Domme Duitsers uit Düsseldorf." Het is een citaat uit The Big Short van Michael Lewis, een van de beste boeken over de financiële crisis. In het boek vraagt een obligatietrader zich af wie al die Amerikaanse rommelkredieten met een AAA-label blijft opkopen. Zijn collega antwoordt droogjes: "Domme Duitsers uit Düsseldorf."
...

Domme Duitsers uit Düsseldorf." Het is een citaat uit The Big Short van Michael Lewis, een van de beste boeken over de financiële crisis. In het boek vraagt een obligatietrader zich af wie al die Amerikaanse rommelkredieten met een AAA-label blijft opkopen. Zijn collega antwoordt droogjes: "Domme Duitsers uit Düsseldorf." Toen Duitsland in 2003 onder kanselier Gerhard Schröder dankzij loonmatiging een exportkampioen werd, bouwden onze oosterburen in een mum van tijd een gigantisch overschot op de handelsbalans op. Dat geld is de voorbije jaren massaal herbelegd in het buitenland. "Eerst gebeurde dat in Amerikaans subprimepapier, later ook massaal in Zuid-Europa en Ierland", zegt Geert Janssens, hoofdeconoom van Ondernemersplatform VKW. "Eigenlijk heeft Duitsland meer dan een decennium lang zijn eigen export gefinancierd. Die leningen verstrekte het land bovendien kritiekloos, zonder waarborgen te vragen en zonder een grondige kredietanalyse uit te voeren. Duitsland heeft daar zijn broek aan gescheurd." In een recent rapport is ook Morgan Stanley zeer kritisch voor wat Duitsland met zijn spaaroverschotten heeft gedaan: "De spaaroverschotten exporteren in plaats van ze in het binnenland te beleggen was geen goede strategie. Sinds 1999 hebben Duitse beleggingen in het buitenland een verlies van 280 miljard euro of 12 procent van het bbp geïncasseerd." Günther Schnabl, professor economie aan de universiteit van Leipzig, berekende dat de Duitsers sinds 2001 ongeveer 1000 miljard aan vermogen in het buitenland hebben geïnvesteerd, waarvan een deel dus verloren is gegaan. Maar dat lijkt tussen Aken en Dresden geen verontwaardiging te wekken. Ondertussen zwelt de internationale kritiek op het macro-economische beleid van kanselier Angela Merkel en co aan. Vorige maand werd Duitsland uit verschillende hoeken op de vingers getikt voor zijn handelsoverschot, dat nu al 7 procent van het bbp bedraagt. De Verenigde Staten en vooral de Europese Commissie waarschuwden voor de nefaste gevolgen van dat hoge Duitse handelsoverschot. Frankrijk, een land dat zijn marktaandeel met de dag ziet verslechteren, sprong mee op de kar. Franse ministers verwijten de Duitsers dat ze te veel inzetten op export en te weinig op de binnenlandse vraag. Zo zou Duitsland groeien op kosten van andere landen. De Duitsers moeten dringend hun lonen verhogen, minder sparen en meer consumeren, klinkt het. Dat zal het handelstekort omlaag halen en de economische wanverhoudingen herstellen. Het klinkt vreemd dat een land dat een sterke exportpositie heeft en zijn goederen gemakkelijk kwijt kan op buitenlandse markten, een reprimande krijgt. De Duitsers verdedigen zich en wijzen erop dat ze hun beleid langzaam maar zeker bijsturen. Zo neemt de binnenlandse consumptie wel degelijk toe. Tussen 2009 en 2013 bedroeg het aandeel van de privéconsumptie in de bbp-groei op 2,8 procentpunt. Dat is dubbel zoveel als in de periode 2003-2008. De Duitse nettosalarissen zijn het voorbije jaar met 2,1 procent gestegen. Dat is meer dan de inflatie. Het beleid van loonmatiging wordt dus aangepast. De invoering van het Duitse minimumloon is daar een logisch verlengstuk van (zie kader Duits minimumloon geeft België geen concurrentievoordeel). Een intern document van het Duitse ministerie van Economische Zaken leert dat Berlijn zich niet aangesproken voelt door de verwijten van de Europese Commissie: "De sterke Duitse export is niet het gevolg van staatstussenkomsten zoals handelsbarrièrers. Het handelsoverschot is vooral het resultaat van vrije concurrentie op de wereldmarkten." In een interview met de krant Die Welt zegt Jörg Asmussen, directeur bij de Europese Centrale Bank: "De kritiek is terecht en onterecht. Ook onze Europese buren profiteren van de export, want ze leveren intermediaire producten. Ik denk aan Polen en Slowakije." En eigenlijk mag Asmussen daar ook België bijtellen. Tal van Duitse exportproducten bestaan voor twee derde uit buitenlandse intermediaire producten. Als onze oosterburen veel uitvoeren, dan profiteren