Sommige zijn piepklein, sommige erg groot. Een totaaloverzicht bestaat niet, maar er gaan zeker ettelijke miljarden euro om in de fondsen voor bestaanszekerheid. Elke sector kent zijn eigen fonds. Dat wordt gefinancierd via de sociale bijdragen en zorgt voor aanvullende sociale uitkeringen, of voor vorming en opleiding (zie kader: Wat doet een fonds voor bestaanszekerheid?).
...

Sommige zijn piepklein, sommige erg groot. Een totaaloverzicht bestaat niet, maar er gaan zeker ettelijke miljarden euro om in de fondsen voor bestaanszekerheid. Elke sector kent zijn eigen fonds. Dat wordt gefinancierd via de sociale bijdragen en zorgt voor aanvullende sociale uitkeringen, of voor vorming en opleiding (zie kader: Wat doet een fonds voor bestaanszekerheid?). De transparantie van de fondsen voor bestaanszekerheid is miniem. Jaarrekeningen zijn officieel wel publiek, maar zelden toegankelijk. Zelfs de overheidsadministratie en de politieke wereld beten hierop hun tanden al stuk. De jongste tijd neemt vooral het Vlaams Belang de fondsen op de korrel. Sommige blijken aan niet-vakbondsleden kosten aan te rekenen voor de uitbetaling van premies. Nochtans is dat wettelijk niet toegelaten. Dat heeft uittredend minister van Werk Peter Vanvelthoven (SP.A) al erkend in zijn antwoord op een parlementaire vraag. In de voorbije maanden kwamen wanpraktijken aan het licht in het Fonds Zeevisserij (waar niet-vakbondsleden geen eindejaarspremie kregen), het Fonds Bewakingsdiensten (waar afhoudingen op de eindejaarspremie gebeurden), het Fonds Bouw en het Fonds Schoonmaak. In het Sociaal Fonds voor de Schoonmaak- en Ontsmettingssector worden bijvoorbeeld al bijna twintig jaar lang 2,5 % kosten afgehouden van de aanvullende uitkeringen. Vlaams Belang schat dat er op die manier in totaal 887.832 euro is afgehouden. "Ook in de houtsector worden administratiekosten aangerekend op de sociale premies die aan niet-vakbondsleden worden uitbetaald", zegt een voormalige insider. "Ik moet dat met klem ontkennen", stelt Rik Desmet, federaal secretaris van de Algemene Centrale van het ABVV. "Er worden geen administratiekosten aangerekend aan niet-vakbondsleden." De insider stelt: "Dan zoekt men nu andere constructies." Guy Denudt, directeur van het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Houthandel, ontkent eveneens dat er bedragen op de lonen of uitkeringen worden ingehouden. Dat het fonds al jaren geen RSZ-bijdragen op de eindejaarspremies voor de arbeiders in de houthandel betaalt, roept echter vraagtekens op. Eigenlijk is dat een vorm van sociale fraude. Het fonds reikt de premie uit onder de vorm van een cheque, die door de werkgever wordt overgemaakt aan elke arbeider. Enkel de fiscale voorheffing wordt aan de bron door het fonds ingehouden. Uit de balans van het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Houthandel blijkt dat de voorbije vijf jaar een groot bedrag aan verschuldigde RSZ-bijdragen niet werd betaald. Tussen 2002 en 2005 werden in totaal bijna 8 miljoen euro aan sociale voordelen uitbetaald. Als we ervan uitgaan dat de RSZ-bijdragen van werkgevers noch van werknemers werden betaald - het gaat hier respectievelijk om 35 % en 13,07 % op het totaalbedrag - dan komen we op 3,84 miljoen euro onbetaalde RSZ-bijdragen. De situatie beperkt zich blijkbaar tot het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Houthandel. Bij de verwante sector van de Stoffering en Houtbewerking (23.500 arbeiders) worden de eindejaarspremies volledig onderworpen aan de RSZ, zo beklemtoont ACV-bestuurder Stefaan Vanthourenhout. "En bij de uitbetaling van de eindejaarspremie worden bij ons evenmin administratiekosten aangerekend aan niet-vakbondsleden. De vakbondsleden krijgen samen met de eindejaarspremie een syndicale premie zoals wettelijk voorzien." Volgens een insider staan de aangehaalde onregelmatigheden echter niet alleen. De balansen van alle fondsen voor bestaanszekerheid worden officieel ter goedkeuring voorgelegd in het paritair comité of subcomité, maar in de praktijk worden die documenten niet uitgedeeld en worden de balansen systematisch goedgekeurd. "Daarna worden ze neergelegd op de griffie van de FOD Werkgelegenheid. Wat daar gebeurt, is onduidelijk. Er wordt blijkbaar niet gecontroleerd of er onregelmatigheden zijn. Het heeft mij altijd geschokt hoe in een fonds akkoordjes worden afgesloten door een paar mensen rond de tafel, die over het geld van de gemeenschap beslissen." De paritaire raad van bestuur beheert de financiën 'zeer autonoom', zo luidt de verklaring. Dat zou al jaren aan de gang zijn, waardoor de sociale zekerheid miljoenen euro is misgelopen. "Wanneer sociale fraude wordt ontdekt, krijg je boetes waarbij de administratie vijf jaar teruggaat in de tijd", aldus onze bron. "Het fonds van de houtsector had provisies aangelegd voor het geval er zich een sociale inspectie aandiende en er een boete zou volgen." Desmet