De pest, talloze oorlogen en de Borgia's: de Italiaanse bank Monte dei Paschi di Siena (MPS) overleefde ze allemaal. Vandaag is MPS de op twee na grootste bank van Italië en de oudste nog actieve financiële instelling ter wereld. Voor hoelang nog? 540 jaar nadat de republiek Siena de bank had opgericht om behoeftige stedelingen aan een lening te helpen, maakt MPS de woeligste periode in haar geschiedenis door.
...

De pest, talloze oorlogen en de Borgia's: de Italiaanse bank Monte dei Paschi di Siena (MPS) overleefde ze allemaal. Vandaag is MPS de op twee na grootste bank van Italië en de oudste nog actieve financiële instelling ter wereld. Voor hoelang nog? 540 jaar nadat de republiek Siena de bank had opgericht om behoeftige stedelingen aan een lening te helpen, maakt MPS de woeligste periode in haar geschiedenis door. 530 jaar lang had MPS ogenschijnlijk weinig verkeerds gedaan. Een conservatief geleide instelling met stevige roots in de lokale gemeenschap. De bank en haar controlerende aandeelhouder, de liefdadigheidsinstelling Fondazione MPS, traden op als geldschieter en sponsor van alle belangrijke projecten die in Siena en de rest van Toscane gerealiseerd werden. Stichtingen die banken controleren, zijn in Italië eerder regel dan uitzondering. Ook de grootste twee Italiaanse banken, UniCredit en Intesa Sanpaolo, hebben een fondazione als belangrijke aandeelhouder. De keerzijde van de medaille is de nauwe verwevenheid tussen deze instellingen en de lokale politiek. De Fondazione MPS mocht zowat alle bestuurders van de bank benoemen, en dat waren steevast de politici die het in Siena voor het zeggen hadden. En Siena is van oudsher een rood bastion. Zelfs bij de grote verkiezingsoverwinning van Berlusconi in 2001 stemde het departement, als een van de weinige in Italië, centrumlinks. Dat huwelijk van lokale politici-bestuurders en een bank die haar activiteiten uitbreidde en internationaliseerde, moest op een gegeven moment op zijn limieten botsen. Dat gebeurde in november 2007, toen Banca Monte dei Paschi 9 miljard euro op tafel legde voor de overname van Banca Antonveneta. Het prijskaartje deed toen al heel wat wenkbrauwen fronsen. Tijdens een conference call met analisten was een van de vragen aan de directie van MPS: "Hebben jullie wel onderhandeld?" Amper een paar maanden eerder was Banca Antonveneta, bij de verdeling van ABN AMRO, tegen een waardering van 5,6 miljard euro bij Banco Santander terechtgekomen. De premie die MPS bereid was te betalen, bedroeg liefst 60 procent. Oké, het waren de laatste dagen van de bankhoogconjunctuur en Antonveneta had een van de grootste portefeuilles bedrijfskredieten van Italië, maar twintig keer de winst betalen, was zelfs in volle beurseuforie en naar Italiaanse normen waanzinnig te noemen. De Antonveneta-deal is dan ook altijd omgeven geweest door een zweem van vermoeden van corruptie. Waarom betaalde MPS zo veel geld? Omdat de toenmalige top, voorzitter Giuseppe Mussari en CEO Antonio Vigni, eraan verdienden? Kranten speculeerden over het bestaan van bankrekeningen bij Santander in Londen waarop 2 miljard euro aan commissies zou zijn overgemaakt. Maar die berichten werden nooit bevestigd, het gerecht onderzoekt de zaak nog altijd. Hoe dan ook keurde de Italiaanse centrale bank de operatie goed. De toenmalige gouverneur van de Banca d'Italia was Mario Draghi, nu voorzitter van de ECB. Draghi heeft altijd aangevoerd dat de Italiaanse centrale bank niet de macht had om de aankoop te verhinderen louter en alleen omdat het prijskaartje te hoog was. De centrale bank kon MPS enkel aanraden de kapitaalbuffers te herstellen, en dat is gebeurd, aldus Draghi. De overname van Antonveneta zou grotendeels gefinancierd worden door een aandelenuitgifte. Maar tegen de tijd dat de operatie uitgevoerd kon worden, was de beurskoers van MPS zo fors gekelderd dat de kapitaalverhoging geleid zou hebben tot het verlies van controle door de Fondazione