De ontstaansgeschiedenis van het FelixArchief leest als een verhaal over een voorbestemde liefde. Twee Antwerpse 'monumenten' - het Sint-Felixpakhuis en het Antwerpse Stadsarchief - vinden elkaar in moeilijke tijden. Maar het is meer dan romantiek. Want, zo lezen we in de brochure Sint-Felixpakhuis wordt Felix- Archief, "De mooie nieuwe relatie (...) is ook een 'verstandshuwelijk'". De argumentatie: een leegstaand historisch monument, eigendom van de stad, krijgt een nieuwe openbar...

De ontstaansgeschiedenis van het FelixArchief leest als een verhaal over een voorbestemde liefde. Twee Antwerpse 'monumenten' - het Sint-Felixpakhuis en het Antwerpse Stadsarchief - vinden elkaar in moeilijke tijden. Maar het is meer dan romantiek. Want, zo lezen we in de brochure Sint-Felixpakhuis wordt Felix- Archief, "De mooie nieuwe relatie (...) is ook een 'verstandshuwelijk'". De argumentatie: een leegstaand historisch monument, eigendom van de stad, krijgt een nieuwe openbare (stads)functie die perfect aansluit bij de geschiedenis en de mogelijkheden van het gebouw. "Het lijkt inderdaad heel evident," zegt architect Johannnes Robbrecht. "Want een stadsarchief is een bewaker van ons erfgoed. Waar kan zo'n dienst beter gehuisvest zijn dan in een belangrijk stukje industrieel erfgoed op zo'n prominente plaats op het Eilandje? Temeer daar het gebouw alles in zich had om te functioneren als archiefruimte: het is voldoende groot, er heerst een vrij constante temperatuur, de draagstructuur was in orde ..."Robbrecht benadrukt dat de realisatie van het FelixArchief teamwork is geweest. Vanwege de zeer uiteenlopende eisen opteerde het Antwerpse stadsbestuur voor een samenwerking tussen een studie- en een architectenbureau. Na een selectieproef kreeg de tandem Robbrecht en Daem Architecten/Grontmij de opdracht toegewezen. Het initiële ontwerp is van de hand van Paul Robbrecht. Aan de structuur van het gebouw werd niet geraakt. Een overdekte binnenstraat verdeelt het complex in twee helften. Op het gelijkvloers komt er aan beide kanten van de binnenstraat een commerciële invulling. In de ontvangstruimte, die ook toegang geeft tot het achterliggende filiaal van de openbare bibliotheek, kunnen de bezoekers ook de lift of de trap naar de leeszaal op de zesde verdieping nemen. Daar aangekomen worden de bezoekers verwelkomd aan een tweede balie. Op deze verdieping bevinden zich ook andere publieksfuncties zoals vergaderruimten, een auditorium en studiezalen. De ruimte is georganiseerd rond drie atria waarlangs het daglicht binnenvalt. De verschillende functies worden verbonden door een eiken vloer, maar ook door eiken plafonds die de dakhellingen volgen, als een landschap van tentdaken. De tussenliggende verdiepingen (een tot vijf) vormen het hart van het archief. De documenten, registers, bouwdossiers, foto's, geluidsbanden enzovoort worden bewaard in achttien containers. Die staan uit de buurt van de vier omringende buitengevels. Zo kon men de ramen van het pakhuis behouden, maar wordt het zonlicht - nefast voor archiefmateriaal - toch buitenhouden. Laurenz Verledens