HET CORONAVIRUS slaat wild om zich heen. De semi-lockdown heeft een enorme impact op onze economie, die zo goed als tot stilstand is gekomen. Als de economie tot stilstand komt, komt ook de overheid in problemen, want die ziet haar fiscale inkomsten verdampen en het gat in de begroting spectaculair toenemen.
...

HET CORONAVIRUS slaat wild om zich heen. De semi-lockdown heeft een enorme impact op onze economie, die zo goed als tot stilstand is gekomen. Als de economie tot stilstand komt, komt ook de overheid in problemen, want die ziet haar fiscale inkomsten verdampen en het gat in de begroting spectaculair toenemen. HET SPREEKT VOOR ZICH dat de fiscale administraties in die omstandigheden de belastingplichtigen die hun verplichtingen niet kunnen nakomen, niet zomaar kunnen berispen. Ook de diverse regeringen van ons land hebben daar oog voor. Ze hebben maatregelen genomen om de burgers en de bedrijven met zo weinig mogelijk fiscale kleerscheuren door de crisis te loodsen. De federale regering verlengde de aangiftetermijn voor de vennootschaps- en de rechtspersonenbelasting. Ook voor de btw-aangifte is er meer tijd. Daarnaast wordt een automatisch uitstel van twee maanden verleend voor de betaling van de btw, de bedrijfsvoorheffing, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de rechtspersonenbelasting. De Vlaamse overheid heeft beslist dat de aanslagbiljetten voor de onroerende voorheffing in september in plaats van in mei worden verstuurd. Voor de aangifte van de erf- en de registratiebelasting zijn twee extra maanden toegekend. DIE MAATREGELEN zijn meer dan welkom. Maar aan de fiscale rechtsbescherming wordt te weinig aandacht besteed. Wie in een conflict met een fiscale administratie zit, wordt gedwongen om binnen strikte termijnen te antwoorden op berichten van een wijziging, bezwaar in te dienen tegen fiscale aanslagen of naar de rechter te stappen. In normale omstandigheden is dat door de korte termijnen al niet vanzelfsprekend, laat staan nu mensen ziek zijn en de kantoren van fiscale raadgevers gesloten zijn. TOCH LOPEN DIE TERMIJNEN onverbiddelijk. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, omdat zowel de administratie als de rechtspraak aanvaardt dat fiscale termijnen kunnen worden verlengd in geval van overmacht. Dat kan een oplossing zijn om de fiscale rechtsbescherming te garanderen, op voorwaarde dat de coronacrisis als overmacht wordt aanvaard, maar dat is nog lang niet zeker. Overmacht kan slechts voortvloeien uit een gebeurtenis die onafhankelijk is van de menselijke wil, en die bovendien onvoorzienbaar en onvermijdbaar is. De fiscale rechtspraak is daar heel streng in. WIE GETROFFEN WORDT door het coronavirus, hoeft niet op veel clementie van de fiscale rechtspraak te rekenen. Het hof van beroep van Antwerpen oordeelde al dat ziekte op zich geen overmacht is voor de belastingplichtige, omdat van een zieke kan worden verwacht dat hij maatregelen treft om via familieleden of vrienden zijn administratieve verplichtingen na te komen. Alleen wie kan aantonen dat een medische aandoening tot een volstrekte onmogelijkheid heeft geleid om te handelen, kan de administratie of een rechter mogelijk overtuigen. Ook belastingplichtigen van wie de partner, een ouder of een kind door corona in het ziekenhuis is beland moeten niet op empathie hopen, want datzelfde hof van beroep heeft ook al geoordeeld dat de ziekenhuisopname van een echtgenote niet als overmacht geldt. EN WAT ALS U wel kerngezond bent, maar u uw accountant of fiscale raadgever door de lockdown niet kunt bereiken en u dringend de fiscus moet antwoorden? Is dat overmacht? Welnee. Het hof van beroep van, jawel, Antwerpen heeft gesteld dat het feit dat de boekhouder van de belastingplichtige was getroffen door een terminale ziekte geen overmacht betekent. De belastingplichtige had volgens het hof zelf tijdig moeten controleren of de boekhouder het bezwaarschrift had ingediend, en had desnoods het bezwaarschrift zelf moeten indienen.Ik doe dan ook een oproep aan de federale en de Vlaamse overheid om ook voor de fiscale rechtsbescherming maatregelen te nemen. Dat kan bijvoorbeeld door de fiscale antwoord- en bezwaartermijnen ook met twee maanden te verlengen.