In Frankrijk staan de presidentsverkiezingen voor de deur en de Belgische parlementsverkiezingen komen ook snel dichterbij. In beide landen geeft de politieke elite niet echt de indruk om over de recepten te beschikken om het sociaaleconomische tij echt te keren. De recente conjuncturele opstoot kan niet verdoezelen dat er grote structurele problemen blijven, zoals de lage werkgelegenheidsgraad en de vergrijzing. Een blik naar het oosten zou kunnen helpen. Voor het eerst in ruim een decennium zit er inderdaad opnieuw schot in de Duitse economie (al blijft het nog een beetje de vraag of de effecten van de forse btw-verhoging van begin 2007 al volledig aan de oppervlakte kwamen).
...

In Frankrijk staan de presidentsverkiezingen voor de deur en de Belgische parlementsverkiezingen komen ook snel dichterbij. In beide landen geeft de politieke elite niet echt de indruk om over de recepten te beschikken om het sociaaleconomische tij echt te keren. De recente conjuncturele opstoot kan niet verdoezelen dat er grote structurele problemen blijven, zoals de lage werkgelegenheidsgraad en de vergrijzing. Een blik naar het oosten zou kunnen helpen. Voor het eerst in ruim een decennium zit er inderdaad opnieuw schot in de Duitse economie (al blijft het nog een beetje de vraag of de effecten van de forse btw-verhoging van begin 2007 al volledig aan de oppervlakte kwamen). Vergeleken met die andere grote euro-economie, Frankrijk, haalden de Duitsers in 2006 voor het eerst sinds 1994 opnieuw een hoger groeipercentage: 2,7 % versus 2 %. De meeste voorspellers zijn het erover eens dat Duitsland ook in 2007 en 2008 de Fransen zullen aftroeven qua groei. Hetzelfde geldt op het gebied van de werkgelegenheid. Van ruim 10 % van de beroepsbevolking twee jaar geleden kwam de werkloosheid de jongste tijd fors naar beneden: 7 % komt in het verschiet. In Duitsland vonden de voorbije twaalf maanden méér dan een miljoen werkzoekenden effectief een job. De Franse werkloosheid daalt ook, maar komt nog altijd maar net onder 9 %. België kan de Duitse groei volgen, maar blijft sterk achter op het gebied van jobcreatie. Volgens de Oeso-cijfers situeert onze werkloosheid zich nog altijd boven 10 %. Loonmatiging. Na jaren van meewarig en met redelijk leedvermaak neerkijken op de Duitse strompelgang op het sociaaleconomische terrein lijkt de tijd aangebroken voor bezinning. De hereniging van Oost en West lijkt eindelijk verteerd. Waar komt de Duitse remonte vandaan? De Bundesbank laat er in haar jongste maandbericht geen twijfel over bestaan. Voor de analisten van de Duitse centrale bank stoelt het herwonnen Duitse succes op twee pijlers: loonmatiging en bedrijfsherstructureringen. De loonkosten per eenheid product daalden tussen 1995 en 2006 voor de Duitse industrie met 18 %. Zeer gematigde loonakkoorden én belastingreducties van de overheden tekenden voor die opmerkelijke evolutie. Samen met de ingrepen in de arbeidsmarktorganisatie, gericht op meer flexibiliteit, zorgde die daling van de loonkosten voor de opmerkelijke jobboom. De herstructureringen doorgevoerd door het Duitse bedrijfsleven deden erg pijn de voorbije jaren. De saneringen in arbeidsbezetting gingen vaak zeer diep. Arbeidstijden gingen geregeld drastisch omhoog zonder dat het loon zelfs maar bij benadering gelijke tred hield (van nominale looninleveringen was evenwel zelden sprake). Tegelijk investeerden de Duitse ondernemingen (en zeker niet alleen de groten) fors in de opkomende markten. Via rendabele investeringen elders kunnen de Duitse ondernemingen nu hun gestroomlijnde Duitse vestigingen opnieuw op een duurzaam expansiepad zetten. Kortom, Duitsland gedijt als zelden tevoren in de geglobaliseerde wereldeconomie en slaagt er opnieuw in om intern méér jobs te creëren dan dat het jobs exporteert naar goedkopeproductielanden. Duitsland lukte het zo om als enige van de geïndustrialiseerde westerse landen haar wereldmarktaandeel in export de voorbije vijf jaar opnieuw te laten groeien. Met bijna 10 % steekt Duitsland de Verenigde Staten, China en Japan de loef af inzake aandeel in de wereldexport. Loonindexering. De kans dat Frankrijk en België de Duitse weg inslaan, lijkt vandaag klein. Nicholas Sarkozy wil wel diepgaand ingrijpen in de verstarde Franse arbeidsmarkt, maar pleit tegelijkertijd voor protectionisme en een fors industrieel beleid van de Franse overheid. De socialiste Ségolène Royal is samen met haar adviseurs het volledig kwijt geraakt om lering te trekken uit de jongste kwarteeuw van economisch beleid. Zij komt niet veel verder dan enige kreten rond forse verhoging van de minimumlonen, meer veralgemeende toepassing van de 35-urenweek, behoud van de huidige arbeidsmarktinstituties en belastingverhogingen alom. In België lijkt het economische beleid tot nu toe niet direct een vooraanstaand thema in de pre-electorale discussies. We kunnen ons zeer goed inbeelden dat onze politici, van welke kleur ook, niet staan te popelen om in te zoemen op Duitsland. Naast nog wel enkele andere heikele punten (beperking in de tijd van werkloosheidsvergoedingen, bijvoorbeeld), leidt het Duitse verhaal immers linea recta naar ons systeem van directe loonindexering. Essentieel in het Duitse succes staat een forse vermindering van de reële loonkosten voor de bedrijven. Tenzij onze overheden bereid zouden zijn om met enorme lastenkortingen over de brug te komen, kan zoiets enkel mits een opheffing van het directe indexeringsmechanisme. De column 'De blik van... ' verschijnt wekelijks, met Johan Van Overtveldt en Rudy Aernoudt in een beurtrol.Johan Van Overtveldt n De auteur is algemeen directeur van VKW.