Als grote bedrijven moeten afslanken, halen ze alle media. Dat bleek vorige week nog bij de warenhuisketen Carrefour. Veel stiller blijft het over de bedrijven die banen scheppen. En dat blijken vooral snel groeiende bedrijven te zijn, 'Gazellen' genoemd. We zetten de cijfers op een rij. Alle Belgische privébedrijven met minstens tien werknemers hebben tussen 2013 en 2016 per saldo - na aftrek van de ontslagen - 83.643 nieuwe banen gecreëerd. Liefst 85 procent van die nieuwe banen werd geleverd door een groepje van 744 snel groeiende bedrijven of Gazellen. Hoewel het groepje amper 3,3 procent uitmaakt van alle Belgische privébedrijven met minstens tien werknemers, zorgen ze voor bijna de volledige tewerkstellingsgroei.
...

Als grote bedrijven moeten afslanken, halen ze alle media. Dat bleek vorige week nog bij de warenhuisketen Carrefour. Veel stiller blijft het over de bedrijven die banen scheppen. En dat blijken vooral snel groeiende bedrijven te zijn, 'Gazellen' genoemd. We zetten de cijfers op een rij. Alle Belgische privébedrijven met minstens tien werknemers hebben tussen 2013 en 2016 per saldo - na aftrek van de ontslagen - 83.643 nieuwe banen gecreëerd. Liefst 85 procent van die nieuwe banen werd geleverd door een groepje van 744 snel groeiende bedrijven of Gazellen. Hoewel het groepje amper 3,3 procent uitmaakt van alle Belgische privébedrijven met minstens tien werknemers, zorgen ze voor bijna de volledige tewerkstellingsgroei. Die frappante vaststellingen komen van het iGMO (Impulscentrum Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen), een kenniscentrum van Vlerick Business School. Het iGMO hanteert de OESO-definitie van snelle groeiers of Gazellen: bedrijven met minstens tien werknemers die hun personeelsbestand jaarlijks met meer dan 20 procent zien groeien over een periode van drie jaar. Trends volgt een andere benadering voor de Gazellen - dat is een rangschikking van de snelst groeiende bedrijven - maar de conclusie blijft dezelfde: snelle groeiers zijn essentieel voor de banengroei. Hetzelfde fenomeen zien we bij de toegevoegde waarde. Die meet het vermogen van bedrijven om met grondstoffen en ander toebehoren een waardevol product te maken. Hoe meer waarde onze bedrijven toevoegen, hoe groter onze welvaart. Tussen 2013 en 2016 creëerden alle Belgische privébedrijven met minstens tien werknemers voor 23,5 miljard euro toegevoegde waarde. Een kleine helft daarvan (11,3 miljard euro) komt op rekening van 1532 snelle groeiers. Volgens de OESO-definitie zijn dat bedrijven die jaarlijks een groei van hun toegevoegde waarde realiseren van meer dan 20 procent over een periode van drie jaar. En opnieuw gaat het om een select groepje, goed voor slechts 6,8 procent van het totale aantal bedrijven met minstens tien werknemers. Snelle groeiers zijn dus goed voor de economie, ze zorgen voor banen en welvaart. Maar er is ook slecht nieuws. "Snelle groeiers houden het tempo niet lang vol", zegt Yannick Dillen, onderzoeker aan Vlerick Business School en de auteur van de studie. "Vaak heeft de baas te veel aan zijn hoofd om uit te kijken naar nieuwe markten of producten, om zo de snelle groei te bestendigen. Hij zou taken moeten delegeren, maar kan de controle niet loslaten, het eeuwige probleem bij de snelle groeiers." Het betekent dat er telkens nieuwe snelle groeiers moeten opstaan om de uitvallers te vervangen. Die aflossing lijkt te lukken. Het groepje van 744 bedrijven die tussen 2013 en 2016 een snelle banengroei realiseerden, bestaat voor het grootste deel uit aflossers. Slechts 41 van hen waren ook al snelle groeiers tussen 2009 en 2012. Veel bedrijven sluiten zich dus aan bij het groepje, maar veel bedrijven haken ook af, zodat het groepje over de jaren heen ongeveer even groot blijft, goed voor 3 à 3,5 procent van de Belgische bedrijven. Dat aandeel is klein en zou groter moeten. Maar het is niet aan de overheid daarvoor te zorgen, zegt professor Hans Crijns, directeur van het iGMO. "Ondernemen is als een bergrit. Het eindigt nooit met een massasprint. De besten winnen, en zo hoort het ook. Overheidsbeleid toegespitst op snelle groeiers riskeert de verkeerde bedrijven te helpen. Snelle groei valt niet te voorspellen. Er zijn bedrijven die jarenlang sluimeren en plots een groeisprint maken, dankzij een bewindswissel bijvoorbeeld." Gazellen zijn ook een erg heterogene groep. "Zowel het jonge clouddienstenbedrijf Destiny als de gevestigde bakkerijgroep La Lorraine is een snelle groeier", zegt Crijns. "Uiteraard zijn er een aantal noodzakelijke voorwaarden, zoals goed leiderschap, getalenteerde medewerkers, marktgerichtheid en innovativiteit. Maar de gouden tip voor snelle groei bestaat niet." Als de overheid iets kan doen, dan is het met onderwijs en opleiding. Dat leert een enquête van het iGMO bij 109 Gazellen. Driekwart vermeldt 'het vinden van de juiste mensen' als het grootste obstakel voor groei. Snelle groeiers zijn vaak kennisintensieve bedrijven, maar uitgerekend kenniswerkers zijn het moeilijkst te vinden. "Allicht is dat de reden waarom snelle groeiers oververtegenwoordigd zijn in Antwerpen en Brussel", zegt Dillen. "Daar vind je gemakkelijker kenniswerkers." Het probleem is des te pijnlijker nu de digitale omwenteling volop woedt. Liefst 63 procent van de ondervraagde snelle groeiers bleek geen onlineverkoop te hebben. "Digitalisering is de grootste bron van groei, als je bij de voorlopers bent", zegt Dillen. Maar ook de digitalisering wordt een bergrit met veel uitvallers, waarschuwt Crijns. "Als je een sterke kopgroep wil, moet je veel achterblijvers dulden."