In 1993 schreef Cécile Vlerick-Sap een herinneringsboek over haar overleden man. Daarin staat de volgende anekdote uit 1982. Philippe Delva, een van de oud-studenten van André Vlerick, gaat trouwen. Delva werkt op Investco, de investeringsmaatschappij die André Vlerick lange tijd heeft geleid. Enkele dagen voor zijn huwelijk komt Delva aan Vlerick uitleggen dat hij overstapt naar de Generale Bank. Hij is nog niet lang bij Investco, maar vindt de ontvangst er veeleer koel.
...

In 1993 schreef Cécile Vlerick-Sap een herinneringsboek over haar overleden man. Daarin staat de volgende anekdote uit 1982. Philippe Delva, een van de oud-studenten van André Vlerick, gaat trouwen. Delva werkt op Investco, de investeringsmaatschappij die André Vlerick lange tijd heeft geleid. Enkele dagen voor zijn huwelijk komt Delva aan Vlerick uitleggen dat hij overstapt naar de Generale Bank. Hij is nog niet lang bij Investco, maar vindt de ontvangst er veeleer koel. Wat later vindt het trouwfeest plaats. Cécile Sap schrijft daarover: "Op het huwelijk zelf dan, gestoord door de uitsluitend Franstalige speechen uitgesproken door twee zeer Vlaamse families en aangemoedigd door een charmante tafelbuur, neemt André Vlerick ongevraagd het woord in het Nederlands. Bij een koffiepraatje op het terras maakt hij zich naderhand zeer boos op een heer van de familie die hem zegt te begrijpen waarom zijn zoon gebuisd werd op de toelatingsproef voor het postuniversitaire programma. Zulke valse beschuldigingen vindt André onduldbaar." De 'beschuldiging' doet het vermoeden rijzen dat Vlerick bepaalde studenten à la tête du client toeliet en dus niet op basis van merites en prestaties werkte. De realiteit was totaal het tegenovergestelde. "Bij Vlerick zijn het geen fils à papa", zegt managementconsultant en alumnus Jo Sanders. "In veel businessscholen was dat lange tijd wel anders. Telgen uit kapitaalkrachtige families kwamen er les volgen. Vlerick was van bij de aanvang fundamenteel anders." Meritocratie was van het begin het ordewoord bij Vlerick en bleef dat ook. Zelfs voor wie deel uitmaakte van rijke Vlaamse families. Dat was een keerpunt in de manier waarop tegen bedrijfsvoering werd aangekeken in België. André Vlerick maakte het indertijd ook duidelijk aan zijn neef Philippe, die zich ten opzichte van zijn vader, textielondernemer Lucien, moest bewijzen. André Vlerick zei tegen zijn neef: 'Zolang ge geen vierkante meter tapijt verkocht zult hebben, zal uw vader u nooit voor vol aanzien.'" In interviews over de Vlerick Business School duurt het nooit lang eer voorzitter Louis Verbeke komt met de term meritocratie. Die nadruk op eigen verdienste was revolutionair. Om succes te hebben in de Belgische zakenwereld was het lange tijd voldoende uit een rijke familie (Boël, Solvay, Janssen, de Spoelbergh,...) te komen en via een goede opleiding in de zakenwereld terecht te komen. André Vlerick zag geen heil meer in die aanpak, en niet alleen omdat die elite Franstalig was en de deur sloot voor de Vlamingen. Het is niet omdat iemand de zoon is van een zakenman of een rijke industrieel dat die per definitie ook geschikt is voor een carrière in de bedrijfswereld. Hij weigerde dan ook geregeld zonen van vrienden zomaar aan een job als manager in een bedrijf te helpen. Meritocratie wordt bij Vlerick ook gelinkt aan dienstbaarheid aan de gemeenschap. "Vlerick moet de gemeenschap dienen en niet de Vlerick-boys nog wat rijker maken", zei Louis Verbeke ooit. Men had een positie niet om zijn status of omdat men er gewoon 'gearriveerd' was. Er moest voor gevochten worden. Naar aanleiding van vijftig jaar Vlerick-school zei Verbeke: "Meritocratie is een sleutelwoord van de Vlerick-spirit, dat sijpelt hier bijna letterlijk uit de muren. Het doet er niet toe of je rijk geboren bent of tot een partij of gezindheid behoort." Meritocratie, zich blijven inzetten voor welvaartscreatie en een open netwerk: het loopt als een rode draad door de geschiedenis van de Vlerick-school en haar invloed op de ontwikkeling van