Je ziet ze amper, maar ze nemen in elke productieomgeving wel een cruciale plaats in: de maintenance-managers of onderhoudsmanagers.
...

Je ziet ze amper, maar ze nemen in elke productieomgeving wel een cruciale plaats in: de maintenance-managers of onderhoudsmanagers. Dat ze niet opvallen binnen de onderneming is eigenlijk niet verwonderlijk. Het onderhoud van de installaties of de machines wordt op veel werkvloeren gezien als een verplicht nummertje. "Het kost tijd en geld," is een veelgehoorde opmerking. Bedrijven beperken de onderhoudsinvesteringen dan ook graag tot een minimum. Vroeger bestond de neiging om het maintenance-proces tijdens de vakantiemaanden in gang te zetten, op momenten dus dat het productieproces zo weinig mogelijk kon worden verstoord. "Maar de ondernemingen zijn gaan inzien dat die aanpak niet werkt en dat is een goede zaak," zegt Johan De Coster, managing director van Maintenance Partners. Zoals de naam al zegt, is Maintenance Partners gespecialiseerd in het uitvoeren van onderhoudsopdrachten op de werkvloer. De Coster is ook voorzitter van Bemas, de Belgische Maintenance Associatie - zeg maar de vereniging van onderhoudstechnici. "Ondernemingen beseffen geleidelijk dat maintenance een belangrijk onderdeel van het bedrijfsproces uitmaakt," zegt De Coster. "Ze investeren in een zoektocht naar goede onderhoudsmanagers of doen een beroep op externe specialisten. Studies tonen aan dat een goed onderhoudsbeleid de omzet van een bedrijf makkelijk met 2 % tot 5 % doet toenemen. Maar eigenlijk zitten we hier in een branche die constant met een paradox wordt geconfronteerd. Bij een bedrijf dat budgettair wat krap zit, zal snel de neiging ontstaan om al eens een onderhoudsbeurt over te slaan. Maar als het onderhoud wordt verwaarloosd, brengt dat extra kosten mee. Ik heb er op zich geen problemen mee dat bedrijven voor de curatieve aanpak kiezen, maar dat betekent wel dat de kosten voor eenzelfde onderhoudsjob vier keer hoger liggen."Voor De Coster is de keuze duidelijk: een bedrijf moet een uitgekiende maintenance-strategie op poten zetten, zoniet zal de onderhoudsploeg later brandweerman of loodgieter moeten spelen, met hogere werkingskosten en dus ongeplande productieonderbrekingen tot gevolg. "Bedrijven moeten sturen op de totale productiekost en niet alleen focussen op de directe onderhoudskost," voegt Wim Vancauwenberghe, manager van Bemas, eraan toe. Maintenance mag voor een pak ondernemingen nog altijd een nobele onbekende zijn, het belang ervan neemt wel toe. De werkgeversorganisatie Agoria heeft trouwens onlangs een apart sectorcomité voor onderhoudscontractors opgericht. Een van de belangrijkste redenen waarom bedrijven de voorbije jaren het belang van een goed onderhoudsbeleid zijn beginnen onderkennen, heeft te maken met de recente technologische evoluties. Een belangrijk deel van het onderhoud moet door specialisten worden uitgevoerd en bedrijven gaan na in welke mate ze daarvoor een beroep kunnen doen op externe partners. Andere factoren zijn de strenge milieuwetgeving en de nood aan een veilige werkvloer. De Coster: "Bedrijven besteden meer aandacht aan maintenance en merken welke kosten ze daarmee op langere termijn kunnen besparen. Die besparing versterkt dan weer de concurrentiekracht. Eigenlijk is onderhoud een cruciale factor om de industrie in ons land te behouden.""Op het gebied van loonkosten kunnen we niet concurreren, maar qua productiviteit scoren we wel nog sterk," zegt Fred Duterne, voorzitter van Agoria contracting & maintenance en directeur bij Cegelec, in ons land een van de belangrijkste spelers op het vlak van contracting en maintenance. "En als ik het over productiviteit heb, dan denk ik niet alleen aan de werknemers, maar ook aan de machines die voor de gewenste output zorgen." De stijgende aandacht voor maintenance staat volgens Duterne niet los van het feit dat er in België minder wordt geïnvesteerd. Bedrijven proberen de bestaande installaties langer in dienst te houden en dat kan pas als er een onderhoudsbeleid wordt gevoerd. Duterne: "Een goed onderhoud kan een blijvend niveau van productie garanderen en kan dat niveau zelfs verhogen. Dat versterkt dus de concurrentiepositie van het bedrijf. Door de installaties langer te gebruiken, kun je je investeringen over een langere periode afschrijven."Bij managers mag de bewustwording over het belang van maintenance dan wel toenemen, velen zijn nog terughoudend omdat de impact ervan moeilijk te meten zou zijn. Nochtans bestaan daarvoor diverse parameters. De meest voor de hand liggende parameter is de verhouding kost tegenover productie. Duterne: "Je kunt als onderhoudsmanager nagaan wat de onderhoudskost is om bijvoorbeeld één ton plastic te produceren. Zo kan je trouwens tamelijk snel een vergelijking maken tussen twee fabrieken die hetzelfde product maken." Daarnaast bestaan er rendementsmetingen zoals de OEE (overall equipment effectiveness), die de stilstand en beschikbaarheid van een machine meten en ook parameters zoals snelheid incalculeren. "Op basis van de OEE kun je nagaan waar er zich verliezen voordoen," aldus De Coster. "Die zijn gelinkt aan stilstanden, maar ook aan snelheid. Een papiermachine kan bijvoorbeeld 5 % sneller of trager draaien, afhankelijk van het onderhoud." De baten van maintenance kunnen meten is cruciaal wanneer je het topmanagement wil