ook wij daarvan. Volgens Carsten Brzeski, Duitsland-kenner bij ING, had de Europese Commissie eigenlijk geen kritiek op de concurrerende exportsector, maar wel op het feit dat de Duitsers in eigen land niets doen met de handelsoverschotten. "De recente kritiek van de Europese Commissie op Duitsland gaat volgens mij in de richting van de investeringen." In plaats van de overschotten te investeren in eigen land, verdwenen ze als sneeuw voor de zon in slechte beleggingen in het buitenland. "Een exportoverschot blijven nastreven gewoon omwille van het overschot maakt Duitsland op termijn kwetsbaar, omdat het onlosmakelijk verbonden is met een gebrek aan binnenlandse investeringen", vult Geert Janssens aan. "Een aantal economen begint dat nu door te hebben, maar de drang om overschotten te boeken, zit als het ware in de genen van de Duitsers. Ze hebben angst om afhankelijk te worden van het buitenland. Zoals ze ook een ongezonde angst hebben voor inflatie, die vandaag in de verste verte niet te bespeuren is. Maar de Duitsers moeten beseffen dat je altijd met zijn tweeën bent: als je wilt exporteren moet iemand anders importeren." Een van de Duitse economen die beseft dat het zo niet meer verder kan, is Jörg Zeuner. "Het handelsoverschot is een gevolg van de terughoudendheid van de consument en van de zwakke investeringen, zowel publiek als privé. Dat moet anders", meent hij. In 2012 daalden de uitrustingsinvesteringen van Duitse bedrijven met 4 procent, dit jaar met 2,5 procent. Daarmee brengen de ondernemingen de toekomstige groei in gevaar. Investeringen brengen productiviteitswinsten mee, waardoor de economische groei kan aantrekken. Waarom blijven de private investeringen achterophinken? Een duidelijke reden is er niet. Economen denken dat bedrijven hun investeringen uitstellen door de onzekerheid over de impact van de Energiewende, de exit van Duitsland uit kernenergie. Ook de eurocrisis en mogelijke belastingverhogingen zouden een rol spelen. Dat laatste is niet meer aan de orde aangezien Angela Merkel geen belastingverhogingen wil doorvoeren. Maar er is meer nodig. Economen pleiten ervoor dat de regering een klimaat creëert dat aanzet tot investeringen. "Het is een absolute must dat ook de overheid zelf meer investeert, zowel in infrastructuur als in energiebevoorrading", vindt Janssens. De cijfers leren dat ook de overheid er schuld aan heeft dat Duitsland een investeringswoestijn dreigt te worden. In de afgelopen tien jaar waren bijvoorbeeld de afschrijvingen op publieke infrastructuur groter dan de nieuwe investeringen. Duitsland eet zijn economische welvaart op. De publieke investeringen in Duitsland liggen ook duidelijk onder het EU-gemiddelde en dalen al een tijdje (zie grafiek Duitsland zwakke publieke investeerder). In de volgende legislatuur wordt 14 miljard euro vrijgemaakt voor publieke investeringen, en dat voor de hele legislatuur. Maar dat is amper een stijging van 0,1 procent van het bbp. "Het regeerakkoord zegt inderdaad tamelijk weinig over toekomstige investeringen", zegt Carsten Brzeski. "Het is vooral een akkoord met kortetermijncadeaus. Er wordt een beetje geld vrijgemaakt voor herstellingswerken aan snelwegen en schoolgebouwen, maar het grootste potentieel zit natuurlijk in investeringen in hernieuwbare energie, nieuwe infrastructuur, onderwijs en innovatie. Er is ook nood aan prikkels om particulier geld te mobiliseren. Dat thema pikt de coalitie niet op." Om bedrijven tot meer investeren aan te zetten, is er nog werk aan de winkel. De regelgeving in Duitsland is voor bedrijven vaak zeer onduidelijk. Het rigide belastingstelsel bevordert evenmin de bereidheid tot investeren. En ook de krappe arbeidsmarkt maakt dat bedrijven geen nieuwe projecten lanceren. De investeringen komen ook voort uit innovatie via spin-offs van universiteiten. Duitsland scoort beter dan de andere grote Europese landen in de PISA-onderzoeken over het niveau van het onderwijs. Maar in de ranglijsten van de universiteiten komt het niet in de top-20 voor, in tegenstelling tot Groot-Brittannië en Frankrijk. Al die factoren maken dat Duitsland opnieuw de zieke man van Europa dreigt te worden, de bijnaam die onze oosterburen droegen toen Gerhard Schröder aan de macht kwam in 1998. ALAIN MOUTON"De drang om overschotten te boeken, zit als het ware in de genen van de Duitsers" Geert Janssens, VKW