MPS. En dat wilde men vermijden. In maart 2009 kwam de Italiaanse overheid de noodlijdende bank te hulp met een achtergestelde lening van 1,9 miljard euro. Intussen waren Mussari en Vigni gestart met het afsluiten van complexe derivatendeals met tegenpartijen als Deutsche Bank en Nomura. Die deals moesten ervoor zorgen dat honderden miljoenen euro's aan verliezen van de balans verdwenen en gespreid werden over de komende dertig jaar. Pas een paar maanden geleden kwam de reële impact van een aantal van die contracten naar boven. Op de bodem van een bankkluis werden drie derivatencontracten, met namen als Santorini, Alexandria en Nota Italiana, ontdekt. Dat ze daar lagen te verstoffen, had een reden: een verlies van 720 miljoen euro verborgen houden voor bestuurders en toezichthouders. Als dit cijfer in de boeken verrekend wordt, zou het verlies van MPS over 2012 boven 2 miljard euro uitkomen. Ook een andere beslissing van het duo Mussari-Vigni draaide slecht uit: zij kozen in 2009 voor de uitbouw van een portefeuille 'veilige' Italiaanse staatsobligaties. Maar een jaar later brak de crisis van het Zuid-Europese schuldpapier uit. Tegen de herfst van 2010 was Draghi de houding van MPS beu. Hij verklaarde op een congres georganiseerd door de Italiaanse bankenfederatie waar Mussari voorzitter van was, dat MPS nog twee opties restten: "het kapitaal verhogen of plannen maken om het kapitaal te verhogen". Waarop Mussari de zaal verliet. In april 2011 werd het kapitaal van MPS met 2,5 miljard euro opgetrokken. Wou de Fondazione de controle over de bank behouden, dan moest ze 1 miljard vinden. Met de hulp van adviseurs als Goldman Sachs en JP Morgan, en door 10 procent van de bank te verpanden, lukte dat. Maar de schulden van de Fondazione stegen daardoor wel tot 1,1 miljard euro. Omdat de bank verlieslatend bleef en geen dividend kon uitkeren, en de beurskoers van MPS verder naar beneden tuimelde, moest de Fondazione in oktober 2011 staking van betaling vragen aan zijn schuldeisers. In april 2012 kwam er een nieuw management bij MPS. De 55-jarige Alessandro Profumo kreeg de opdracht de augiasstal uit te mesten. Profumo was de man die in de jaren 2000 van UniCredit de grootste bank van Italië maakte. Maar in 2008 moest ook hij vaststellen dat de vele overnames van UniCredit in de voorgaande jaren tegen te dure prijzen gebeurd waren. De aandeelhouders werden vriendelijk verzocht 6,6 miljard euro uit hun zakken te halen. Profumo bleef nog twee jaar bij UniCredit, maar moest opstappen omdat twee Libische fondsen de grootste aandeelhouders waren geworden. Profumo werd bij MPS ingehaald als puinruimer. Maar hoe groot de puinhoop is, blijft koffiedik kijken. Profumo ontdekte pas een half jaar na zijn benoeming de fameuze kluis met de derivatencontracten, wat hier en daar op ongeloof onthaald werd. De Italiaanse pers vraagt zich af hoeveel lijken er nog uit de kast zullen vallen. Intussen wordt de bank boven water gehouden door de Banca d'Italia, die zorgde voor noodfinanciering. En premier Mario Monti besliste eind vorig jaar dat MPS voor Italië een systeembelangrijke instelling is. Hij trok 3,9 miljard euro uit voor de tweede redding van de bank. Volgens Profumo moet er op termijn zeker een andere aandeelhouder komen dan de Fondazione, waarvan het vermogen de voorbije jaren gehalveerd is. Hij droomt van een financiële partner met diepe zakken, die de bank een nieuw elan (en kapitaal) kan bezorgen. In Italiaanse dagbladen worden meestal de namen van BNP Paribas en het overheidsfonds van Qatar genoemd. Tenzij MPS niet in staat zou zijn haar schulden aan de Italiaanse staat af te lossen natuurlijk. Dan wordt een nationalisering onvermijdelijk. Het ziet er in elk geval naar uit dat de Italiaanse instelling, na 540 jaar, haar onafhankelijkheid moet prijsgeven. PATRICK CLAERHOUTOp de bodem van een bankkluis werden drie derivatencontracten gevonden, goed voor een verlies van 720 miljoen euro.