de Vlaamse economie. En dat komt ook terug in de manier waarop Vlerick-boys zich vandaag in de Vlaamse economie bewegen. De tijd is voorbij dat een kleine groep alumni in elkaars raden van bestuur zetelde en dat er in de ogen van de buitenwereld geen plaats was voor outsiders. Overigens hebben mensen uit het Vlerick-netwerk altijd ontkend voor die gesloten aanpak te kiezen. Men wou de fouten van de francofone machtscentra niet herhalen. De macht van de Franstalige haute finance in België draaide lange tijd rond een vijftal mensen gaande van Etienne Davignon over Maurice Lippens, Philippe Bodson en Marc Blanpain (een figuur uit de familie Solvay) tot wijlen John Goossens (rond de eeuwwisseling topman van Belgacom). Er waren wekelijkse diners en ze stonden in nauw contact met kapitaalkrachtige families als de Solvays, Boëls, Janssens, enzovoort. Het netwerk werd gekenmerkt door een sterke inteelt. Het was het schoolvoorbeeld van hoe het niet moest: de ons-kent-onsaanpak was vanzelfsprekend. En over een gesloten netwerk gesproken: Vlamingen hebben heel wat pogingen ondernomen om in die structuur binnen te dringen, maar dat is mislukt. Bedrijven rond het Generale-netwerk hadden dan ook geen draagvlak in Vlaanderen. Er zaten amper Vlamingen in de raad van bestuur van bedrijven als Tractebel. Die vroegere elite is anno 2013 weg of op zijn minst uit elkaar gespeeld, onder andere door het Fortis-drama in 2008. Maar nog voor dat establishment door de Fortis-saga verzwakt was, zijn er vanuit Vlerick pogingen ondernomen om mee te werken aan de uitbouw van een gelijkaardig, Vlaams, zakelijk establishment. Als tegenwicht. En dat moest een modern zakelijk netwerk zijn. Angelsaksisch, op basis van verdienste. Meritocratie betekent dat de fils à papa-mentaliteit zijn tijd heeft gehad. Dat kinderen uit kapitaalkrachtige families hun toekomst verzekerd zien binnen het eigen bedrijf wordt anno 2013 steeds minder aanvaard, tenzij ze bewijzen over de nodige competenties beschikken. De tijd is ook al lang voorbij dat de klassieke haute finance verboden terrein was voor de Vlamingen. Waar de meritocratische impact van de school via het bedrijfsleven op een objectieve en relevante manier kan worden gemeten, is in de aanwezigheid van alumni in de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven. Tegelijk is het interessant na te gaan of de alumni zich ook in het directiecomité bevinden. Als Vlerick-alumni doordringen tot de bestuurskamers, is dat niet alleen omdat ze vanuit hun familiale omgeving een uitgebreid zakelijk netwerk hebben kunnen opbouwen. Het is ook in belangrijke mate hun eigen verdienste. Je toont in een uitvoerende functie wat je capaciteiten zijn, je wordt CEO of op zijn minst lid van het directiecomité, je zorgt mede voor de groei van het bedrijf, je bouwt een netwerk op -- binnen en buiten de school -- en je wordt gevraagd bestuurder te worden in een ander bedrijf. Kwestie van er voor de kritische noot te kunnen zorgen. Neem de Bel-20-index. Wat opvalt bij de Bel-20-bedrijven is dat een hele reeks ervan voor Vlerick-alumni onontgonnen terrein is. Noch in het directiecomité, noch in de raden van bestuur zijn Vlerick-boys of -girls terug te vinden. Dat geldt bijvoorbeeld voor AB InBev. Dat is misschien niet verwonderlijk, aangezien het directiecomité, afgezien van Jo Van Biesbroeck, uit niet-Belgen bestaat. En de Belgen in de raad van bestuur zijn veeleer de vertegenwoordigers van de aandeelhoudersfamilies zoals de Spoelberghs, de Vandammes of de Méviussen. Hetzelfde geldt opvallend genoeg voor de investeringsmaatschappij Ackermans & Van Haaren rond captain of industry Luc Bertrand, toch een bedrijf met een uitgesproken Vlaams DNA. De Vlerick-boys zijn ook niet direct terug te vinden in de bedrijven die het hart van de oude Belgische familiale haute finance uitmaken. We denken dan aan UCB en Solvay. In Delhaize, ook zo'n bedrijf van de oude Belgische familiale elite, is het stricto sensu zoeken naar een Vlerick-bestuurder. Luc Vansteenkiste zetelt wel