Wie houdt van een combinatie van biografie en historisch fresco, zal zich gretig vastbijten in Mercator - De man die de aarde in kaart bracht (Ambo/Manteau, 365 blz., 36,90 euro).
...

Wie houdt van een combinatie van biografie en historisch fresco, zal zich gretig vastbijten in Mercator - De man die de aarde in kaart bracht (Ambo/Manteau, 365 blz., 36,90 euro). Met voelbaar enthousiasme voor zijn onderwerp zorgt de geograaf Nicholas Crane voor een voortreffelijke, eerste Engelstalige biografie van Gerard Kremer, die zich later Gerardus Mercator Rupelmundanus noemde. De naam verwijst naar zijn Vlaamse geboortedorp Rupelmonde. Zijn oom was er priester, al kwamen zijn ouders uit het Duitse Rijngebied. Ze waren op de vlucht voor de armoede, de mislukte oogsten en de pest. Dankzij zijn intellect en financiële steun van zijn oom, kon Gerard aan de universiteit van Leuven studeren. Bekend werd hij als innoverend cartograaf. Die vernieuwingen licht Crane al even begeesterd (en begeesterend) toe. Maar ook de woelige omstandigheden van de zestiende eeuw beschrijft hij duidelijk. Dat tijdvak van godsdienstconflicten, ellende, vluchtelingen en botsingen tussen godsdienst, staat en wetenschap vormt een boeiend levend decor in deze lezenswaardige biografie. Wie de smaak van de geschiedenisboeken te pakken heeft, kan de tanden ook zetten in Geschiedenis van Engeland (Davidsfonds, 496 blz., 29,95 euro), een turf van de Gentse hoogleraar emeritus Raoul van Caenegem. Ongetwijfeld is dit standaardwerk incontournable voor iedereen die in de Lage Landen een accuraat overzicht van de Engelse historie zoekt. Dit is rechttoe rechtaan geschiedenis, van het monumentale mysterie Stonehenge, via Hendrik VIII met zijn zes vrouwen tot het hedendaagse fenomeen Tony Blair. Heel wat makkelijker verteerbaar is de bundel Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis (Prometheus, 336 blz., 15 euro). Geert Mak en René van Stripriaan verzamelden ruim 100 authentieke verslagen van belangrijke momenten uit de geschiedenis. Enkele voorbeelden: een jonge Romein ziet de Vesuvius uitbarsten die in het jaar 79 de stad Pompeji bedelft, een reiziger dineert in 450 met Attila de Hun, een soldaat beschrijft in zijn dagboek de slag bij Waterloo, de marconist van de Titanic ziet zijn schip ten onder gaan, een Engelse journalist wandelt met Hitler door de brandende Rijksdag. Met als laatste hoofdstuk: de telefonisten registreren de noodoproepen naar het lokale alarmnummer van New York op 11 september 2001. We ronden af met een monument: Europa's koloniale eeuw van de vermaarde Leidse historicus H.L. Wesseling (Bert Bakker, 397 blz., 24,95 euro). Hij beschrijft de verovering, inbezitneming en exploitatie van de kolonies en de samenlevingen die er in de negentiende eeuw ontstonden. Belgisch Congo wordt niet vergeten. Luc De Decker