Tractebel, Fortis, Petrofina, Sabena... Die namen maken al jaren deel uit van de economische geschiedschrijving. Ze zijn overgenomen door een buitenlandse groep, fuseerden met andere multinationals of gingen failliet. Economen en historici vragen zich nog altijd af waarom dit land die economische kroonjuwelen is kwijtgeraakt. En waarom andere Belgische bedrijven als AB InBev, UCB, Ackermans & van Haaren, Solvay, Sibelco, KBC enzovoort wel nog succesvol zijn.
...

Tractebel, Fortis, Petrofina, Sabena... Die namen maken al jaren deel uit van de economische geschiedschrijving. Ze zijn overgenomen door een buitenlandse groep, fuseerden met andere multinationals of gingen failliet. Economen en historici vragen zich nog altijd af waarom dit land die economische kroonjuwelen is kwijtgeraakt. En waarom andere Belgische bedrijven als AB InBev, UCB, Ackermans & van Haaren, Solvay, Sibelco, KBC enzovoort wel nog succesvol zijn. De Franstalige historici Vincent Dujardin, Vincent Delcorps en Anne-Sophie Gijs geven in Paroles de patrons. Que sont devenus nos fleurons nationaux? niet alleen een klassiek historisch overzicht van de geschiedenis van Belgiës grootste bedrijven. De auteurs interviewden ook zeventig voormalige captains of industry en ministers. Figuren die op de eerste rij zaten toen de 'uitverkoop' van de Belgische ondernemingen begon. Dat proces werd ingezet op het moment dat de markten van de Europese lidstaten werden opengegooid en de economie een nieuwe mondialiseringsgolf kende. Waarom werden de Belgische bedrijven een prooi en geen roofdier? Het Belgische bedrijfsleven was eind jaren tachtig vastgeroest. In Vlaanderen was er wel een netwerk van kmo's, die vaak ten dienste stonden van - meestal Amerikaanse en Duitse - multinationals in onder andere de Antwerpse haven. Maar de grote, klassieke Belgische bedrijven hingen in belangrijke mate af van de Generale Maatschappij, een ouderwetse holding zonder toekomstvisie. De mislukte raid van de Italiaanse zakenman Carlo De Benedetti in 1988 gooide de knuppel in het hoenderhok. Het was de aanzet voor grote Franse groepen om Belgische topbedrijven in te palmen. Petrofina en Tractebel kwamen in Franse handen. Volgens de auteurs heeft dat te maken met de keuzes die enkele figuren uit de haute finance hebben gemaakt. Albert Frère was een financier en een trader, veeleer dan een industrieel met een nationale reflex. "Voor hem was de meerwaarde van een verkoop belangrijker dan het beslissingscentrum van een onderneming waarvan hij aandeelhouder was." Het had anders kunnen lopen. Zo vertelt Paul Haine, ex-CFO van Tractebel, dat kort voor de raid van De Benedetti op de Generale Maatschappij een ander plan op tafel lag. Groep Brussel Lambert (GBL) van Albert Frère plande een overname van de Generale Maatschappij. "De nieuwe entiteit zou raiders afschrikken. De overname zou geleid hebben tot een rationalisering bij de dochterbedrijven van de Generale. Tractebel zou Belgisch gebleven zijn, Petrofina misschien ook. De beslissingscentra hadden zich wellicht nog altijd in Brussel bevonden." Een andere vaststelling was dat de Vlamingen niet geïnteresseerd waren in de redding van bedrijven en zeker niet van de Generale, waar ze de tweede viool speelden en vaak zelfs geen zitje kregen in het bestuur. De opkomende Vlaamse economische elite keek gniffelend toe terwijl de Brusselse haute finance spartelde om het hoofd boven water te houden. De auteurs gaan ook na waarom andere Belgische bedrijven internationaal wél succes hadden. Hun conclusie: ze waren flexibeler en hadden een moderner management. Vincent Delcorps (Red.), Paroles de patrons. Que sont devenus nos fleurons nationaux ? Racine, 2017, 689 blz., 34,95 euro Alain Mouton