" De vrees is dat dat effect terechtkomt bij rijke mensen. Die kopen dan misschien een Andy Warhol voor 105 miljoen in plaats van voor 80 miljoen, maar dat verandert de economie natuurlijk niet." Dat zei de voormalige Nederlandse centrale bankier Nout Wellink naar aanleiding van de plannen van de Europese Centrale Bank (ECB) om staatspapier van de eurolanden op te kopen. De ECB wil op die manier de Europese economie een groei-impuls geven. Wellinks uitspraak is een van de opvallendste in de discussie over zin en onzin van de monetaire bazooka van de ECB. Wellink bedoelt dat het extra gecreëerde geld vooral zijn weg zal zoeken en vinden naar hoogrenderende beleggingen. Aandelen uiteraard, maar bijvoorbeeld ook kunst en oldtimers tot pakweg originele tekeningen van Kuifje-tekenaar Hergé.
...

" De vrees is dat dat effect terechtkomt bij rijke mensen. Die kopen dan misschien een Andy Warhol voor 105 miljoen in plaats van voor 80 miljoen, maar dat verandert de economie natuurlijk niet." Dat zei de voormalige Nederlandse centrale bankier Nout Wellink naar aanleiding van de plannen van de Europese Centrale Bank (ECB) om staatspapier van de eurolanden op te kopen. De ECB wil op die manier de Europese economie een groei-impuls geven. Wellinks uitspraak is een van de opvallendste in de discussie over zin en onzin van de monetaire bazooka van de ECB. Wellink bedoelt dat het extra gecreëerde geld vooral zijn weg zal zoeken en vinden naar hoogrenderende beleggingen. Aandelen uiteraard, maar bijvoorbeeld ook kunst en oldtimers tot pakweg originele tekeningen van Kuifje-tekenaar Hergé. Het positieve effect van dit beleid op de reële economie valt volgens Wellink dus af te wachten. Met zijn analyse sluit de Nederlander zich aan bij de recente rapporten van onder meer Allianz en Crédit Suisse. Beide financiële instellingen komen tot de conclusie dat de quantitative easing (QE) in de VS, het lakse monetaire beleid in Japan en de renteverlagingen in Europa hebben geleid tot een toenemende ongelijkheid tussen de vermogens. Anders gezegd, de vermogenskloof tussen arm en rijk neemt toe. Vooral de mensen in de hogere inkomenscategorieën bezitten aandelen of hoogrenderende activa en zien de waarden daarvan al een hele tijd stijgen. De lage rente daarentegen is een impliciete vermogensbelasting op het spaargeld van Jan Modaal, die zijn financiële middelen wegens een onzeker economisch klimaat en met het oog op de oude dag blijft oppotten. Eind vorig jaar gaven Janet Yellen, voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve, en Yves Mersch, de Luxemburgse ECB-directeur, onafhankelijk van elkaar in een speech toe dat het soepele monetaire beleid inderdaad leidt tot een toenemende vermogensongelijkheid. Mersch haalde onder meer een McKinsey-onderzoek aan waaruit zou blijken dat vooral de oudere spaarder wordt getroffen door het lagerentebeleid van de ECB en de Fed, terwijl jonge gezinnen profiteerden omdat zij relatief weinig spaargeld hebben en hun hypotheek nog niet hebben afgelost. Volgens McKinsey bedroeg het effect van het monetaire beleid liefst 630 miljard dollar ten nadele van de spaarder (voor de VS, Groot-Brittannië en de eurozone). Yellen en Mersch zijn niet de enigen die de jongste maanden de discussie over de toenemende ongelijkheid tussen de vermogens hebben aangewakkerd. Er is het boek van de Franse econoom Thomas Piketty, Kapitaal in de 21ste eeuw, waarin hij waarschuwt dat stijgende vermogensongelijkheid kan leiden tot zware sociale conflicten en zelfs ontwrichte samenlevingen. Er was ook de Amerikaanse president Barack Obama die een paar weken geleden tijdens zijn State of the Union pleitte voor een meer evenwichtige fiscale bijdrage van de grootste vermogens. Lees: de invoering van een of andere vermogensbelasting. En op het World Economic Forum in Davos stal de niet-gouvernementele organisatie Oxfam de show met cijfers