We zijn de uitzonderingen hier," lachen de Welshman Thomas Brown (53) en de Amerikaan Robert Ackerson (54). De meeste werknemers bij Devgen zijn beduidend jonger dan de twee knarren die aan het hoofd staan van de farmadivisie (Brown) en de agrodivisie (Ackerson) van het biotechbedrijf. De tandem Thierry Bogaert (CEO, 44) en zijn financiële ruggensteun Hilde Windels (39) zochten zowat een jaar geleden versterking van hun managementteam en vonden twee doorgewinterde managers met internationaal profiel. Iets wat niet misstaat tijdens de roadshows die het duo de afgelopen twee weken her en der in Europa gaf.
...

We zijn de uitzonderingen hier," lachen de Welshman Thomas Brown (53) en de Amerikaan Robert Ackerson (54). De meeste werknemers bij Devgen zijn beduidend jonger dan de twee knarren die aan het hoofd staan van de farmadivisie (Brown) en de agrodivisie (Ackerson) van het biotechbedrijf. De tandem Thierry Bogaert (CEO, 44) en zijn financiële ruggensteun Hilde Windels (39) zochten zowat een jaar geleden versterking van hun managementteam en vonden twee doorgewinterde managers met internationaal profiel. Iets wat niet misstaat tijdens de roadshows die het duo de afgelopen twee weken her en der in Europa gaf. Robert Ackerson reageert laconiek op de media-interesse voor het bedrijf. Ruim 25 jaar kwam hij bij DuPont aan de kost. Hij leidde er uiteindelijk de onderzoeksafdeling van de chemische gewasbescherming. Waarom hij naar Devgen overstapte? "Grote ondernemingen innoveren, maar ze zijn geen uitvinders. Ik wilde opnieuw deel uitmaken van een bedrijf waar wordt uitgevonden," zegt hij. Een gelijkaardige motivatie is te horen bij Thomas Brown, die zowat dertig jaar ervaring in de farmawereld heeft. Voor hij naar Devgen kwam, raakte hij als departementshoofd biochemie en celbiologie bij Aventis verzeild in New Jersey. Ook bij hem speelde het verlangen om de bureaucratie achter zich te laten en volop verantwoordelijk te zijn voor opwindende research in een biotechbedrijfje als Devgen. "En ik had heimwee naar Europa."Zeven jaar na zijn oprichting is Devgen het stadium van start-up wel voorbij. Tegenwoordig mag het zichzelf een van de drie Belgische beursgenoteerde biotechbedrijven noemen. Vergeleken met Innogenetics en Galapagos, blijkt Devgen een buitenbeentje. Thierry Bogaert profileert zijn bedrijf expliciet als een onderneming met zowel toepassingen in de landbouw, als met nieuwe geneesmiddelen in de pijplijn. Dat is redelijk uniek en vooral een profilering die het bedrijf zichzelf pas de jongste twee jaar aanmeet. Devgen bouwde de eerste jaren van zijn bestaan aan een onderzoeksplatform dat gebruikmaakt van de rondworm of C. elegans als testorganisme. Het was aanvankelijk de bedoeling om via genetisch onderzoek met de worm nieuwe aanknopingspunten te ontdekken, waarop de geneesmiddelenindustrie of Devgen zelf nieuwe medicijnen kan enten. Tot zover was het businessmodel van Bogaert een kopie van honderden platformbedrijven in de wereld. Maar daar is het niet bij gebleven. In biotechland is het niet ongewoon een beschikbaar onderzoeksplatform te gebruiken om inkomsten te genereren. Ook Devgen sloot onderzoeksovereenkomsten met farmaceutische bedrijven en stelde zijn onderzoeksplatform aanvankelijk ter beschikking van onder andere Janssen Pharmaceutica en Genentech. Daarnaast verraste de bedrijfsleiding in 2000 al met een lucratief contract met FMC en later met Sumitomo Chemical. Voor beide testte Devgen het effect van een aantal chemicaliën bedoeld voor gebruik in de landbouw. Ook voor dat soort onderzoek bleek het onderzoeksplatform van Devgen een geschikt instrument. Sinds ruim een jaar profileert Devgen zich echter ook als agrobiotechbedrijf. Met succes, want zowel Monsanto als Pioneer - de nummers één en twee in de sector - tekenden samenwerkingscontracten met het jonge Gentse bedrijf. "We zijn het enige bedrijf dat zowel met Monsanto als Pioneer een samenwerking heeft," weet Windels. Het geheime wapen is de RNA-interferentie, een goocheltruc met DNA waarbij genen zichzelf uitschakelen. Devgen heeft die weliswaar niet uitgevonden, maar wel de toepassing ervan in planten uitgewerkt en gepatenteerd. Eigenlijk werkt het zo: Devgen bouwt een stukje genetisch materiaal