betwist die aantijgingen en stelt dat alles binnen het bewuste fonds conform de wet gebeurt. "In alle sectoren zijn er aparte vormen van eindejaarsbeloning, vaak om historische redenen. In sommige sectoren gaat het om een percentage van het loon, in andere om een forfaitair bedrag. Men mag echter niet vergeten dat er soms nog andere voordelen worden uitbetaald samen met de eindejaarspremie, zoals syndicale premies en aanvullende vergoedingen op de werkloosheidsuitkering. Samen vormen die dan een sociaal voordeel. Dat is echter wat anders dan een gewone eindejaarspremie." Hoe dan ook is een gedeelte van dat sociale voordeel een klassieke eindejaarspremie, en voor niet-vakbondsleden en mensen die niet werkloos zijn geweest, is zelfs het totale bedrag een eindejaarspremie. En dus moeten er ook sociale bijdragen op worden betaald. Dat is de stelling van Lijst Dedecker (LDD): "Het klopt dat syndicale premies en aanvullende vergoedingen op de werkloosheidsuitkering vrijgesteld zijn van RSZ-bijdragen, maar in dit geval is de vergoeding in de geest toch een eindejaarspremie. Die term wordt trouwens ook gebruikt in de brieven aan de werkgevers", aldus een woordvoerder. Twee bouwvakkers, van wie één bruggepensioneerd, eisen ondertussen via de rechtbank dat het Fonds voor Bestaanszekerheid in de bouwsector onterecht ingehouden bedragen alsnog aan hen uitkeert. De eerste zitting heeft morgen, vrijdag 7 december, plaats voor de arbeidsrechtbank van Brussel. Beide werknemers waren lid van de vakbond, maar werden vanwege banden met het Vlaams Belang uitgesloten. Ze stelden vast dat daarna de uitkeringen die ze kregen van het Fonds voor Bestaanszekerheid, plots fors verminderden. Hun aanvullende uitkering voor brugpensioen lag 12 % lager. De aanvullende vergoeding voor weerverlet daalde ook met 12 %. Beiden protesteerden per aangetekende brief, maar kregen geen enkel antwoord. Volgens de eisers mogen bestuurskosten niet verhaald worden op de werknemers en zeker niet alleen op niet-vakbondsleden. In de nieuwe CAO van begin dit jaar is de inhouding geschrapt. "We waren daar al mee bezig, maar de interpellaties van het Vlaams Belang waren wel een katalysator", zegt de woordvoerster van de Confederatie Bouw. Het grootste fonds van bestaanszekerheid is dat van de bouwsector. Het laatst beschikbare jaarrapport dateert van 2004-2005. In dat jaar werd 849 miljoen euro bijdragen geïnd bij de werkgevers. Samen met opbrengsten uit beleggingen haalde het fonds 916 miljoen euro inkomsten. Er werd 907 miljoen euro uitgegeven, waarvan 874 miljoen aan de werknemers werd uitgekeerd. Uit interne documenten die Trends kon inkijken, blijkt dat ook de vakbonden er beter van werden. Zo ging er in het boekjaar 2004-2005 niet minder dan 6,2 miljoen euro naar de vakantie-accommodatie van de vakbonden. "Daarmee renoveren we onze bestaande sociale vakantiehuizen", zegt Alain Clauwaert, voorzitter van de Algemene Centrale van het ABVV en bestuurder van het Fonds Bouw. De CAO van begin dit jaar heeft dit bedrag verhoogd naar 6,4 miljoen euro. Via de fondsen voor bestaanszekerheid kunnen de vakbonden ook een tweede inkomstenbron aanboren: de syndicale vorming. Dat leverde in de bouwsector ruim 1,8 miljoen euro op. Ten slotte krijgen de vakbonden nog eens 2,4 miljoen euro aan administratiekosten. Het Fonds Bouw en zijn 71 werknemers krijgen 25 miljoen euro administratiekosten. Alles samen hebben de vakbonden dus 10,4 miljoen euro ontvangen uit het fonds voor bestaanzekerheid in de bouwsector. Uit interne documenten blijkt dat het ACV daarvan 5,9 miljoen euro kreeg, het ABVV 3,8 miljoen euro en het ACLVB 700.000 euro. De politieke aanvallen op de fondsen (zie kader: Politiek valt fondsen aan) beginnen resultaat af te werpen. De bevoegde minister Peter Vanvelthoven (SP.A) heeft op parlementaire vragen al geantwoord dat praktijken waarbij inhoudingen op premies aan niet-vakbondsleden gebeuren, onwettelijk zijn. Hij heeft in het voorjaar een oproep tot onderzoek gedaan aan de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad. Dat heeft tot nu toe niets opgeleverd. "Wij merken dat in sommige sectoren de inhoudingen op premies aan niet-vakbondsleden stilzwijgend worden stopgezet", zegt Marie-Rose Morel van het Vlaams Belang. Desondanks lijkt de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg slechts in beperkte mate bereid om een eind te stellen aan de aangehaalde praktijken. Op een brief van Marie-Rose Morel antwoordt Michel Aseglio, directeur-generaal van de FOD Werkgelegenheid immers: "Voor uw uitgebreide en algemene vraagstelling zal ik om dezelfde redenen en omwille van de buitengewone werklast die eruit voortspruit, eventueel genoodzaakt zijn het onderzoek te beperken tot een steekproef in een paar sectoren. Het ligt dus niet in de verwachting dat het onderzoek alle niet-uitbetaalde vergoedingen aan het licht zou kunnen brengen."Alain Mouton en Guido Muelenaer