Op twintig minuten rijden van Namen heeft de 27-jarige Basile De Wulf zijn kamp opgezet in een gerenoveerde schuur van La Petite Campagne, een boerderij, inclusief hoevewinkel en slagerij. Terwijl de smeltende sneeuw tegen de ruiten tikt, nestel ik me aan de kachel met een glaasje wijn van een bevriende wijnboer uit de Loire. Originele alcoholvrije alternatieven heeft hij niet, maar dat maakt de vroegere rechterhand van tweesterrenchef Christophe Hardiquest van Bon Bon in Brussel ruimschoots goed met tonnen charme ...

Op twintig minuten rijden van Namen heeft de 27-jarige Basile De Wulf zijn kamp opgezet in een gerenoveerde schuur van La Petite Campagne, een boerderij, inclusief hoevewinkel en slagerij. Terwijl de smeltende sneeuw tegen de ruiten tikt, nestel ik me aan de kachel met een glaasje wijn van een bevriende wijnboer uit de Loire. Originele alcoholvrije alternatieven heeft hij niet, maar dat maakt de vroegere rechterhand van tweesterrenchef Christophe Hardiquest van Bon Bon in Brussel ruimschoots goed met tonnen charme en gastvrijheid. Dat ik zo gecharmeerd ben komt doordat het lijkt alsof ik bij de chef thuis ben. Hij staat er tijdens de middag alleen voor in de keuken en in de zaal. Dat is helaas niet zo verwonderlijk tijdens de extreme personeelsschaarste in de horeca, maar het is mooi dat De Wulf daar zo relaxed onder blijft. De tweegangenlunch voor een scherpe prijs van 28 euro is minder uitgebreid en gastronomisch dan het aanbod 's avonds, wanneer de chef uitpakt met vier gangen (65 euro), maar ze blinkt uit in lekkere smaken en lokale producten. Amuses zoals een fijne tartelette van ui met koriander die iets te zuur uitpakt en een samosa gevuld met garnaal geven blijk van een internationale nieuwsgierigheid, maar blijven tegelijk dicht bij het Belgische culinaire erfgoed. Die lijn wordt helemaal doorgetrokken in een voorgerecht van sint-jakobsnoot met knolselder en een crème van aardpeer die goed op smaak gebracht is. Terwijl De Wulf het brood afsnijdt in het landelijke interieur, inclusief krukjes met koeienhuid, sist het vlees hoorbaar in de pan in de open keuken. Maar de chef maakt zich geen zorgen, schenkt rustig wijn bij en neemt de tijd om in een sappige mix van Frans en Nederlands wat uitleg te geven over de gerechten. Net op het moment dat het angstzweet mij begint uit te breken, begeeft hij zich vol vertrouwen dan toch naar de open keuken. Alles onder controle. Gezwind gooit hij nog enkele takjes tijm en wat knoflook mee in de pan. Wie hier alleen komt eten, verveelt zich geen moment. Het kalfsvlees van de boerderij is prachtig goudbruin en serveert hij met winterse spruitjes, gekaramelliseerd witlof, beetgare schorseneren en chips van pastinaak. Een genereus bord waar je warm van wordt. De ontspannende lunch zonder tierlantijntjes sluit ik af met een al even eerlijke dame blanche met zelf gedraaid vanille-ijs van melk van een boer uit de buurt. Marlies Beckers