in een plant in, en wanneer een parasiet of insect van die plant eet, zorgt dat stukje ervoor dat een levensnoodzakelijk gen wordt uitgeschakeld bij de aanvaller. "Eigenlijk laten we de insecten zelfmoord plegen," vat Thierry Bogaert samen. Die aanpak is behoorlijk revolutionair en overstijgt de genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) met insecticideresistentie of de planten met ingebouwd insecticide die vandaag op de markt zijn. Devgen heeft als het ware de technologie in handen voor genetische precisiebombardementen. Het is precies die activiteit die in het huidige businessplan de meeste ambitie vertoont. Bogaert en Windels beklemtonen dat die ontwikkeling tot een hybride biotechonderneming bij hen al die tijd in het achterhoofd zat. "Wij hadden in 1998 al onmiddellijk een patent op de RNAi-technologie," zegt Bogaert. "Aanvankelijk namen we een afwachtende houding aan. De markt van de GGO's was nog jong en pas de jongste tijd zien we dat het een reële markt is waar geld te verdienen valt. In 1998 was Monsanto nog aan het proberen om GGO's te laten accepteren." Devgen hoopte met zijn beursgang 30 miljoen euro op te halen. Vanuit internationaal perspectief is dat niet eens zo'n gigantisch bedrag. Het bedrijf heeft een traditie om zuinig om te springen met zijn centen. Zo haalde het bedrijf sinds zijn oprichting buiten de beurs al 37 miljoen euro op bij diverse gespecialiseerde durfkapitalisten, waaronder Gimv en Abingworth Ventures, die de belangrijkste financiers van het bedrijf zijn. Daar staat wel 40 miljoen euro tegenover die het bedrijf genereerde door zijn technologieplatform te exploiteren, bijvoorbeeld via onderzoekscontracten voor FMC of Sumitomo. Zo wist Devgen de jongste jaren steeds meer inkomsten te genereren en zijn verliezen te verminderen. Zegt Windels trots: "We hebben hier een gecontroleerde burnrate." Het nieuw opgehaalde geld wil de bedrijfsleiding hoofdzakelijk investeren in de agrodivisie (18 miljoen euro). Daar zit ook het meeste potentieel. Vreemd, want iedereen noemt de plantenbiotechnologie een business van kleine marges, waar bovendien enkele spelers het toneel domineren. Devgen ziet dat anders. "Vorig jaar waren de royalty's voor agrobiotech goed voor 5 miljard dollar," zegt Bogaert. "Biotechnologie gaat over het verkopen van knowhow. Elke GGO-combinatie van een gewas tegen een bepaalde pest heeft een omzetpotentieel vergelijkbaar met een farmaproduct."De productpijplijn van Devgen in gewasbescherming omvat naast een gamma GGO-programma's ook de formulering van een chemisch gewasbeschermingsproduct - een resultaat van de kennis die het bedrijf opbouwde door alle contractonderzoek voor onder andere Sumitomo en FMC. Zo wil Devgen zelf een nematicide of sproeistof tegen wormen op de markt hebben tegen 2009. Devgen ziet daar een aardige markt van 500 miljoen tot 1 miljard dollar. De huidige sproeistoffen tegen wormen zijn erg belastend voor het milieu. De Europese Unie wil zelfs een aantal van die sproeistoffen verbieden. Devgen hoopt zijn milieuvriendelijke kandidaat al vanaf 2009 op de markt te hebben. Ook in farma hoopt Devgen al inkomsten te genereren binnen een jaar. De pijplijn bevat nu drie producten die bijna rijp zijn om in klinische tests te worden ontwikkeld tot geneesmiddelen. Het gaat om een middel tegen hartritmestoornissen, een tegen diabetes en een tegen obesitas. Naar verluidt onderhandelt Devgen met een partner om het kandidaat-geneesmiddel tegen hartritmestoornissen in licentie te geven. Dat zou royalty's opleveren, zodra er een product komt, en natuurlijk een betaling vooraf bij ondertekening van het contract. Ook hier loopt het bedrijf niet meteen naast zijn schoenen. Devgen wil niet uitgroeien tot een grote biofarmaceutische speler, maar wil wel zijn knowhow verkopen en maximaal participeren in de waardeketting. "Het is mogelijk om preklinische kandidaat-geneesmiddelen in licentie te geven en toch een mooie stroom van royalty's te vangen in gebieden waar er een grote vraag is," meent Bogaert. "Onze producten richten zich op indicaties waarvoor er vandaag geen goede oplossingen zijn. Nogmaals, biotechnologie is het verkopen van knowhow."Roeland Byl Roeland Byl"Biotechnologie is het verkopen van knowhow."