nog in de board, maar wordt niet door iedereen als een Vlericker beschouwd. Eerder als een exponent van het vroegere zakennetwerk dat in de jaren 1990 en het begin van de twintigste eeuw zo vaak in het nieuws kwam. Ook bij sterk francofoon ingestelde bedrijven als Cofinimmo, GBL of GDF Suez is het zoeken naar de Vlericker. Opvallender is dat ze evenmin terug te vinden zijn in de comités van Bekaert, toch een bij uitstek Vlaamse multinational. Zijn er dan Bel-20-bedrijven waarin wel Vlerick-alumni actief zijn? Vast en zeker. Zoals Belgacom, nog altijd een van de vlaggenschepen van de Belgische economie. Bestuurders zijn Lutgart Van den Berghe, een van de drijvende krachten achter corporate governance in België. Zij is executive director bij Guberna, het vroegere Instituut voor Bestuurders en is partner-professor aan de Vlerick-school. Aan het begin van de 21ste eeuw werd Van den Berghe verschillende malen verkozen tot machtigste vrouw in het Nederlandse bedrijfsleven. Ze had onder meer bestuursmandaten bij KLM en ING. Bij Belgacom vinden we ook Michèle Sioen terug. Zij is niet alleen gedelegeerd bestuurder van Sioen Industries, maar rijgt ook de bestuursmandaten aan elkaar. Zo zit ze in de board van de autoverdeler D'Ieteren. Sioen heeft geen Vlerick-MBA, maar volgde in Gent wel verschillende executive-programma's. En hoe zit het bij Colruyt, toch een Vlaams bedrijf bij uitstek? Jef Colruyt is een alumnus, net als Wim Biesemans, die acht jaar financieel directeur was en sinds 2013 de energiepoot leidt. Biesemans is CEO van Parkwind, de Belgische meerderheidsaandeelhouder van Belwind en Northwind. Bij Umicore is de enige Vlericker financieel directeur Filip Platteeuw. Bij het biotechbedrijf ThomboGenics heeft financieel directeur Chris Buyse een MBA-diploma. Hr-manager Laurence Raemdonck volgde een Compensation & Benefits-programma aan de businessschool. Vermelden we bij de Bel-20'ers nog dat Jan Van Autreve, de CEO van Delta Lloyd, van bij Vlerick komt. Het zal niemand verwonderen dat het Bel-20-bedrijf met de sterkste Vlerick-connectie de financiële groep KBC is. Al moet dat ook weer niet worden overdreven. In het directiecomité zit geen Vlericker. In de raad van bestuur vinden we wel twee absolute kopstukken terug. Er is Philippe Vlerick, neef van André Vlerick. Weinig mensen in Vlaanderen hebben een even uitgebreid netwerk als die man. Philippe Vlerick is het gezicht van de familiale aandeelhouders van KBC, heeft zitjes bij Corelio, Etex, Spector en zetelt ook in de raad van bestuur van Exmar (Saverys). Hij is ook een van de centrale figuren van het investeringsfonds Pentahold. Daar komt hij Vlerick-alumnus Paul Thiers (ex-Unilin) tegen, maar ook een Filiep Balcaen, absoluut geen Vlericker maar wel een van de meest invloedrijke West-Vlaamse ondernemers. Vlerick speelt een centrale rol in wat we het Vlerick 2.0-netwerk kunnen noemen. Men kijkt verder dan de groep van Vlerick-alumni. Een andere belangrijke figuur is de discrete Frank Donck. We kunnen gerust stellen dat hij na Philippe Vlerick de alumnus is met het meest uitgebreide netwerk. Frank Donck, geboren in 1965, grossiert in bestuursmandaten, is alumnus en oud-lesgever aan de Vlerick Business School, maar speelt toch vooral een belangrijke rol in het bedrijfsleven dankzij zijn familiale achtergrond. De familie Donck verdiende goed in de zuivelsector en investeerde dat geld onder andere in KBC. Het zou fout zijn te denken dat Frank Donck alles in de schoot geworpen heeft gekregen. Er zijn uiteraard de familiale achtergrond en het kapitaal, maar Frank Donck is ook een meritocraat. Een bedrijfsleider zei over hem: "hij leerde van zijn vader en zijn oom, die mee in het zuivelbedrijf zat, veel over het reilen en zeilen van een onderneming. Maar die kennis combineert hij met een eigen opleiding en ervaring en een grote intelligentie." Toen hij docent was aan Vlerick, gaf Frank Donck les aan Christophe Desimpel, neef van Luc Desimpel. Met Luc De-simpel (broer van Aimé Desimpel) richtte de familie Donck in 