We bevinden ons in het 'Integrated Chocolate Center' in Kampenhout, 20.000 vierkante meter groot. Het klinkt als een paradijs voor de chocoladeliefhebber, en daar lijkt het ook op. 200 werknemers van de Leuvense beschutte werkplaats Entiris verpakken hier tienduizenden pralines van acht chocolatiers in doosjes, balotins, zakjes,... De productielijnen zijn deels geautomatiseerd, de veiligheidsvoorschriften streng. Zonder haardoekje en mondbescherming kom je er niet in.
...

We bevinden ons in het 'Integrated Chocolate Center' in Kampenhout, 20.000 vierkante meter groot. Het klinkt als een paradijs voor de chocoladeliefhebber, en daar lijkt het ook op. 200 werknemers van de Leuvense beschutte werkplaats Entiris verpakken hier tienduizenden pralines van acht chocolatiers in doosjes, balotins, zakjes,... De productielijnen zijn deels geautomatiseerd, de veiligheidsvoorschriften streng. Zonder haardoekje en mondbescherming kom je er niet in. De dirigent van dit spektakel is de logistiekedienstverlener H. Essers. Ruim twee jaar geleden besliste de Brusselse chocolatier Godiva zijn verpakkingsafdeling volledig uit te besteden aan H. Essers. In crisistijd stoten bedrijven steeds vaker zaken af die niet tot hun kernactiviteit behoren, omdat het te duur wordt om er nog zelf in te investeren. Dat chocolatiers die weg bewandelen, heeft ook veel te maken met de steeds groeiende macht van de Carrefours, Aldi's en Lidls van deze wereld. Vroeger sloten chocolatiers meerjarencontracten af met deze grote retailers, nu is dat niet meer mogelijk. Denken én investeren op lange termijn wordt dus steeds risicovoller. Na een jaar proefdraaien met Godiva groeide bij H. Essers het idee ook andere chocolatiers bij dit project te betrekken. "Godiva maakte er geen probleem van dat concullega's op dezelfde vestiging gebruik zouden kunnen maken van dezelfde infrastructuur", verklaart Erwin De Pooter, strategic sales manager food bij H. Essers. "De afspraak is wel dat nieuwe producten hier worden afgeschermd van iedere derde partij." Acht chocolatiers sprongen mee op de kar: Godiva, Caluwé Demandé, Bouchard, Natra Jacali, Italo Suisse, Chocolaterie Ickx, Hamlet en Devina. Zowel H. Essers als de chocolatiers genieten van de schaalvoordelen die dat biedt. "Wij kunnen sneller investeren in nieuwe machines, zoals een nieuwe installatie om chocoladegranulaten af te vullen in allerlei soorten verpakkingen. Zo kunnen we onze klanten steeds scherpere tarieven aanbieden", legt De Pooter uit. Vanuit het magazijn worden de goederen verscheept naar alle uithoeken van de wereld. Doordat de consumentenverpakking later in de keten wordt toegevoegd en er voldoende ruimte is om goederen op voorraad te houden, kan dit Integrated Chocolate Center ook flexibel inspelen op de steeds latere en/of schommelende marktvraag. "Wij kunnen zelfs de volledige voorraad van onze klant beheren, indien die dat wil", zegt De Pooter. H. Essers verpakt niet alleen de goederen van acht chocolatiers op één vestiging, het gaat nu nog een stap verder. Binnenkort start een proefproject in samenwerking met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Antwerpen waarbij twee chocolatiers hun goederen bundelen voor export naar het Verenigd Koninkrijk. De Pooter: "Italo Suisse en Caluwé Demandé werken deels met dezelfde retailers in het VK. Om te vermijden dat ze elk een groot deel van het jaar met halfvolle trucks naar daar rijden, hebben we samen met de chocolatiers een 'horizontale samenwerking' opgezet waarbij we de goederen samen laden. De voordelen: volle trucks, goedkopere tarieven en minder CO2-uitstoot." In 2013 is H. Essers van plan ook distributie naar kleinere, Belgische chocoladewinkels te verzorgen. Dan moeten de chocolatiers niet meer zelf met een bestelwagen rondrijden. De distributie van hun goederen wordt gebundeld in geconcentreerde ritten. Dat bundelen van goederenstromen - in vakjargon omschreven als het opzetten van 'dikke stromen' of 'clustering' - wordt steeds populairder. Doordat de bedrijven (verladers) hun individuele goederenstromen laten samensmelten tot grotere volumes, kunnen ze de kosten drukken. Ze vergelijken de transportprocessen met elkaar en stemmen die op elkaar af, zodat ze ook tijdswinst boeken. Dat deden ook negen Oost-Vlaamse siertelers uit de regio Lochristi-Lokeren. Onder de naam Speciale bundelen die producenten van potplanten en snijbloemen hun commercialisering, inkoop én logistiek. Ze richten zich op de Nederlandse exportmarkt. Allen kampten ze met een concurrentieel nadeel: ze konden pas een dag later leveren dan hun Nederlandse concurrenten. Om dat probleem te counteren en 's namiddags al te kunnen leveren wat klanten 's ochtends bestellen, nam het sierteeltbedrijf ID'flor het initiatief een dagtransport