Sinds vorige week onderhandelt het kabinet van Financiën in alle discretie over de verkoop van tachtig overheidsgebouwen aan de vastgoedsector. 'Onderhandelt' is een groot woord, want over de prijs valt amper te discussiëren. De overheid schreef immers de opbrengst van 565 miljoen al op de begroting.
...

Sinds vorige week onderhandelt het kabinet van Financiën in alle discretie over de verkoop van tachtig overheidsgebouwen aan de vastgoedsector. 'Onderhandelt' is een groot woord, want over de prijs valt amper te discussiëren. De overheid schreef immers de opbrengst van 565 miljoen al op de begroting. De mogelijke kopers (Axa, Befimmo, IVG en favoriet Cofinimmo) zijn zonder meer bereid dit bedrag te betalen. De winst wordt immers niet gemaakt bij de start, maar in de loop van de operatie. Elke euro die de koper vandaag op tafel legt, verdient hij later terug met de huur aan de overheid. Met andere woorden: of de privé nu 200, 565 of 900 miljoen moet betalen, maakt niets uit. Dit is dus niet zozeer een vastgoedoperatie dan wel een financiële deal. In essentie is het zelfs een (dure en gecamoufleerde) lening. De opbrengst wordt geboekt op de lopende rekening en leidt niet tot de afbouw van de schulden. De volgende regeringen draaien weer op voor de bestedingsdrift van paars. De vastgoedsector is de zoveelste op rij die via een eenmalige operatie een paarse begroting in evenwicht helpt, na de maritieme sector (overname pensioenactiva en -verplichtingen Havenbedrijf Antwerpen), telecom (idem bij Belgacom), de spoorwegen (idem bij NMBS), de petroleumproducenten ('lening' aan de schatkist) en de banken (verkoop toekomstige belastingen). De nucleaire sector loopt zich al warm voor de volgende begrotingsronde, omdat verwacht wordt dat ze het nucleaire passief kan afkopen van de regering. Het bedrijf dat zijn bijdrage moet leveren, onderhandelt vanuit de luie zetel en zet het mes op de keel van de regeringsonderhandelaars die om hun aalmoes komen bedelen. Terecht wordt dus gevreesd dat de huurcontracten te duur zijn, tegen slechte voorwaarden worden afgesloten, en dat de overheid amper haar rechten als huurder kan uitoefenen. Door de (te) lange duurtijd van de contracten wordt elke beheersdynamiek ontnomen. De meeste vastgoedexperts (zie blz. 38) bestempelen de deal over de gebouwen als duur en overbodig. De bevak die de gebouwen zal beheren, dreigt een inefficiënte constructie te worden. Bovendien was er meer financiële controle op de operatie geweest als de gebouwen waren ingebracht in een bestaande bevak, of zelfs eenvoudig werden verkocht via een veiling. Controle lijkt echter ongepast in dit dossier. Een selecte club van tien personen stuurt de onderhandelingen over de verkoop en de beheersvoorwaarden. Vóór het parlementaire reces moet ze afronden. Het parlement mag en kan zijn rol niet spelen. In alle stilte wordt het (via de programmawet) gekortwiekt. Het is pijnlijk vast te stellen hoe de zeldzame parlementariër die dit dossier nog volgt, zijn verhaal niet kwijt kan aan de media. Te weinig sexy? Hans Brockmans