Strijd tegen fiscale fraude. De strijd tegen de fiscale fraude is elk jaar een vaste rubriek in de begroting. In 2007 moet deze operatie 306 miljoen euro opleveren. Nu speelt de overheid met het idee om de diensten van de sociale zekerheid de inkomsten uit arbeid automatisch te laten meedelen aan de fiscus, zodat de belastingplichtige zijn inkomsten (uit arbeid) niet langer zou hoeven aan te geven. Deze informatisering gebeurt onder het mom van de vereenvoudiging van de administratieve rompslomp voor de burger, maar is in werkelijkheid een efficiënt middel tegen belastingontduiking.
...

Strijd tegen fiscale fraude. De strijd tegen de fiscale fraude is elk jaar een vaste rubriek in de begroting. In 2007 moet deze operatie 306 miljoen euro opleveren. Nu speelt de overheid met het idee om de diensten van de sociale zekerheid de inkomsten uit arbeid automatisch te laten meedelen aan de fiscus, zodat de belastingplichtige zijn inkomsten (uit arbeid) niet langer zou hoeven aan te geven. Deze informatisering gebeurt onder het mom van de vereenvoudiging van de administratieve rompslomp voor de burger, maar is in werkelijkheid een efficiënt middel tegen belastingontduiking. Aandelen aan toonder. De banken mogen vanaf 1 januari 2008 geen aandelen aan toonder meer afgeven. Tegen 2015 moeten deze stukken verdwijnen. Door de aan de gang zijnde dematerialisatie van (Belgische) effecten komen steeds meer kluizen leeg te staan. Kluizen herbergden vaak effecten waarvan de erfgenamen al eens vergaten om ze aan te geven. Nochtans is een kluis geen waterdichte successieplanning. Vooreerst zijn de banken verplicht om bij overlijden van een (mede-)titularis het bestaan van een kluis door te geven aan de Ontvanger van de Successierechten, die vervolgens het recht heeft om bij de opening ervan aanwezig te zijn. De zaken in de kluis worden geacht in eigendom toe te behoren aan de overleden titularis. Zijn er drie titularissen, dan wordt de eigendom geacht voor 1/3 toe te behoren aan de overleden titularis. Eenvoudige geschriften die vermelden dat bijvoorbeeld effecten in de kluis aan een derde toebehoren, zijn op zich niet tegenstelbaar aan de fiscus. Om al deze problemen te vermijden, worden familiestukken al eens bewaard in een kluis op naam van een rechtspersoon, die het voordeel heeft niet te kunnen sterven. Investeringen. Investeringen mogen niet te lang worden uitgesteld nu de notionele interestaftrek het gebruik van eigen vermogen fiscaal aanmoedigt. Belastingplichtigen die plotseling merken dat ze teveel winsten hebben gemaakt (of onvoldoende hebben voorafbetaald), hebben wel eens de reflex om voor het jaareinde nog enkele investeringen te doen. Een koppel deed hetzelfde en kocht nog twee wagens vóór het jaareinde, maar schreef de wagens slechts het daaropvolgende jaar in. Toch nam het de afschrijvingen in het jaar van aankoop reeds fiscaal in aftrek. De rechtbank heeft hen evenwel teruggefloten: vermits de wagens niet waren ingeschreven, konden ze onmogelijk gebruikt zijn voor beroepsdoeleinden. Kosten zijn slechts fiscaal aftrekbaar wanneer de activa waarop ze betrekking hebben op dat ogenblik worden gebruikt voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid (Rb. Hasselt, 4 januari 2006). Representatiekosten. De toekenning van een belastingvrije forfaitaire representatievergoeding aan de werknemers is sinds jaar en dag gekend als een aantrekkelijke bezoldigingstechniek. De toegekende bedragen dienen evenwel te beantwoorden aan een realiteit. Vele werkgevers hebben wel eens de neiging om deze bedragen kunstmatig op te trekken. In deze hypothese zal de fiscus de vergoeding proberen te herkwalificeren als een verdoken bezoldiging in hoofde van de werknemer, waardoor het voordeel van een representatievergoeding op zijn minst gezegd verloren gaat. De werkgever dient er ook op toe te zien dat de kosten waarvoor hij een vergoeding betaalt in wezen aftrekbare kosten zijn. Onlangs oordeelde de rechter dat een representatievergoeding van 350 euro billijk leek, maar dat de een bijkomende vergoeding van 112,5 euro voor kledijkosten als een bezoldiging in hoofde van de werknemers moest worden beschouwd. Kledijkosten zijn immers een niet-aftrekbare uitgave voor de werkgever en vergoedingen hiervoor kunnen dan ook niet belastingvrij worden uitgekeerd aan de werknemer (Rb. Luik, 20 april 2006). Didier Van Laere is advocaat gespecialiseerd in fiscaal en vennootschapsrecht.