De BMI is het vrijwel onbekende buitenbeentje in ons investeringslandschap. Nochtans pronken op haar referentielijst ronkende namen van bedrijven die zich zonder de BMI allicht heel wat bescheidener hadden moeten opstellen in hun internationale ambities. Opgericht in 1971, opereert de BMI nog grotendeels onder de radar. Maar het zevenkoppige team van de BMI onder leiding van co-CEO's Philippe Hermans en Erna Vandeplas zwoegt om de maatschappij beter op de kaart te zetten. Daarbij waren de economische missies onder leiding van (toen nog) prins Filip een goede voedingsbodem. Hermans is een trouwe deelnemer aan die missies, die steevast hordes zakenlui lokken. Zo kwam hij enkele jaren geleden in Boston in contact met de bedrijfsleiders van de fastfoodketen EXKi. Met als gevolg dat EXKi mede door steun van de BMI begin volgend jaar een eerste restaurant in New York opent.
...

De BMI is het vrijwel onbekende buitenbeentje in ons investeringslandschap. Nochtans pronken op haar referentielijst ronkende namen van bedrijven die zich zonder de BMI allicht heel wat bescheidener hadden moeten opstellen in hun internationale ambities. Opgericht in 1971, opereert de BMI nog grotendeels onder de radar. Maar het zevenkoppige team van de BMI onder leiding van co-CEO's Philippe Hermans en Erna Vandeplas zwoegt om de maatschappij beter op de kaart te zetten. Daarbij waren de economische missies onder leiding van (toen nog) prins Filip een goede voedingsbodem. Hermans is een trouwe deelnemer aan die missies, die steevast hordes zakenlui lokken. Zo kwam hij enkele jaren geleden in Boston in contact met de bedrijfsleiders van de fastfoodketen EXKi. Met als gevolg dat EXKi mede door steun van de BMI begin volgend jaar een eerste restaurant in New York opent. EXKi is een van de intussen ruim 300 projecten in ruim vijftig landen, waarbij de BMI betrokken is of was. Al hadden dat er een pak meer kunnen zijn. "We zijn niet Gimv of PMV die regelmatig in de krant komen", zegt Hermans. "We hebben dan ook al vaak te horen gekregen van bedrijven dat ze het jammer vonden dat ze ons niet eerder kenden." De BMI, die vooral via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij FPIM in handen is van de overheid, vult dan ook een niche in het financieringslandschap. "Geen enkele andere investeringsmaatschappij of bank wil doen wat wij doen. Wanneer Belgische bedrijven in het buitenland willen investeren in een fabriek of een distributiecentrum en risicokapitaal zoeken, kunnen ze bij ons terecht voor cofinanciering, vooral via kapitaal en achtergestelde leningen. Het gaat dus niet over exportsteun. Als we in het kapitaal stappen, nemen we altijd een minderheidspositie in de buitenlandse dochter, niet in de moedermaatschappij, en voor de lange termijn, gemiddeld zeven tot negen jaar. We houden ons ook niet bezig met het beheer, maar zitten vaak in de raad van bestuur van de buitenlandse projecten. Dikwijls gaat het om moeilijker landen, en vaak ook om greenfields, plekken waar we dus starten van nul." De BMI heeft in de loop der jaren tonnen ervaring opgedaan. "Soms met scha en schande", stelt Vandeplas, die al ruim een kwarteeuw actief is in de BMI. "Zo deden we onze eerste investeringen in China al in 1985. In bepaalde landen hebben we dan ook echt veel ervaring. We richten ons ook niet specifiek op een sector. Of het bedrijf nu actief is in rubberplantages of in hightech, dezelfde problemen komen terug." De BMI houdt zich wel afzijdig van start-ups of jonge bedrijven. "Daar zijn anderen veel beter in", geeft Hermans toe. Hij geeft het voorbeeld van Peter Grognard, de topman van de satellietnavigatiespecialist Septentrio, een spin-off van het onderzoekscentrum imec. "De dag dat hij Septentrio oprichtte, is hij bij ons geweest", zegt Hermans. "Hij wou naar de VS, maar dat was voor ons te vroeg omdat de technologie zich nog moest bewijzen. In 2007 is Grognard opnieuw bij ons gekomen, en zijn we erin meegegaan." Sommige andere investeringsmaatschappijen zoals Gimv hebben wel een tijd vergelijkbare investeringen gedaan. "Maar zij hebben snel hun rekening gemaakt", zegt Hermans. "We investeren gemiddeld tussen 500.000 en 1 miljoen euro. De meeste private-equityspelers zijn in zulke bedragen niet geïnteresseerd omdat ze daar onvoldoende rendement op kunnen halen. We cumuleren een hoop risico's, maar hebben niet