"Een geheimzinnig donker woud vol verschrikkingen, met modderige paden, gehuld in een eeuwige, uit kleine moerassen opstijgende nevel." Zo beschreef Julius Caesar de Ardennen. Ook de middeleeuwse dichter Petrarca doorkruiste de streek. Giacomo Casanova omschreef de Ardennen als "een donker gat", maar dan wel "het meest vrije van heel Europa". Spa was in de zestiende eeuw al een bekend kuuroord, waar edellieden rond Willem van Oranje complotten kwamen...

"Een geheimzinnig donker woud vol verschrikkingen, met modderige paden, gehuld in een eeuwige, uit kleine moerassen opstijgende nevel." Zo beschreef Julius Caesar de Ardennen. Ook de middeleeuwse dichter Petrarca doorkruiste de streek. Giacomo Casanova omschreef de Ardennen als "een donker gat", maar dan wel "het meest vrije van heel Europa". Spa was in de zestiende eeuw al een bekend kuuroord, waar edellieden rond Willem van Oranje complotten kwamen smeden tegen de Spaanse koning Filips II. Ook de Russische tsaar Peter de Grote kwam er. Tot na de Tweede Wereldoorlog waren de Ardennen een geliefde reisbestemming voor mensen uit de hogere kringen, en kunstenaars en schrijvers, zoals Oscar Wilde. Het massatoerisme in Dinant, La Roche en Bastenaken is recenter. Dat alles staat te lezen in De Ardennen van de Nederlandse schrijver en documentairemaker Hans Olink. Vaak wordt gezegd dat de beste biografieën van bekende figuren door buitenlanders worden geschreven. Wel, de vraagt rijst of een Belg deze biografie van de Ardennen had kunnen neerpennen. Olink koppelt persoonlijke herinneringen aan de rijke geschiedenis van het gebied, dat zich uitstrekt van het zuiden van Luik over delen van de Duitse Eifel tot in Frankrijk nabij Sedan. In de zomer van 1992 bracht de Amsterdammer Olink met zijn vrouw en zoontje de zomer door in de Ardennen. Ze kochten er een huisje in Lierneux, niet ver van Vielsalm. Olink werd verliefd op de Ardennen en vertelt over zijn contacten met de plaatselijke bevolking en de vriendschap met de buren, die hem inwijdden in de geschiedenis van de regio. In zekere zin is de geschiedenis er blijven stilstaan. Er wonen nog tal van nobiljons die vanuit hun kasteel uitgebreide gebieden beheren. Ze houden van de jacht. Niet toevallig is Sint-Hubertus, de patroonheilige van de jacht, ook de beschermheilige van de Ardennen. De anekdotes maken het boek vlot leesbaar. Zo leren we dat in veel stammen van bomen nog altijd granaatscherven uit de tijd van het Ardennenoffensief van 1944 zitten. De lokale bevolking verzamelde na de oorlog gretig vuurwapens van Duitse en Amerikaanse soldaten. Ondanks de oproep van de overheid werden ze niet overhandigd aan de politie. Dat zou deels het hoge aantal zelfmoorden in de Ardennen verklaren.