent beursbelasting, of 1452 euro. Daarna wordt op de meerwaarde nog eens 25 procent roerende voorheffing afgehouden, goed voor 2137 euro. De totale belasting bedraagt dus 3589 euro, of 3,26 procent van de brutoverkoopwaarde. U houdt 106.411 euro van uw belegging over. Om die belasting gedeeltelijk te vermijden, kunt u een Luxemburgse tak23-levensverzekering afsluiten. "Een Belgische tak23-verzekering komt nooit helemaal overeen met het onderliggende beleggingsfonds. Het is eigenlijk een ander product met een eigen koers. Er komen ook extra beheerskosten van de verzekeraar bij", weet Jean-Marc Dekesel van het onafhankelijke makelaarskantoor DefA Finance. "In Luxemburg kan een belegger wel exact hetzelfde fonds in een tak23 kopen. Op de stortingen betaalt hij dan wel 2 procent premiebelasting. Er worden ook instap- en beheerskosten aangerekend, maar die zijn er bij bancaire fondsen doorgaans evengoed." Stel dat u tien jaar geleden voor 100.000 euro kapitalisatieaandelen van een obligatiefonds kocht via een Luxemburgse tak23-levensverzekering. U droeg daarop een premiebelasting van 2 procent af, of 2000 euro. Na tien jaar zijn de deelbewijzen van het fonds 10 procent meer waard, of 107.800 euro. Als u het kapitaal opvraagt, bedraagt die belasting van 2000 euro dus ongeveer de helft van de 3589 euro die u bij een klassiek obligatiefonds zou betalen. Een tak23 heeft nog enkele andere voordelen ten opzichte van een traditioneel bancair fonds. Met zo'n contract kunt u plannen wat met het kapitaal moet gebeuren bij uw overlijden. Op uw belastingaangifte moet u wel opgeven dat u een beleggingsverzekering aanhoudt in het buitenland. Maar daar maakt de fiscus volgens Dekesel geen probleem van, omdat de Luxemburgse verzekeraar de premieheffing doorstort naar de Belgische schatkist. "Beleggers moeten een tak23-verzekeringscontract openen en daarin de gewenste fondsen onderbrengen", zegt Dekesel. "Wie het bij Belgische fondsen wil houden, kan terecht bij een verzekeraar in eigen land die samenwerkt met Luxemburgse verzekeringsmaatschappijen. Geeft de belegger de voorkeur aan internationale fondsenbeheerders, dan kan hij zich het beste rechtstreeks wenden tot een Luxemburgse verzekeraar of een Belgische verzekeraar die ermee vertrouwd is. De minimuminleg bedraagt meestal 10.000 euro, en vaak worden vanaf een bepaald bedrag geen instapkosten aangerekend." ROEL VAN ESPENIn Luxemburg kunnen beleggers fondsen in een tak23-verzekering kopen.