STIJN FOCKEDEY
...

STIJN FOCKEDEYDe sociaalnetwerksite Facebook werkt aan de laatste formaliteiten voor een beursgang die het bedrijf op 76 miljard euro kan waarderen. Bedrijven als LinkedIn, Zynga en Groupon gingen 's werelds populairste netwerksite al voor. De hausse van de internetbedrijven wordt vooral gedragen door de sociale media, die internetgebruikers nieuwe mogelijkheden geven om met elkaar te communiceren. De concurrentie is intens. Grote internetbedrijven als AOL, Yahoo! of Myspace floreerden gemiddeld een decennium en dan zette het verval zich in. De drie gewezen titanen vonden geen antwoord op de site die vanuit de studentenkamer van Mark Zuckerberg is gegroeid. Facebook, ondertussen acht jaar oud, kaapt heel wat advertentie-inkomsten voor hun neus weg. Ergens in een studentenkamer, een garage of een bescheiden kantoortje wordt zonder twijfel ooit een nieuw Facebook geboren, als het al niet gebeurd is. Kan dat ook in België zijn? De Gentse ondernemers Lorenz Bogaert en Toon Coppens hebben het antwoord op die vraag al gegeven. Zij richtten in 1999 een site op die onder de naam Netlog uitgroeide tot het populairste sociale netwerk in grote delen van Europa. Begin 2010 moest Netlog afhaken en zag het hoe Facebook ook Europa begon te domineren. Een van de grootste handicaps van Netlog was dat Facebook in de VS veel meer durfkapitaal kon ophalen en een blanco cheque kreeg om de groei te financieren. Bogaert en Coppens moesten iedere euro die ze wilden investeren, eerst zelf verdienen. Bogaert en Coppens richtten hun bedrijf op in de nasleep van de dotcomcrisis, toen het risico-appetijt in België helemaal verdwenen was. Ondertussen is het klimaat al een stuk verbeterd. De Vlaamse overheid richtte recentelijk een nieuw zaaifonds van 10 miljoen euro op om te investeren in jonge bedrijven. Via het ICT-onderzoekscentrum IBBT kunnen jonge internetbedrijven van het fonds gebruik maken. Want starters in de nieuwe media zijn er genoeg in België. Betagroup, een vereniging van internetondernemers in Brussel, telt meer dan 5000 leden. Doorgaans hebben die ondernemingen slechts een bescheiden startkapitaal nodig, enkele tienduizenden euro's. IBBT heeft ook het incubatieprogramma iStart. "Geselecteerde starters krijgen er training en coaching", zegt Sven De Cleyn, verantwoordelijk voor iStart. "Daarnaast worden ze financieel gesteund. Dat zijn geen grote bedragen, maar de meeste jonge bedrijfjes kunnen er al behoorlijk ver mee komen." Een van de geselecteerde start-ups is Small Town Heroes. Het is opgericht door gewezen onderzoekers van het VRT-medialab (dat is opgegaan in het pas gestarte Media-innovatiecentrum). Het werkt aan een dienst waarmee interactieve applicaties worden ontwikkeld voor televisieprogramma's. De tv-kijker kan daarmee via zijn pc, tablet of smartphone reageren op wat op de televisie te zien is. Medeoprichter Hendrik Dacquin en zijn collega's hebben met hun dienst al geëxperimenteerd in VRT-programma's als 'Ook getest op mensen'. Voor zulke toepassingen is de integratie met de sociale media van groot belang. Veel kijkers ventileren op Twitter of Facebook hun mening tijdens een uitzending. "In het begin zullen applicaties op bestelling worden ontwikkeld", zegt stichter Dacquin. "Maar het is de bedoeling te evolueren naar een service waarmee televisiemakers snel zelf een interactieve applicatie kunnen samenstellen en kunnen integreren met tools in de studio." Starten is één ding, doorgroeien een ander. Daarvoor is meer kapitaal nodig, en dat is in België niet vanzelfsprekend. "Er is hier veel te weinig durfkapitaal. Bovendien zijn instappende fondsen ongeduldig; ze willen direct een fabelachtige groei", zegt Inge Geerdens. Zij richtte CVWarehouse op, een online rekruteringsplatform. In 2007 stapte een investeringsmaatschappij in voor 1 miljoen euro. In 2008, bij het uitbreken van de financiële crisis, stapte het fonds er al weer uit. "Noodgedwongen moest ik alleen verder. Het was een hopeloze zaak om in dat klimaat nieuwe investeerders te vinden. Het heeft er wel voor gezorgd dat