De kloof is uitzichtloos
...

De kloof is uitzichtloosDezer dagen werden de lezers van de Financieel Ekonomische Tijd verrast met de uitslagen van een opiniepeiling bij twee verschillende groepen, over hun verwachtingen voor 1996. Aan de ene kant ging het om 500 Vlamingen boven de 18 jaar : representatief, zoals dat heet, voor de vijf miljoen Vlamingen. Aan de andere kant werden de vragen beantwoord door welgeteld 178 Vlaamse mandatarissen (verkozen als Vlaming in een van de diverse parlementen) : een ruime tweederde-meerderheid van de 248 personen die aangeschreven werden.In de twee groepen vallen de antwoorden soms samen, maar ze lopen ook vaak uiteen, wat de opiniemakers in de media als vanzelf beschouwingen ingeeft over een kloof tussen de burger en de politieke klasse. Hierbij dreigt de werkelijke originaliteit van dit onderzoek op de achtergrond te geraken : de peiling zelf van hetgeen ik hier het professionele politieke segment zou willen noemen, een segment dat toch een bijzondere relatie vertoont met de publieke opinie. In ekonomische termen uitgedrukt heeft deze groep te maken met de publieke opinie als grondstof of materiaal voor zijn aktie, maar ook als kapitaal of aktiemiddel.EXPONENT.Eigenlijk zou een opiniepeiling van de politieke mandatarissen op ieder ogenblik overbodig moeten zijn, althans wanneer het gaat over pertinente en belangrijke vragen (en per definitie mogen alleen deze vragen de politiek bereiken). Individueel, en uiteraard ook kollektief, is hun opinie bekend : uit stellingnamen en verklaringen, uit woorden en daden, uit stilzwijgen evenzeer want zij moeten niet altijd aan het woord zijn. Daarvan zijn zij ontslagen door hun behoren tot politieke groeperingen (onder meer en vooral partijen) en door hun deelname aan politieke organen, regeringen en alles wat daarop lijkt.Deze politieke wereld is slechts de exponent van een veel breder collectivum : een samenleving, een land, een natie, noem maar op. Daar heeft de publieke opinie het laatste woord. Haar vrijheid is verzekerd ; bij geregelde verkiezingen heeft de burger het laatste woord, en zo hebben de parlementen dan ook het laatste woord tegenover de regeringen. Deze publieke opinie is de pijler van het bestel. De mandatarissen krijgen van haar hun opdracht, zoals hun naam alleen reeds aanduidt.Daarom is het bijna zonderling te noemen dat zij zich lenen tot een opiniepeiling, zoals om het even wie. Men zou bij de mandatarissen eigenlijk hetzelfde spektrum van opinies moeten aantreffen als bij de groep die zij vertegenwoordigen, in dit geval de vijf miljoen Vlamingen. Zij zouden daarheen moeten verwijzen in plaats van te antwoorden, hetgeen bijna beneden hun waardigheid is. Toch heeft een ruime tweederde-meerderheid geantwoord op de vragen van het onderzoek.ONDERSCHEID.Alleen het feit van dit antwoord staaft een van de benaderingen van de huidige situatie, namelijk het bestaan van een "politieke klasse" : een groep die door het systeem is voortgebracht en die in zekere zin een "politieke kultuur" gemeen heeft doorheen alle scheidingslijnen, tegenstrijdige belangen en uiteenlopende mentaliteiten. Hoe deze groep zich onderscheidt van het zogezegde "gros" van de bevolking, schijnt moeilijk samen te vatten zeker niet in algemeenheden als linkser of rechtser, Vlaamser of minder Vlaams, enzovoort ; zelfs niet in het gebruikelijke onderscheid tussen optimisten en pessimisten.De politieke groep lijkt mij voorzichtiger, en vandaar skeptischer maar ook meer gelaten : de stijl van "er is weinig of niets aan te doen". Zijn de mandatarissen, of althans de grote meerderheid onder hen, verbruikt ? Abdiceren zij, staan zij hun funktie en hun macht onophoudelijk verder af aan anderen ?Men moet niet eens de vraag stellen wie die anderen zijn : de "doeners" nemen de open plaats in die de partikratie heeft achtergelaten na haar laatste herbevestiging bij de verkiezingen van vorig jaar. Zo funktioneert de huidige eerste minister (naast de koning als koning uiteraard) als president boven de partijen, boven alles ; boven de politiek, maar uiteraard niet boven de macht. Het peilen van de verkozenen op geregelde tijdstippen ontslaat deze "doeners" van heel wat andere, meer inspannende politieke aktiviteiten.KREDIET.Voor de politicus levert de openbare mening niet alleen een grondstof maar ook een grondslag, in ekonomische termen uitgedrukt een kapitaal. Hij steunt niet alleen op financiële middelen (waartoe hij zich de toegang vergemakkelijkt heeft), op organizatie en meer en meer ook op bekendheid (waarvoor hij langs de media moet passeren), maar ook op "krediet" : aanzien, gezag, vertrouwen, achting.Dit is geen exkursie in de etiek of in de deontologie zoals er zoveel zijn, en die veeleer bijdragen tot het verval dan tot het herstel. Zuiver zakelijk gezien integendeel : waarop kan men steunen wanneer men deze ouderwetse pijlers heeft verlaten ? De politici beschikken niet meer over hun werkkapitaal aan gezag, ontzag en vertrouwen ; daardoor verliest het publiek zijn laatste verwachting, men zou kunnen zeggen zijn laatste toevlucht.Dit is erger dan de overbekende en aloude kloof tussen het wettelijke en het werkelijke land. De kloof is nu uitzichtloos geworden. Binnen noch buiten de instellingen (men kan dit woord naar vrije keuze voorzien van ideologische etiketten), binnen noch buiten de politiek (men kan naar vrije keuze een partij met name noemen, of een koalitie, of een vernieuwingsbeweging) bestaat er enig ernstig vooruitzicht op verandering. LODE CLAESLode Claes is voorzitter van de redaktie-adviesraad.