op te starten vanuit Lochristi. "Om in Nederland een voet aan de grond te krijgen, is het cruciaal snel te kunnen leveren", zegt Bart Van Der Straeten, logistiek manager bij ID'flor. "Nu kan een Nederlandse klant tot 8.30 uur bestellen en ontvangt hij op dezelfde dag zijn goederen rond 15.30 uur. De vrachtwagen vertrekt hier uiterlijk rond 12 uur. Bestellingen die nadien gebeuren, worden de volgende morgen geleverd. Om daarvoor een transporteur te vinden, moet je over een bepaald volume beschikken. Het was dus noodzakelijk onze goederen te bundelen." Dankzij dat systeem met een vaste route en tijd, dat in principe openstaat voor elke Belgische sierteler, is er sinds de start in het voorjaar van 2011 een continue, snelle en betrouwbare levering. Het systeem is rendabel en biedt de deelnemende telers dus een commercieel voordeel en een aantrekkelijke transportprijs. Het sierteeltproject toont aan dat het opzetten van 'dikke stromen' veel groeipotentieel heeft, maar er zijn ook groeipijnen. Bedrijven willen vaak wel in een clusterproject stappen, maar doen het niet omdat de volumes nog te beperkt zijn om schaalvoordelen op te leveren. Andere zijn dan weer onvoldoende op de hoogte van dat soort clustering en blijven zich blindstaren op hun eigen supply chain. Daar is een belangrijke rol weggelegd voor de lokale overheden. Zij kunnen die horizontale samenwerking promoten. Vooral de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (POM's) in de provincies doen hard hun best om logistieke clustering op de rails te zetten. Op basis van concrete vragen en problemen brengen de POM's bedrijven samen en zetten ze mee hun schouders onder innovatieve, logistieke projecten. Ze kunnen geïnteresseerde ondernemingen ook juridisch begeleiden (wetgeving over vrije mededinging, standaardcontracten,...) en eventueel een gemeenschappelijke database voor verladers en transportbedrijven op poten zetten met concrete informatie over volumes en goederenstromen. In West-Vlaanderen trad de POM op als pionier en gangmaker om diepvriesproducenten hun krachten te doen bundelen in transport via het spoor. Met succes. "Eerst berekenden we op basis van indicatieve marktprijzen of het rendabel was diepvriesproducten via het spoor te vervoeren naar Noord-Italië", vertelt Alexander Demon van de POM West-Vlaanderen. "Nadien benaderden we de West-Vlaamse producenten van diepvriesgroenten en diepgevroren aardappelproducten. D'Arta, Agristo en Pinguin Lutosa Food Group geloofden in het project. Uit een shortlist van logistiekedienstverleners kozen zij European Container Services (ECS). Concreet worden volle containers gebundeld, die ECS dan op afroep per truck ophaalt aan de fabriek en naar Zeebrugge brengt. Daar worden de containers op het spoor gezet naar Milaan, om vandaar opnieuw met trucks naar de eindklanten te worden vervoerd. Vanuit Zeebrugge zijn er wekelijks zo'n achttien spoortransporten naar Noord-Italië. De logistiekedienstverlener garandeert confidentialiteit: de deelnemende producenten kennen elkaars eindklanten niet." Alexander Demon noemt de voordelen legio. "Ze konden niet alleen een gunstige prijs bedingen door gezamenlijk te onderhandelen met de logistiekedienstverlener, er zijn ook operationele voordelen. De bedrijven kunnen laden wanneer ze willen, via het spoor kan 2 ton meer mee per vracht, en de stijging van de brandstofkosten wordt slechts voor de helft doorgerekend in vergelijking met het wegvervoer. Deze bedrijven beseffen ook dat ze beter nu samen investeren in intermodaal vervoer. In de toekomst komen er naar alle waarschijnlijkheid bijkomende taksen op het wegvervoer en ook de congestie op de weg zal toenemen." De drie bedrijven hebben zich geëngageerd om jaarlijks samen 20.000 ton te transporteren per spoor, het equivalent van 850 vrachtwagens. Ondertussen overwegen vier nieuwe bedrijven om mee in dit project te stappen en verkent de POM West-Vlaanderen ook andere bestemmingen. Alexander Demon: "De POM treedt op als neutrale matchmaker of facilitator. Zo'n horizontale samenwerking brengt ook rust in de logistieke keten, aangezien er een overeenkomst tussen de verladers en logistiekedienstverlener voor een volledig jaar geldt." Crisis of niet, in de nabije toekomst zullen naar alle waarschijnlijkheid steeds meer individuele bedrijven - soms ook concurrenten - hun goederen bundelen. Moeder Natuur, het dichtslibbende wegverkeer en de portemonnee van de deelnemende bedrijven kunnen er alleen maar wel bij varen. SAM DE KEGEL, FOTOGRAFIE KRISTOF VRANCKEN"De bedrijven beseffen dat ze beter nu samen investeren in intermodaal vervoer. In de toekomst komen er naar alle waarschijnlijkheid bijkomende taksen op het wegvervoer en ook de congestie op de weg zal toenemen" Alexander Dumon, POM West-Vlaanderen