Universiteiten zweven voortdurend tussen hechte samenwerking en hevige competitie. Samenwerking over institutionele en nationale grenzen heen is nodig om kritische massa te bereiken. Tegelijk woedt de strijd om fondsen en een goede plaats in de rankings. Twee Vlaamse universiteiten doen het goed in die hitparades. De Universiteit Gent prijkt op plaats 62 van de Shanghai Ranking, de KU Leuven doet het als 40ste uitmuntend in de Times Higher Education (THE) Ranking. Die posities zijn ver verwijderd van goud, zilver of brons, maar gezien de omvang van het peloton, zijn het mooie resultaten.
...

Universiteiten zweven voortdurend tussen hechte samenwerking en hevige competitie. Samenwerking over institutionele en nationale grenzen heen is nodig om kritische massa te bereiken. Tegelijk woedt de strijd om fondsen en een goede plaats in de rankings. Twee Vlaamse universiteiten doen het goed in die hitparades. De Universiteit Gent prijkt op plaats 62 van de Shanghai Ranking, de KU Leuven doet het als 40ste uitmuntend in de Times Higher Education (THE) Ranking. Die posities zijn ver verwijderd van goud, zilver of brons, maar gezien de omvang van het peloton, zijn het mooie resultaten. Zoals de meeste academici heb ik gemengde gevoelens over die lijstjes. Ik erger me eraan hoe ze complexe realiteiten vertalen in cijfers. Ik bejubel ze als we klimmen en verguis ze zodra we weer achteruitboeren. Ik negeer ze als die andere universiteit ons klopt, en tweet ze de wereld in als wij de leiding nemen. Toch zie ik er ook wel het belang van in. De volgorde zegt iets over gezondheid en ziekte, over ambitie of het gebrek eraan, en over de kwaliteit van het beleid. Rankings zuigen talenten aan of stoten ze af. Ze bepalen wie met je spreekt. Of je samenwerkt met het MIT, het University College London of Peking University, of tevreden moet zijn met Southern Mississippi, Middlesex of Xiangtan. Precies daarom ben ik ook bezorgd. Op de THE Ranking heeft België één speler in de top honderd. Nederland telt er acht, Duitsland negen, Brexitannia twaalf. Onze universiteiten zullen het moeilijk hebben om stand te houden. Op een cruciaal kenmerk lopen ze achter op hun peers: hun autonomie. De voorbije jaren heeft de European University Association (EUA) de autonomie van de universiteiten in kaart gebracht. Ze vergeleek 29 landen en regio's. Het resultaat is alweer een ranking. Vlaanderen scoort behoorlijk in financiële en bestuurlijke autonomie, met een elfde en een zevende plaats. Het financieringsmodel is verstandig ontworpen, de dotaties kunnen voldoende vrij worden besteed, de universiteiten kunnen een positief saldo behouden en geld lenen. Hoewel een rist bestuurlijke kwesties decretaal geregeld is, heeft een autonome instelling als de KU Leuven voldoende vrijheid om haar bestuur en structuur te bepalen. De beslissing van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) om bij de rectorsverkiezing in Gent enkel duo's van telkens een man en een vrouw te laten opkomen, illustreert dat dit voor publieke universiteiten nog niet zo is. Heel anders is het gesteld met de academische autonomie. Daar bengelt Vlaanderen op plaats 27 achteraan, in de buurt van Turkije, Litouwen, Griekenland en Frankrijk. Onze universiteiten mogen niet zoveel: geen selectie doen aan de poort, geen quota opleggen, niet meer dan 6 procent van de bachelorprogramma's is anderstalig, er is geen ruimte om zelf de opleidingsportfolio te optimaliseren. Welke opleiding ze mogen inrichten, is territoriaal bepaald, alsof het stadsrechten betreft. Sommige van die begrenzingen zijn ongetwijfeld legitiem. Sommige. Ook voor de invulling van het personeelsbeleid staan we op positie 22 achteraan. De universiteiten kunnen hun aanwervings- en bevorderingsbeleid grotendeels zelf invullen. Maar aanstellingsvoorwaarden, rechten en plichten, verloningsbeleid, tucht en ontslag zijn geschapen naar het beeld van de overheidsadministratie. Natuurlijk moet elke hoogleraar zich gedragen als een civil servant, maar dat betekent niet dat hij als een ambtenaar behandeld moet worden. Vooral de defensieve reflex tegenover het Nederlands fnuikt de ontwikkeling. Ze dwingt de universiteiten zich terug te plooien op een arbeidsmarkt van een zakdoek groot. Terwijl de wetenschap geen grenzen meer heeft. Autonomie is nooit een doel op zich. Ze is altijd relatief en slechts legitiem als ze gepaard gaat met verantwoordelijkheid. Ze mag worden ingeperkt waar er financiële grenzen zijn, sociale prioriteiten gelden of grote maatschappelijke uitdagingenaandacht vragen. De publieke functie van de universiteit moet mee worden bepaald door de maatschappij waar ze deel van uitmaakt. Maar geef haar wel de vrijheid om te bepalen hoe ze die functie het beste waarmaakt. Steun op vertrouwen in plaats van op bureaucratische controle. Dat is een voorwaarde voor meer institutionele diversiteit, inhoudelijke keuzevrijheid en creativiteit. En ja, ook voor een betere plaats in de rankings. De auteur is decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven.LUC SELSGeef universiteiten de vrijheid om te bepalen hoe ze hun functie het beste waarmaken.