De retrospectieve rond Georges Vantongerloo in de Antwerpse galerie Ronny Van de Velde legt een blinde vlek in de vaderlandse kunstgeschiedenis bloot.
...

De retrospectieve rond Georges Vantongerloo in de Antwerpse galerie Ronny Van de Velde legt een blinde vlek in de vaderlandse kunstgeschiedenis bloot.In de prelude van de al even onbarmhartige als schitterende catalogus die Jan Ceuleers naar aanleiding van de verbluffende retrospectieve rond Georges Vantongerloo in de Antwerpse galerie Ronny Van de Velde schreef, vertelt de architect Georges Baines, die later de galerie van Van de Velde zou bouwen, hoe hij in november 1965 op een verwaaide oudstrijder en wat familie na de enige Belg was die voor de begrafenis van Vantongerloo naar Parijs was komen reizen. In de daaropvolgende decennia zou het er amper op verbeteren : ondanks het feit dat Vantongerloo al door tijdgenoten wereldwijd als een haast even belangrijke pionier van het abstracte als Mondriaan werd erkend, hebben bijvoorbeeld ook Belgische musea hem pas zeer onlangs opgenomen in hun collectie. De tentoonstelling bij Van de Velde heeft dan ook de verdienste dat ze een enorme blinde vlek in de vaderlandse kunstgeschiedenis heeft blootgelegd. Men moet bijvoorbeeld zelfs niet eens lang kijken om in Vantongerloo een voorloper van een Luc Deleu of een Panamarenko te ontdekken. Maar dat terzijde. Vantongerloo was een kunstenaar die in de eerste plaats de blinde nevel van het kosmisch gebeuren wilde ontginnen, de onzichtbare krachten waardoor ons bestaan bestierd wordt. Hij was een mysticus die dacht in termen van magnetische velden. Een man, schrijft Ceuleers, die in zijn zo typische bescheidenheid niet meer of minder dan de boekhouder van het heelal wilde zijn. Het onzichtbare wilde verkennen, en het onmeetbare in kaart wilde brengen. Hij deed dat met werken die zelf in de loop der jaren steeds meer naar het onzichtbare zouden afglijden, het ongrijpbare, en de immaterialiteit. Hij schilderde en sculpteerde op wiskundige wijze : beperkte zich daarbij tot punten, lijnen, vectoren, en geometrische basisvormen. Maar hij ontwierp ook luchthavens, reusachtige springplanken voor de jump in het ongekende, die zich als een halve brug in het zwerk moesten verheffen. De andere helft van de brug was met het blote oog niet meer te verkennen. Zijn laatste sculpturen waren van doorzichtig plexi. Ze hadden niet langer een sokkel, maar zweefden vrij in de ruimte. Zelfs hun kleuren hadden zich aan het materiële onttrokken. Ze waren hoofdzakelijk het gevolg van lichtinval en prismatische werking.Bij Ronny Van de Velde werd een aantal van die plexi's nu samengebracht in een onwaarschijnlijk mooi ensemble. Ze luisteren naar titels als : "Des fonctions d'une forme ; transformations d'un corps à deux dimensions en N dimensions". Dat pompeuze mag niet afschrikken : het abracadabra dat Vantongerloo met behulp van algebra en fysica bijeen had geharkt was al even waanzinnig als dat van een Panamarenko.De erkenning is er nooit ten volle gekomen, en als de tentoonstelling bij Van de Velde iets duidelijk maakt, dan is het wel dat het ongelijk wat dat betreft totaal aan onze kant moet worden gezocht.Max Borka Georges Vantongerloo. Tot 31 maart in Galerie Van de Velde, IJzerenpoortkaai 3, Antwerpen. Tel.(03)216.30.47