Het gaat stilaan beter met de Belgische arbeidsmarkt, tenminste als we enkele onderzoeksrapporten mogen geloven. Na de daling van het aantal werkende Belgen in 2013 ziet het Planbureau de werkgelegenheid in België opnieuw voorzichtig aantrekken: er zouden dit jaar netto 13.600 werkenden bij komen. Vanaf volgend jaar tot 2019 zouden er jaarlijks gemiddeld 32.500 personen extra aan de slag kunnen.
...

Het gaat stilaan beter met de Belgische arbeidsmarkt, tenminste als we enkele onderzoeksrapporten mogen geloven. Na de daling van het aantal werkende Belgen in 2013 ziet het Planbureau de werkgelegenheid in België opnieuw voorzichtig aantrekken: er zouden dit jaar netto 13.600 werkenden bij komen. Vanaf volgend jaar tot 2019 zouden er jaarlijks gemiddeld 32.500 personen extra aan de slag kunnen. De halfjaarlijkse macro-economische vooruitzichten van de Nationale Bank van België komen uit op vergelijkbare cijfers. Ook de Nationale Bank verwacht dat de Belgische economie in 2014 opnieuw netto werkgelegenheid creëert. Bij ongewijzigd beleid zouden de ongeveer 12.000 verwachte extra banen de verliezen van het voorgaande jaar integraal compenseren. Die toename zou sterker worden in 2015 (+22.000) en nog sterker in 2016 (+31.000), naarmate de economische groei aantrekt van 1,3 procent in 2014 tot 1,7 procent in 2016. Tijdens de prognoseperiode zou de werkgelegenheid met 65.000 eenheden toenemen. Dat is niet genoeg om de Europese doelstellingen te halen (zie kader Bibberen voor het Europese examen), maar daarmee zou de negatieve trend van de voorbije jaren wel zijn gekeerd. Te veel enthousiasme is hier zeker niet op zijn plaats. De cijfers over de nieuwe banen maskeren belangrijke verschuivingen op de arbeidsmarkt. De cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) verduidelijken in dat verband veel. In 2013 gingen netto 18.000 banen verloren. Als we dat cijfer uitsplitsen over de gesubsidieerde sectoren -- de overheid, het onderwijs, de gezondheidszorg en de non-profit in het algemeen -- en de zuivere privésector, dan blijkt dat er meer dan 25.000 privébanen verloren zijn gegaan en dat er in de gesubsidieerde sectoren slechts 7000 arbeidsplaatsen bij kwamen. Ook in de jaren 2009, 2010 en 2012 werden netto enkel banen gecreëerd in de gesubsidieerde branches (zie grafiek Banencreatie tussen 1995 en 2013). De Belgische arbeidsmarkt werd de voorbije jaren dus duidelijk ondersteund door sectoren die afhankelijk zijn van publieke middelen. Het recente jaarverslag van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid bevestigt dat: "De groei van de gesalarieerde werkgelegenheid tijdens de periode 2008-2013 was uitsluitend te danken aan rechtstreeks door de overheid gefinancierde of sterk gesubsidieerde branches, aangezien het aantal werknemers in de conjunctuurgevoelige bedrijfstakken met 33.000 personen terugliep." Wie gesubsidieerde tewerkstelling zegt, denkt automatisch aan de banen die worden gecreëerd via dienstencheques of de PWA's. Maar het zou fout zijn alleen daarop te focussen. Tussen 2008 en 2013 kwamen er wel 60.000 banen bij door het stelsel van de dienstencheques, maar die groei vlakt af, onder meer doordat de cheques duurder worden. De gesubsidieerde arbeid is in eerste instantie te vinden in de brede non-profit -- de zogenoemde quartaire sector. Die zag het aantal banen de voorbije vijf jaar toenemen met 58.000. En dan zijn er natuurlijk de overheidsdiensten. In de overheidsadministratie en het onderwijs nam de werkgelegenheid tussen 2000 en 2007 enorm toe: 69.200 personen. Die opwaartse trend werd voortgezet in de periode 2007-2011, toen er bij de overheid 35.700 arbeidsplaatsen bij kwamen. Vooral de lagere overheden -- de gemeenten