Boeken rond een jaartal zijn in. 1913, het jaar voor de Eerste Wereldoorlog; het interbellum; 1979, het jaar van de revolutie in Iran, de Sovjetinval in Afghanistan en de overwinning van Margaret Thatcher in Groot-Brittannië. Dat zijn dankbare thema's. Een auteur kan op een vrij geordende en chronologische wijze zijn boodschap brengen.
...

Boeken rond een jaartal zijn in. 1913, het jaar voor de Eerste Wereldoorlog; het interbellum; 1979, het jaar van de revolutie in Iran, de Sovjetinval in Afghanistan en de overwinning van Margaret Thatcher in Groot-Brittannië. Dat zijn dankbare thema's. Een auteur kan op een vrij geordende en chronologische wijze zijn boodschap brengen. Ook 1956 is een dankbaar jaar. In de Sovjet-Unie haalde Nikita Chroesjtsjov de personencultus rond Jozef Stalin neer. De partijtopman, groot geworden onder de vleugels van de dictator, maakte wandaden van Stalin drie jaar na zijn dood publiek. Dat leidde tot opstanden in Hongarije en Polen, die werden onderdrukt. Chroesjtsjov wou ook niet het communisme als systeem ter discussie stellen. En Hongarije en Polen konden al zeker niet onafhankelijk worden. Aan het Suezkanaal in Egypte wilden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk het regime van Gamal Abdel Nasser een lesje leren, maar leden een zware diplomatieke nederlaag. De Amerikaanse president Dwight Eisenhower was woedend over het offensief van zijn westerse bondgenoten. "Dat ze koken in hun eigen olie", brieste hij toen de Arabische golfstaten met een olieboycot tegen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dreigden. En in Algerije zag Frankrijk zijn koloniale grootmachtstatus definitief opgedoekt. In 1956: de Wereld in opstand schetst de Britse historicus Simon Hall een wereld die was aangetast door het heilige vuur van het verzet. Alleen jammer dat hij die hypothese te weinig kan hardmaken. De auteur wil allerlei verbanden zien tussen al die landen en protesten, terwijl die er niet noodzakelijk zijn. Bovendien heeft Hall, een specialist in 'emancipatorische protestbewegingen' aan de universiteit van Leeds, een lichte sympathie voor die volksbewegingen. Het merendeel van de landen waar zestig jaar geleden problemen waren, zijn nog altijd grote stoorzenders. Hongarije en Polen opteren voor een nationalistische, eigengereide richting, die hen vaak in ramkoers brengt met de Europese Unie. Algerije en Egypte zijn evenmin voorbeelden van solide staatsstructuren. De willekeurige slachtpartijen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog in Algerije in de jaren vijftig werden een bittere generale repetitie voor de burgeroorlog in de jaren negentig. Het werk van Simon Hall leest vaak rommelig. Zijn interpretaties gaan te ver. Zo zou de Duits-Franse as pas ontstaan zijn na de nederlaag aan het Suezkanaal. Frankrijk zou toen op zoek zijn gegaan naar een meer betrouwbare partner, los van het wispelturige VK. Er zou een verband kunnen zijn tussen al die volksbewegingen in 1956, maar de auteur kan dat niet aantonen. Hij haalt er bovendien rock-'n-roll bij, en de doorbraak van Elvis Presley in dat jaar. Overdaad schaadt, zeker wanneer Hall het belerende vingertje bovenhaalt en de Amerikaanse president Eisenhower een te makke reactie verwijt jegens de blanke weerstand tegen zwarte protestbewegingen in de Verenigde Staten. Dat land is zestig jaar later een van de schaarse lichtpunten, met een zwarte president sinds 2008. Simon Hall. 1956. De wereld in opstand, Spectrum, 2016, 502 blz., 29,99 euro WOLFGANG RIEPL