Dit Duitse bankbiljet uit 1923 doet verdacht veel denken aan onze groene briefjes van 100 euro. Er staat ook een brug op, de ijzeren spoorwegbrug van Murgtal, toen een technologisch hoogstandje. Ook ieder eurobiljet heeft de afbeelding van een brug, want de euro zou de eenmakende factor zijn van een Europees project.
...

Dit Duitse bankbiljet uit 1923 doet verdacht veel denken aan onze groene briefjes van 100 euro. Er staat ook een brug op, de ijzeren spoorwegbrug van Murgtal, toen een technologisch hoogstandje. Ook ieder eurobiljet heeft de afbeelding van een brug, want de euro zou de eenmakende factor zijn van een Europees project. De euro zou voor stabiliteit, eenmaking en economische groei zorgen. Tien jaar later drijft de euro de lidstaten uit elkaar. Er is geen politieke coherentie in het Europese project. De euro is gedekt door beloftes, incoherent beleid en valse boekhoudingen, niet door goud. Het zijn ongedekte cheques. De euro heeft geen echte bruggen gemaakt. De euro zou het monetaire systeem ontpolitiseren door nationale munten onder te brengen in een onafhankelijke bank die zich dan vooral zou bezighouden met de inflatie onder controle te krijgen. De euro was verondersteld gebaseerd te zijn op strikte regels en een correcte boekhouding, geïnspireerd naar Duits model. Deze regels zijn nooit nageleefd, zelfs de Duitsers hebben ze niet altijd gerespecteerd. Sinds de rellen van Athene is het ineens zo gek niet meer om te speculeren dat de dagen van de euro geteld zijn. De grootste leugen van het Europese project is dat de euro het resultaat is van een echte monetaire unie. De Europese Centrale Bank vervult niet de hoofdfunctie die normaal geassocieerd is met centrale banken: de Europese centrale bank drukt geen euro's, nog altijd mogen de nationale centrale banken dat doen. Die nationale centrale banken mochten blijven bestaan en mogen dus geld drukken, bij wijze van spreken. De eurobriefjes tonen die gedecentraliseerde structuur heel goed. Ieder briefje heeft een letter in het serienummer die zijn oorsprong indiceert. Dus technisch gesproken is het gemakkelijk om het Europese monetaire systeem in stukjes op te breken, zoals het voor Argentinië gemakkelijk was om zich los te koppelen van de dollar in 2002. Dit bankbiljet, dat gedrukt is op 15 oktober 1923, is uitgegeven door de Duitse spoorwegen. Toen was het monetaire systeem in Duitsland erg gedecentraliseerd en konden allerhande staatsbedrijven geld drukken. Zelfs steden en postkantoren mochten geld uitgeven. Soms wordt er gespeculeerd dat de Grieken wel eens uit de eurozone stappen om dan hun 'hervonden' lokale munt te kunnen devalueren, maar weinig aandacht is er voor een ander scenario, namelijk dat de Duitsers als eerste uit de eurozone stappen. Dan is de euro zeker een lege doos. In ieder geval heeft de euro bruggen achter zich verbrand en de Grieken kunnen eigenlijk niet meer terug naar hun Griekse munt. De Duitse crisis van 1919-1925 is misschien nog het meest vergelijkbaar met deze budgettaire crisis. De grootste leugen van de euro is de onwerkelijkheid van het Europese project. Dit project is gebaseerd op het idee dat alle nationale politiek kan overgedragen worden naar een administratie van technocraten. In de vroege jaren twintig waande de Duitse overheid zich slimmer dan de markt. De economie moest gestimuleerd worden en er moesten steeds meer ambtenaren gecreëerd worden om steeds minder te werken en dit om steeds meer de waardemakers en de markt te controleren. De Duitse schulden werden weggekocht door steeds meer geld bij te drukken. Om steeds meer de economie te stimuleren. Steeds meer regels, steeds minder markt. Steeds meer waardeherverdelers, steeds meer staat en dit ten koste van steeds kleinere aantallen waardemakers. Dat begint weer hedendaags te klinken. In januari 1919 kon je met 100 Duitse mark nog 61 Zwitserse frank kopen, maar op 15 oktober 1923, kon men voor dit biljet van 500 miljard mark maar 1000 Zwitserse frank meer krijgen. In 1919 was er inflatie van 30 tot 40 procent per maand. In 1923 verdubbelde de prijs om de twee dagen. Voor dit groene biljet van 500 miljard mark kon je op 1 januari 1919 nog 800.000.000.000 Zwitserse frank krijgen. In 2010 heeft dit stukje gedrukt papier misschien nog één waarde: een voorspellende waarde. DE AUTEUR IS BEELDEND KUNSTENAAR.Wim Delvoye