Vertrouwen moet
...

Vertrouwen moetToen de eerste barsten verschenen in de Berlijnse Muur, verkondigde de Amerikaanse politieke wetenschapper Francis FukuyamaHet einde van de geschiedenis. Achter die simpele kreet verborg hij een Hegeliaanse syntese. De ruim honderdjarige strijd tussen marxisme en kapitalisme mondde uit in de overwinning van de liberale demokratie. Hoe het precies met de nieuwe polarizaties moet (islam, westerse marktdemokratie en confucianisme), liet de auteur onvermeld. Die leemte vult hij evenmin bevredigend op in Welvaart, de eigenaardige vertaling van Trust, de jongste turf van de ideologische waaghals. Ook nu weer slaagt hij erin zijn wijdlopig betoog te kristallizeren in een heldere tegenstelling. Deze keer loopt het breukvlak niet langer tussen marxisme en kapitalisme, maar tussen vertrouwen en wantrouwen. De tweedeling bepaalt in hoge mate hoe de diverse landen en kulturen het algemene kapitalistische model kneden tot een eigen variant. Het sukses ervan tegenover de andere kapitalistische versies wordt al even sterk gedetermineerd door de faktor vertrouwen. Om die raadselachtige verklaring toe te lichten, moeten we een ommetje maken langs de teoretici. Volgens de neoklassieken (zoals Milton Friedman) is ekonomische doelmatigheid het gevolg van rationele beslissingen die stoelen op eigenbelang. Adam Smith was het daar niet helemaal mee eens. Hij geloofde ook in het belang van gemeenschapszin. Efficiëntie komt er pas als mensen zich verenigen tot een goed geoliede organizatie. Daarvoor is wederzijds vertrouwen van kapitaal belang (ook in letterlijke zin). Fukuyama stelt dat de neoklassieken voor 80 % gelijk hebben, maar dat de overige 20 % wel de doorslag geven in de internationale konkurrentiewedloop. Landen met een hoog vertrouwen bouwen sociaal kapitaal op. Dat uit zich in het overwicht van efficiënte grote ondernemingen en het verregaande liberale bestel. Voorbeelden zijn Duitsland, de VS en Japan. De gemeenschapszin wortelt er in tradities als de gilden (Duitsland), de gereformeerd-kristelijke kultuur (VS) en de samoerai (Japan). Katolicisme en confucianisme daarentegen zorgen voor kulturen waarin het gezin op de eerste plaats komt. Daar ontstaat weinig vertrouwen in de grote verbanden. In zulke landen krijgen we dan ook een KMO-lappendeken, doorgaans aangevuld met grote, al te statische ondernemingen waarvoor het initiatief veeleer van de overheid komt. Als voorbeelden noemt Fukuyama vooral Italië, Frankrijk, China en Korea. De overwinning is weggelegd voor de vertrouwenskulturen. De VS zitten dus in een knusse zetel ? Juist niet, klaagt Fukuyama. Het wederzijdse vertrouwen daalt er spectaculair. Die trend moet omgebogen worden. Of hoe de kultuur de ekonomie regelt ?LUC DE DECKERFrancis Fukuyama, Welvaart. Contact, 448 blz., 1300 fr.