Binnen nu en vijf jaar moeten 10.000 ondernemingen op zoek naar een nieuwe bedrijfsleider. Binnen tien jaar moeten zelfs 300.000 ondernemingen een opvolger vinden. Dat meldde Wim Goossens, hoofd corporate finance voor België en Luxemburg bij BNP Paribas Fortis, tijdens de eerste editie van Trends Family Academy, op vrijdag 27 november. Het seminar ging over familiebedrijven, en vooral over hun opvolgingsproblemen.
...

Binnen nu en vijf jaar moeten 10.000 ondernemingen op zoek naar een nieuwe bedrijfsleider. Binnen tien jaar moeten zelfs 300.000 ondernemingen een opvolger vinden. Dat meldde Wim Goossens, hoofd corporate finance voor België en Luxemburg bij BNP Paribas Fortis, tijdens de eerste editie van Trends Family Academy, op vrijdag 27 november. Het seminar ging over familiebedrijven, en vooral over hun opvolgingsproblemen. Wim Goossens ging er dieper in op het belang van familiebedrijven voor de economie. "Wij zijn het land van de familiale kmo's. Ze zijn de ruggengraat van onze economie. Driekwart van onze ondernemingen zijn familiebedrijven, ze zorgen voor 45 procent van de werkgelegenheid en een derde van het bruto binnenlands product." Veel familiale ondernemingen -- zelfs al zijn ze bescheiden van omvang -- zijn wereldleiders in hun specifieke niche. De grote namen zijn soms indrukwekkend: AB InBev, Carmeuse, Etex, Lhoist, Picanol, Solvay en Van de Wiele. Maar de overdracht is een enorme uitdaging. "40 procent van onze ondernemers is ouder dan 50, 15 procent is ouder dan 60. Statistisch zou de grote overdrachtgolf bezig moeten zijn. Maar dat is nog altijd niet het geval", waarschuwde Goossens. Volgens hem wordt België door de vergrijzing steeds meer een land van éminences grises. Wie te laat een opvolger begint te zoeken, riskeert overigens een korting te moeten toestaan op de prijs bij de overname van zijn onderneming. Goossens gaf het voorbeeld van een zaakvoerder die zijn bedrijf verkocht in de zomer van 2014. "Hij was 72, maar hij veinsde dat hij 60 was. De man besliste over alles in de onderneming en wist als enige alles over het bedrijf. Hij werd na de overname verplicht een tijd aan boord gehouden, om de overname in goede banen te leiden." De vrij geringe ambitie van de familiale kmo's maakt het probleem nog erger. Uit enquêtes blijkt dat twee op de drie familieondernemingen niet geneigd is een nieuwe activiteit te ontwikkelen of een overname te doen. Ruim de helft van de familiale kmo's toont weinig interesse om zijn activiteiten uit te breiden. In een panelgesprek, dat werd gemodereerd door Nikolaas Tahon, de managing partner van Deloitte Accountancy, toonde een nieuwe golf van familiale ondernemers wel een voorzichtige ambitie. "Ik twijfel elke dag of ik wel bekwaam ben", zei Quentin Laezza op de vraag van Tahon of de nieuwe generatie vrede kan nemen met een externe CEO, als die beter zou zijn. Laezza is de schoonzoon van Jean Galler, de oprichter van het gelijknamige chocoladebedrijf en Manager de l'Année van Trends-Tendances in 1995. Laezza werkt anderhalf jaar in de onderneming als hoofd van de kwaliteitszorg en van onderzoek en ontwikkeling. "Ik heb geen enkel probleem met een CEO van buiten de familie, als die beter is dan ik. Ik kan enkel CEO worden als dat beter is voor de onderneming." WOLFGANG RIEPL"Statistisch gezien moet de grote overnamegolf er zijn. Maar nee dus"