overtuigen van het belang van een goed onderhoudsbeleid. Een rechtstreekse lijn tussen de maintenance-manager en het topmanagement is evenmin een overbodige luxe. "Ingenieurs en onderhoudstechnici spreken vaak een totaal andere taal dan de topman van het bedrijf. Het is aan de maintenance-manager om de boodschap op een begrijpelijke manier door te geven." Dat vindt in ieder geval Gerard Poolman, die zich bij Johnson & Johnson bezighoudt met het maintenance-beleid. Hij is onder meer verantwoordelijk voor de vestigingen van Janssen Pharmaceutica in Beerse en Geel. "Voor mij is er plaats voor een maintenance-manager op managementniveau als die er de chief executive officer van kan overtuigen dat een machine die 5 % sneller draait heel wat besparingen op andere domeinen oplevert," zegt Poolman. "Een maintenance-manager op topniveau kan ervoor zorgen dat het management beslist om de capaciteit van de bestaande machines te verhogen in plaats van een nieuwe lijn op te starten. Voor een multinational maakt dat al snel een verschil van honderden miljoenen dollar." Vroeger waren de onderhoudsverantwoordelijken binnen het bedrijf strikt gescheiden van de mensen op de productieafdeling. Dat is stilaan aan het veranderen. De productie hield zich aanvankelijk uitsluitend met haar kerntaken bezig, maar sinds kort dringt maintenance ook door tot de productie. Bedrijven proberen er hun werknemers van te overtuigen dat ook zij een rol hebben te spelen bij het onderhoud van de installaties. Duterne: "Meer en meer technici hebben een opleiding gevolgd waardoor ze aan first line maintenance kunnen doen. De eerstelijnsonderhoudsopdrachten gebeuren dus door de operatoren zelf en dat vind ik een goede zaak. Je moet bij die operatoren wel een psychologische omslag bewerkstelligen: ze moeten zichzelf voor een deel als onderhoudsmanagers zien." Duterne ziet al veel bedrijven die zich pas tot specialisten wenden als complexe installaties een onderhoudsbeurt nodig hebben. Wanneer die onderhoudsspecialisten tot het eigen personeel behoren, moet er wel een apart human-resourcesbeleid worden gevoerd. Productie is immers shiftwerk, terwijl maintenance zeer flexibel is. De Coster: "Onderhoud is een ongewone manier van werken. Het is moeilijk omdat je onder extra tijdsdruk moet functioneren. De stilstand van een machine wordt echt gechronometreerd. Vroeger had je de grote shutdowns, waarbij de fabriek een maand stillag, vooral in de zomer. Dat was niet echt ideaal omdat je in die periode te weinig technisch personeel beschikbaar had om de onderhoudstaken af te handelen. De stilstanden zijn nu korter en meer gespreid over het jaar." Productieprocessen worden steeds complexer en dus kan het onderhoud niet zomaar in een handomdraai worden afgehandeld, ook al zijn de machines onderhoudsvriendelijker geworden. "Je kunt een installatie een beetje vergelijken met een wagen," legt De Coster uit, "Vroeger moest je met je auto elke 5000 kilometer naar de garage voor een onderhoudsbeurt. Nu is dat pas om de 15.000 kilometer. Het onderhoud is minder frequent geworden, maar de ploegen hebben wel meer technische kennis nodig om het op een efficiënte manier uit te voeren. En in dat geval richt je je naar externe gespecialiseerde bedrijven."Ondernemingen kiezen niet alleen om technische redenen voor outsourcing. Het uitbesteden van onderhoudsopdrachten zorgt ook voor meer transparantie. De klant krijgt immers een factuur en weet dus wat het prijskaartje is van een goed onderhoud. Wie beslist om het onderhoud uit te besteden, maakt best een onderscheid tussen core-business-installaties en niet- core-business-installaties. Duterne: "Bij het uitbesteden van het niet-core-business-onderhoud zie ik alleen maar voordelen. Maar voor veel bedrijven vormen sommige machines een essentieel onderdeel van de knowhow. En als ze het onderhoud daarvan gaan uitbesteden, zijn ze bang dat ze voor een deel hun bedrijfsgeheimen prijsgeven. Het gebeurt dan ook dat Cegelec bij sommige klanten een geheimhoudingsclausule moet ondertekenen. Concreet houdt dat in dat we pas voor een klant kunnen werken als we beloven om het komende jaar niet bij een concurrent aan de slag te gaan."Een vaak gehoorde kritiek is dat KMO's zich veel minder bewust zijn van de noodzaak van een goede maintenance-strategie. Ze denken vooral curatief en proberen ook alles zelf onder controle te houden. De Coster: "Bij KMO's zijn de mensen die voor de productie instaan vaak ook de onderhoudsverantwoordelijken." Bij kleine bedrijven is het nog altijd de regel dat het onderhoud binnenshuis gebeurt. Volgens Duterne kan in zo'n bedrijf hoogstens het onderhoud van de infrastructuur worden uitbesteed: "Een textielbedrijf met twintig arbeiders heeft het niet echt nodig om de maintenance uit te besteden. Eigenlijk is er daar alleen behoefte aan een goede onderhoudstechnicus die een manusje-van-alles is. Het is bij wijze van spreken ook de man die wordt ingeschakeld om het gras af te maaien.""Jammer genoeg blijven grotere KMO's vaak op dit niveau steken," vult Wim Vancauwenberghe aan. "Periodiek en preventief onderhoud gebeuren nauwelijks, met desastreuze gevolgen door stilstanden en uren productieverlies. Gelukkig beginnen meer en meer bedrijfsleiders, mee gedreven door de kwaliteitseisen van hun klanten, in te zien dat het wel degelijk loont om te investeren in onderhoud."Alain Mouton