Het motto van zijn voorganger en partijgenoot Gaston Geens indachtig ("bewijzen dat wat we zelf doen, beter doen") leverde Yves Leterme (CD&V) met zijn Vlaamse regeerploeg begin deze week een ambitieus beleidsplan af. Over de komende vier jaar wil hij zo'n 3,5 miljard euro investeren in innovatie, scholen, welzijn, huisvesting, logistiek en de arbeidsmarkt.
...

Het motto van zijn voorganger en partijgenoot Gaston Geens indachtig ("bewijzen dat wat we zelf doen, beter doen") leverde Yves Leterme (CD&V) met zijn Vlaamse regeerploeg begin deze week een ambitieus beleidsplan af. Over de komende vier jaar wil hij zo'n 3,5 miljard euro investeren in innovatie, scholen, welzijn, huisvesting, logistiek en de arbeidsmarkt. Prioritaire aandacht gaat daarbij naar de "versterking van de economische slagkracht van Vlaanderen", als basis voor meer welvaartscreatie. Een goede zaak, al is dat laatste lang niet meer zo evident. Wie over welvaartscreatie spreekt, denkt meteen aan drie dingen: het behoud van de economische beslissingscentra in de regio, een ruime lokale tewerkstelling en de creatie ter plaatse van toegevoegde waarde. Het probleem is echter dat de woordjes 'lokaal' en 'plaatselijk' niet meer hetzelfde betekenen als pakweg tien of twintig jaar geleden. Voor veel Belgische bedrijven is het begrip thuismarkt of 'thuisbasis' erg relatief geworden. De patron van een KMO die expandeert, aanziet Nederland, Frankrijk of Duitsland nog nauwelijks als het buitenland. De échte internationale uitdaging ligt voor hem in de nieuwe EU-lidstaten, China, India of Rusland. Komt daar nog bij dat onze binnenlandse markt - die per definitie kleinschalig en rijp is - geen voldoende hefboom biedt om onze verdere welvaartsgroei te verzekeren. Dat speelde vroeger ook al een beetje mee (we hebben altijd dankzij onze export veel welvaart kunnen invoeren), maar geldt nu meer dan ooit. De centrale as van de internationale groeimarkten is verschoven naar het oosten. België is vandaag niet meer de spil van euroland. Bedrijfsleiders die in die globale rat race succes willen oogsten, kunnen het zich niet meer permitteren om eerst een sterke positie in de lokale Belgische of Vlaamse markt uit te bouwen, met een behoorlijk breed gamma van producten en diensten, en dan uit te zwermen over de grenzen van de buurlanden. Die olievlekaanpak - zoals academicus en Gimv-voorzitter Herman Daems onlangs op een Voka-bijeenkomst stelde - werkt niet meer. Het is alles of niets geworden. Wie vandaag in B2B of gespecialiseerde, technologische markten actief wil zijn ("België is al lang geen land van bier en chocolade meer," merkt Daems op) moet van bij de start internationaal gaan. Hij zal van meet af aan buitenlandse vestigingen moeten openen, joint ventures aangaan, netwerken weven en aandelen kopen in buitenlandse bedrijven. Zoiets heeft zijn implicaties voor een Vlaams of Belgisch economisch beleid. Voor onze groeikracht is dit land nog steeds in eerste instantie aangewezen op middelgrote ondernemingen die een omzet draaien van zo'n 100 miljoen euro. De kostprijs die deze bedrijven moeten betalen voor hun internationale entreekaartje is echter relatief hoger geworden, omdat ze nu veel sneller in diverse landen acte de présence moeten geven. Houdt de regering-Leterme hier voldoende rekening mee? De fusie van de Dienst Investeren in Vlaanderen en Export Vlaanderen tot FIT (Flanders Investment & Trade) is eindelijk een realiteit. Die nieuwe entiteit zal - als doorgeefluik en informatiedatabank (de googlisering van FIT, aldus Daems) - nu zijn slagkracht in de praktijk moeten bewijzen. Duidelijke en doordachte afspraken op Vlaams en federaal niveau zullen noodzakelijk zijn. Denk maar aan allerlei vormen van fiscale harmonisering (die er nu nog niet zijn) voor Belgische bedrijven die filialen in het buitenland opzetten, of het afsluiten van bilaterale investerings- en belastingakkoorden met landen die beloftevolle groeimarkten zijn. Zelfs Europees zal Yves Leterme stappen moeten zetten. In zijn toespraak voor het Agoria-platform Industrie Vlaanderen op 16 september wees hij op de strategie van zijn regering om excellentiepolen of kenniscentra rond automobieltoelevering, mechatronica, logistiek, breedbandtechnologie of nanotechnologie te financieren. Maar wat als andere EU-landen dezelfde keuzes maken? Moet daarover niet eerst op Europees niveau onderhandeld worden? Een cruciaal punt, omdat net toptechnologie en wetenschap de ultieme lokmiddelen zullen worden om nieuwe investeerders in deze regio aan te trekken. Er is nog een lange weg te gaan voordat deze Vlaamse regering zal kunnen bewijzen dat wat ze zelf doet, effectief ook beter is voor onze welvaartscreatie op lange termijn. Maar deze beleidsnota vormt de goede aanzet. piet depuydt hoofdredacteurEr is nog een lange weg te gaan voordat deze Vlaamse regering zal kunnen bewijzen dat wat ze zelf doet, effectief ook beter is. Maar deze beleidsnota vormt de goede aanzet.