en de provincies -- en de deelstaten wierven mensen aan. Bij de federale overheid nam de tewerkstelling licht af, maar dat kwam vooral door besparingen bij Landsverdediging. De groei van de overheidstewerkstelling is in 2012-2013 stilgevallen. De banencreatie bij de publieke en de semipublieke sector staat in schril contrast met de blijvende banenvernietiging in de industrie. Daar gingen 59.000 arbeidsplaatsen verloren in de periode 2008-2013. Zonder de bouwsector (+7000) was het eindresultaat voor de tertiaire sector nog negatiever. Dat de gesubsidieerde sectoren de voorbije jaren hebben standgehouden en zelfs zijn gegroeid, heeft een conjuncturele verklaring. In economisch slechte tijden worden er nu eenmaal meer banen vernietigd in de privésector. Maar tegelijk is er in België een bredere evolutie bezig naar de quaternisering van de arbeidsmarkt. Zo zal de werkgelegenheid in de privésector door de betere conjunctuur weliswaar opnieuw aantrekken, maar die groei doet zich voor bij wat in het vakjargon 'overige marktdiensten' heten. In die tak nam de werkgelegenheid sinds 2008 met 61.000 personen toe. De komende vijf jaar zouden er nog eens 116.000 eenheden bij komen (zie tabel Binnenlandse werkgelegenheid per bedrijfstak). Die bedrijfstak is zeer conjunctuurgevoelig, want de uitzendarbeid maakt er deel van uit. Daarnaast produceert de tak diensten aan ondernemingen die worden uitbesteed, zoals consultancy, boekhoudkundige dienstverlening en schoonmaak. Deze sector toont aan dat er de komende jaren in de privésector dus wel heel wat banen bij zullen komen. Daarnaast blijft de industrie -- de secundaire sector -- een zorgenkind. In de verwerkende nijverheid gaan 42.000 banen verloren. Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid zou de toename van de zelfstandigheden de marktgebonden werkgelegenheid blijven ondersteunen. De pure overheidstewerkstelling zal afnemen. Het stelsel van de dienstencheques zou blijven bijdragen tot de werkgelegenheidscreatie, maar dan in een vertragend tempo. Een constante sterkhouder van de arbeidsmarkt blijft de non-profitsector, waar 70.900 banen zouden worden gecreëerd. Die trend is al enige tijd duidelijk en zal doorzetten, weet Sonja Teughels van het kenniscentrum van Voka: "We merken al enige tijd een toename van de quartaire sector en een afname van de secundaire sector. De tertiaire sector -- de diensten dus -- bleef min of meer op peil. Dat zal de komende jaren grosso modo ook het geval zijn. Vooral de sterke afname van de secundaire sector baart ons zorgen, aangezien vooral daar de toegevoegde waarde wordt gecreëerd waarop de tertiaire sector voortbouwt." Dat er meer mensen in de gesubsidieerde non-profitsector werken, heeft natuurlijk te maken met een maatschappelijke evolutie, waarbij de behoefte aan geneeskundige zorg enkel zal toenemen. Maar in de gesubsidieerde tewerkstelling zijn er nog veel banen waar werknemers in een door overheidsmanna ondersteund statuut blijven hangen, en niet doorstromen naar een klassieke baan in de privésector. Idea Consult bracht eind vorig jaar op verzoek van Voka het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid in kaart. Daaruit bleek dat het vooral focust op gesubsidieerde banencreatie. Op een budget van 800 miljoen euro gaat 662 miljoen naar de creatie van tewerkstelling voor gesubsidieerde contractuelen (gesco's), het derde arbeidscircuit (DAC), beschutte en sociale werkplaatsen en werkervaring (WEP+). Het is een blijvende ondersteuning, die mensen in het systeem houdt. Alleen voor Vlaanderen zouden de maatregelen voor gesubsidieerde banencreatie goed zijn voor 45.000 voltijdse equivalenten. ALAIN MOUTONDe non-profitsector blijft een sterkhouder.