het grote opwaartse potentieel dat pure private equity kan hebben door in de moedermaatschappij te investeren. Je hebt dus nooit die jackpot van een beursgang of trade sale, die altijd op het niveau van de moedermaatschappij gebeurt." Toch heeft de BMI de voorbije zeven jaar winst geboekt, zelfs in de recente crisis. "Omdat we vooral in groeimarkten actief waren, die veel sneller door de crisis zijn gegaan. De moedermaatschappijen hadden het veel moeilijker. Het groepsrisico was veel groter dan het projectrisico", legt Hermans uit. De BMI kan zich echter geen gekke dingen permitteren. "Ons eigen vermogen bedraagt zowat 36 miljoen euro. Dat is oké, maar het beperkt ons soms", zegt Vandeplas. "Als we bijvoorbeeld 4 miljoen op tafel willen leggen, kunnen we dat niet omdat het ongezond is om meer dan 10 procent van het eigen vermogen aan een project te geven. En ja, soms kunnen we een groep niet helemaal volgen in haar hele expansie, omdat we niet boven die drempel willen gaan." Daarom zou een kapitaalverhoging tot zeg maar 60 miljoen euro hoogst welkom zijn. Maar daarvoor moet de BMI passeren langs de voogdijminister, minister van Financiën Koen Geens. "We stonden daarin heel ver met Didier Reynders. Die had zelfs publiekelijk aangekondigd dat het kapitaal zou worden verhoogd, maar enkele dagen later hadden we een nieuwe regering met Steven Vanackere als minister van Financiën", aldus Vandeplas. "Had de regering van lopende zaken het nog wat langer getrokken, hadden we het allicht rond gekregen. Nu zijn we back to square one." Gelukkig is de BMI niet op zichzelf aangewezen. Zo kan ze rekenen op 6,5 miljoen euro aan dotaties van de federale overheid voor investeringen in Azië en Centraal- en Oost-Europa. Daarnaast werkt ze samen met regionale overheden, meer bepaald met het Fonds Vlaanderen Internationaal, dat is verbonden aan de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV). Voor Waalse projecten wordt gerekend op Sofinex, dat schuilt onder de koepel van het Waalse exportagentschap AWEX. "Wij werken al vrij lang samen met de regio's", zegt Hermans. "Neem het project van EXKi in de VS. Wij hebben er samen met PMV en Sofinex in geïnvesteerd." Voor grotere projecten kan de BMI terugvallen op haar collega-overheidsinvesteerders die zijn verzameld in EDFI, een vereniging van zestien Europese instellingen voor ontwikkelingsfinanciering. "Voor de echt grotere projecten kunnen we zo tot 60 miljoen euro optrommelen", zegt Hermans. Vooral met de kapitaalkrachtige Duitse collega DEG wordt geregeld samengewerkt. "Het eerste project dat we met DEG deden, was met de plantageholding Sipef in Papoea-Nieuw-Guinea. Sipef wou een tweede fabriek bouwen en zijn plantage uitbreiden, goed voor een investering van 27 miljoen euro. Wij stonden daar met onze 2,5 miljoen, maar hebben onze Duitse collega's ingeschakeld en zelfs de Europese Investeringsbank." Dat de BMI een overheidsinstelling is, opent ook onvermoede deuren voor onze bedrijven. "Dat wij aan de overheid verbonden zijn, helpt in veel landen. Bijvoorbeeld in China en Rusland, waar de overheid belangrijk is", zegt Hermans. "Onze band met de overheid creëert een klimaat van vertrouwen. Hier wordt altijd gezegd dat we moeten opletten bij het zakendoen met Chinezen of Indiërs, maar we vergeten dat die mensen van ons wellicht hetzelfde denken. Die zien ook een bedrijf dat ze van haar noch pluim kennen. Als je dan als bedrijf kan zeggen dat de Belgische overheid via de BMI mee investeert, biedt dat toegevoegde waarde, ook bij problemen. Zo hadden we met ons eerste project in China in 1985 problemen omdat ze daar de producten van dat bedrijf gewoon kopieerden. Het heeft even geduurd, maar we hebben de rechtszaak zelfs gewonnen. Omdat we de Belgische overheid mee hadden als partner, hielp de ambassade actief mee om een oplossing te vinden." De co-CEO's gaan er prat op dat diegenen die de weg naar de BMI hebben gevonden, vaak trouw blijven. "We hebben heel vaak herhalingsinvesteringen", zegt Vandeplas. "Met veel bedrijven hebben we ook al een heel lange relatie. Met Resilux en LVD bijvoorbeeld werken we al bijna vijftien jaar samen." BERT LAUWERS EN JOZEF VANGELDER, FOTOGRAFIE PAT VERBRUGGEN"Onze band met de overheid creëert in het buitenland een klimaat van vertrouwen" "Geen enkele andere investeringsmaatschappij of bank wil doen wat wij doen"