mijn cashflow snel op eigen kracht positief werd. Dat is een enorm voordeel, maar een forse expansie kost geld. Die kan ik niet met eigen middelen bekostigen. Het scenario van een aantal jaar geleden wil ik niet meer meemaken. Mijn eisen liggen nu veel hoger. Ik ben op zoek naar smart money. Ondernemers die al een groeifase hebben begeleid en weten hoe deze branche werkt. Maar zulke mensen zijn in België heel moeilijk te vinden." Het belang van ervaren ondernemers die starters met raad en geld kunnen bijstaan, wordt vaak onderschat. Zuckerberg was een onervaren snaak, maar hij luisterde naar mentors als Peter Thiel (PayPal) en Sean Parker (Napster). Met hun hulp kon hij een structuur opzetten waarmee hij ook na verschillende investeringsrondes nog altijd alle touwtjes in handen heeft. Voor vele Belgische starters in de sociale media zit er echter weinig anders op dan op de eigen middelen te vertrouwen. Al betekent dat wel dat het groeitempo laag is. Het Gentse Engagor, opgericht door ex-werknemers van Netlog, volgt die strategie. Engagor heeft een tool ontwikkeld waarmee bedrijven en andere organisaties gemakkelijk kunnen monitoren en reageren op wat er op de sociale netwerken over hen wordt gezegd. Onder andere Colruyt, Delhaize, Microsoft en Red Bull zijn al klant. "Na de lancering van de eerste versie was de service snel rendabel. Er is ook genoeg groei en we hebben niet echt durfkapitaal nodig", zegt Folke Lemaitre, die samen met Jeroen Fossaert Engagor heeft opgericht. Engagor wordt wel geconfronteerd met een euvel dat veel kmo's treft: het lakse betalingsbedrag van veel bedrijven. "We hebben ondertussen klanten in heel Europa en de VS. Het is opvallend dat vooral Belgische bedrijven te laat hun facturen betalen. En dat is een dubbel verlies, want daardoor verlopen investeringen ook trager." Een gebrek aan geld, een kleine en versnipperde markt, minder talent. De Vlaamse grond is op dit moment te dor voor de meeste starters in sociale media. Wie snel wil doorbreken heeft eigenlijk maar één optie: naar Silicon Valley verhuizen, het Amerikaanse mekka van de nieuwe technologie. De concurrentie woedt er feller, maar de hoeveelheid durfkapitaal en de markt zijn er enorm. Xavier Damman trok bijna drie jaar geleden naar de VS. Het eerste anderhalf jaar verliep erg moeizaam door visumperikelen en de verfijning van zijn product. Uiteindelijk groeide dat uit tot Storify, een service waarmee gebruikers een collage kunnen maken van items uit Twitter, Facebook, YouTube of andere sociale media. De service is erg populair bij nieuwssites, maar ook het Witte Huis is een van de gebruikers. De zoektocht naar geld verliep erg stroef. Maar in 2011 kreeg hij meer dan 2 miljoen euro van een grote speler, Khosla Ventures. De site trekt ondertussen meer dan 7 miljoen gebruikers per maand. Damman wil zijn product verbeteren en nieuwe investeerders aantrekken om een verdere expansie te financieren. Een andere Belg, Davy Kestens (23) waagde onlangs ook de oversteek. Hij heeft een site ontwikkeld, TwitSpark, waarmee organisaties beter op de feedback kunnen reageren die ze op Twitter krijgen. Kestens ging niet bij de klassieke fondsen op bezoek, maar overtuigde een rist 'business angels', ondernemers met kapitaal, in de VS en België. Hij haalde ongeveer een miljoen euro op. Naast fondsen van bekende angels zoals Peter Thiel zitten er ook Belgische ondernemers bij zoals Toon Coppens, Lorenz Bogaert, Stijn Bijnens (Ubizen) en José Zurstrassen (Mondial Telecom). Veel van die Belgen spoorden hem ook aan uit België weg te trekken. De kans dat dat talenten als Kestens of Damman ooit terugkeren is miniem. Maar misschien wacht hen wel een toekomst als business angel voor nieuwe opkomende Belgen. Lees opinie Leve de internetondernemer, blz. 34 "Ik zoek nu ondernemers die al een groeifase hebben begeleid en weten hoe deze branche werkt. Maar zulke mensen zijn in België heel moeilijk te vinden" (Inge Geerdens, CVWarehouse)Voor vele Belgische starters in de sociale media zit er weinig anders op dan op de eigen middelen te vertrouwen.