Jean-Claude Trichet is schietgraag, iets té schietgraag. De voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) liet duidelijk verstaan dat de ECB op 1 december voor het eerst in vijf jaar haar beleidsrente zal optrekken. Ooit moet een einde komen aan dit tijdperk van goedkoop geld, maar de ECB luidt te vroeg de doodsklokken: de economische groei en de Europese integratie hebben ook hun rechten.
...

Jean-Claude Trichet is schietgraag, iets té schietgraag. De voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) liet duidelijk verstaan dat de ECB op 1 december voor het eerst in vijf jaar haar beleidsrente zal optrekken. Ooit moet een einde komen aan dit tijdperk van goedkoop geld, maar de ECB luidt te vroeg de doodsklokken: de economische groei en de Europese integratie hebben ook hun rechten. Trichet ziet echter zijn kans schoon om werk te maken van de restauratie van de monetaire orthodoxie. De jongste groeicijfers suggereren dat de Europese economie weer op toerental komt. De zware medicatie van een soepel monetair beleid is dus niet meer nodig. De patiënt heeft de intensive care verlaten. De ECB kan zich weer volop concentreren op haar kernactiviteit: waken over de prijsstabiliteit. Trichet heeft het over prijsrisico's om de koerswijzing te motiveren, maar die argumentatie is heel ongeloofwaardig. Want enkel en alleen hogere energieprijzen hebben in euroland de inflatie omhoog geduwd. Dit impliceert dat zonder nieuwe olieschok de inflatie snel zal terugvallen naar 1,5 %. Onder de inflatiedoelstelling van 2 % dus. Waarom verhoogt de ECB dan toch de rente? Wellicht voelen Trichet & co. zich niet zo lekker bij al dat goedkope geld dat ze nu al jarenlang de markt inpompen. De geldhoeveelheid stijgt snel, en daar worden ze in Frankfurt misselijk van. Ook de kredietmolen draait in de eurozone op volle toeren en stijgende huizenprijzen wijzen hier en daar op een oververhitte vastgoedmarkt. De ECB wil duidelijk niet de beschermheilige van speculanten van allerlei slag worden en wil de serieuze mensen - de institutionele beleggers, verzekeraars en banken - beter vergoeden voor de risico's die ze nemen. Dat de ECB intussen het economische herstel nodeloos moeilijker maakt dan het al is, zal de heren in Frankfurt worst wezen. De ECB vervalt op die manier in haar pekelzonde: hautain regerend van op de troon, maar doof, blind en stom voor de echte noden van de burgers, die de ECB uiteindelijk haar legitimatie verlenen. De ECB is weliswaar niet bevoegd om de broodnodige structurele hervormingen in te voeren die de groei moeten opkrikken, maar ze kan wel het pijnlijke proces vergemakkelijken door het vertrouwen van gezinnen en bedrijfsleiders een zetje te geven. Vooral de Duitse economie is nog verre van genezen, en de huizenprijzen dalen er al jaren. Een Japans deflatiescenario in het hart van de euro-economie is toch wel het laatste wat de ECB op haar geweten wil. En behalve de groei mag een eerbiedwaardige Europese instelling als de ECB ook het Europese integratieproces niet uit het oog verliezen. Vergeet niet dat de monetaire eenmaking geconcipieerd is als een middel tot politieke eenmaking. Deze strategie loopt vast, en de ECB is daar ook schuldig aan. In Centraal- en Oost-Europa groeit de afkeer voor de Europese Unie en zijn budgettaire en monetaire orthodoxie. Voorbij Berlijn is er veel meer sympathie voor de door de Federal Reserve gesteunde Amerikaanse groeistrategie. Een groeiblinde ECB bekoelt in Oost-Europa de liefde voor de Europese Unie en voedt de financiële instabiliteit aan haar oostgrens. Daan Killemaes