1992 de investeringsvennootschap 3D op. De groep neemt zowel langetermijnbeursparticipaties als investeringen in groeibedrijven. Door de vroegere en huidige aanwezigheid in gevestigde Vlaamse bedrijven heeft Donck een aanzienlijk netwerk opgebouwd, zowel met Vlerick-alumni als met niet-alumni. Zo zit de investeringsmaatschappij via referentieaandeelhouder Belfimas ook in de investeringsgroep Ackermans & van Haaren. Die participatie dateert al van 1992, het prille begin dus. Daarmee behoort ook Luc Bertrand tot zijn netwerk. Hij is geen Vlericker, maar ook bestuurder bij de vastgoedgroep Atenor, een 3D-participatie sinds 1997. Donck is op zijn beurt voorzitter van Atenor. Hij komt er kleppers tegen als Regnier Haegelsteen (topman Bank Degroof). Voorts is Donck voorzitter van de raad van bestuur bij Telenet. De Vlerick-alumni zijn niet alomtegenwoordig in de raden van bestuur en directiecomités van Bel-20-bedrijven. Maar we vinden ze wel in acht (KBC, Telenet, Umicore, Delta Lloyd, D'Ieteren, ThromboGenics, Colruyt en Belgacom) op de twintig topbeursgenoteerde bedrijven terug. Dat is een mooie score als we weten dat een aantal bedrijven een sterke francofone Solvay-connectie heeft. Bovendien zijn er ook veel bestuurders en managers die een diploma van een Amerikaanse businessschool of van Insead in Fontainebleau op zak hebben. We mogen ook niet vergeten dat beursgenoteerde bedrijven strikt gezien geen zuiver Belgische bedrijven meer kunnen worden genoemd. Het zijn internationale, mondiale spelers. En dus trekken ze ook almaar meer bestuurders aan met een internationaal trackrecord. Mensen die in dezelfde sector wereldwijd expertise hebben opgebouwd. Tussen dat kwaliteitsvolle internationale geweld houden de Vlerick-alumni goed stand. En dat geldt niet alleen voor de grootste beursgenoteerde bedrijven. Gaan we dieper in op de andere beursgenoteerde bedrijven die niet in de Bel-20 staan, dan zijn ook daar Vlerick-mensen sterk vertegenwoordigd. Al zijn er opnieuw ondernemingen waar het opvallend is dat er geen Vlerickers aan het roer staan, zoals Agfa-Gevaert. Bij Arseus, een bedrijf dat voortgekomen is uit Omega Pharma, zijn de Vlerick-alumni sterk aanwezig met bestuurders Marc Coucke, Frank Vlayen en Jan Peeters. Deze laatste is ook CFO. Mario Huyghe is een andere Vlericker in het directiecomité. De Vlerick-boys bevolken ook het directiecomité van Barco met CFO Carl Peeters en COO (Chief Operating Officer) Filip Pintelon. De Vlerick-alumni die zetelen in de raden van bestuur van de bedrijven rond de familie Saverys (Exmar, CMB...) zijn Philippe Vlerick en Ludwig Criel. Het beursgenoteerde raamprofielenbedrijf Deceuninck heeft met Tom Debusschere een Vlerick-boy als CEO. In de raad van bestuur zetelt ook alumnus Paul Thiers (een van de Pentahold-vennoten) als onafhankelijke. Bij de bekende lingerieproducent Van de Velde is de retailtopman Dirk De Vos een alumnus. Nog een bekend Vlaams bedrijf is Lotus Bakeries. CEO Jan Boone is geen alumnus van de school, maar behoort wel tot het netwerk van Marc Coucke. CFO Jos Destrooper is alumnus. Bij Mobistar hebben we Johan Deschuyffeleer als onafhankelijk bestuurder. Bij Ter Beke is Vlerick-voorzitter Louis Verbeke nog voorzitter. Een van de onafhankelijke bestuurders is Willy Delvaux, die ook nog een zitje heeft bij Neuhaus en vooral bij Colruyt. Deze Vlerick-MBA'er werkte bij Ex-xonMobil en oefende jarenlang een topfunctie uit bij Procter & Gamble. Delvaux was zelfs een tijd topman van P&G in België en Nederland. Ten slotte zijn ook verschillende Vlerick-professoren bestuurders zoals Sophie Manigart bij GIMV en Marion Debruyne bij Kinepolis en Recticel. Wie de lijst bekijkt, kan niets anders doen dan vaststellen dat de aanwezigheid van Vlerick-alumi in de bestuurskamers van beursgenoteerde bedrijven duidelijk vertegenwoordigd zijn. Alain Mouton, Vlerick Boys. Een Vlaamse meritocratie, Pelckmans, 2013, 236 blz. ALAIN MOUTON"Vlerick moet de gemeenschap dienen en niet de Vlerick-boys nog wat rijker maken" Louis Verbeke