die moeten aantonen dat de wereldwijde rijkdom bij een almaar kleinere elite is geconcentreerd. Oxfam baseert zich op cijfers van het jaarlijkse Global Wealth Report van Credit Suisse. Daaruit blijkt dat tachtig miljardairs even rijk zijn als de armste helft van de wereldbevolking. Oxfam berekende dat de 1 procent rijkste wereldburgers 48,2 procent van de globale welvaart bezit. Deze internationale 'financiële elite' beschikt over gemiddeld 2,7 miljoen dollar per persoon. In 2009 hadden die 1 procent rijkste aardbewoners nog 44 procent van de rijkdom in handen. Er is al een tijdje een opwaartse trend bezig en volgend jaar zou het wel eens kunnen dat de kaap van de 50 procent wordt overschreden (zie grafiek Vermogensongelijkheid neemt toe). Dat wil zeggen dat de 1 procent superrijken samen meer bezitten dan de rest van de wereldbevolking of de overige 99 procent samen. Het zakenblad The Economist counterde weliswaar de pessimistische analyse van Oxfam: de ngo vertrekt van een lineaire projectie op basis van de welvaartstoename tussen 2010 en 2014. Maar als Oxfam zijn projecties had gebaseerd op de welvaartstoename tussen 2000 en 2014, dan zou pas in 2035 de helft van de vermogens in de handen van 1 procent van de wereldbevolking zijn. Maar de trend is in elk geval duidelijk: de vermogenskloof is wereldwijd aan het toenemen. Ook regionaal en zelfs nationaal diept die uit, al zijn er vaak grote verschillen tussen landen. Is dat een probleem? Voor een organisatie als Oxfam, economen als Thomas Piketty en de politieke linkerzijde wel. Het armste deel van de bevolking moet het hebben van een almaar kleiner stuk van de taart, is de redenering. Bovendien is extreme ongelijkheid een bedreiging voor de groei, waardoor er ook minder te verdelen is. Daarom komen er meer en meer oproepen om de fiscale ontsnappingsroutes voor de superrijken te blokkeren, het vermogen zwaarder te belasten, een minimumloon in te stellen en gratis overheidsdiensten aan te bieden. Maar Oxfam en co brengen slecht één zijde van de medaille. De vermogenskloof mag dan wel toenemen, tegelijk stijgt ook de totale welvaart. Volgens de recentste cijfers uit het Globale Wealth Report van Credit Suisse nam de globale rijkdom in 2013 toe met 20,1 biljoen dollar. Dat is een stijging met 8,3 procent, de sterkste stijging ooit. De globale rijkdom bedraagt nu 263 biljoen -- 263.000.000.000.000 -- dollar. En tegen 2019 zal dat bedrag met nog eens 40 procent toenemen tot 369 biljoen dollar. De opkomende economieën zullen 26 procent van die groei voor hun rekening nemen, tegen 11,4 procent tussen 2000 en 2014. Het aantal miljonairs zal de volgende vijf jaar stijgen met 50 procent, van 35 tot 53 miljoen. De toenemende welvaart is natuurlijk in eerste instantie een gevolg van de groter wordende wereldbevolking. Als er meer mensen zijn, stijgt ook het totale vermogen. Het is ook zo dat de ongelijkheid weliswaar toeneemt, maar dat meer en meer mensen in de mondiale middenklasse terechtkomen door de stijgende welvaart. Allianz berekende dat er de jongste dertien jaar wereldwijd zo'n 500 miljoen mensen zijn opgeklommen naar de mondiale vermogensmiddenklasse. Dat zijn alle individuen met een vermogen tussen 5300 en 31.800 euro. Het aantal leden van de lage vermogensklasse is in de afgelopen jaren relatief constant gebleven -- ongeveer 3,5 miljard -- maar dat is voornamelijk het neveneffect van een sterke bevolkingsgroei. Een ander effect is de globaliseringsgolf die sinds de eeuwwisseling een vermogensbonanza deed plaatsvinden. Kapitaal gaat de wereld rond en stimuleert economische groei. De totale wereldwijde private vermogens zijn gestegen van 117 biljoen dollar in 2000 tot 263 biljoen dollar vandaag. In elke regio zijn de vermogens verdubbeld, Japan uitgezonderd. Maar de financiële crisis van 2007-2008 zorgde wel voor een knik in de beweging van constante vermogensaanwas (zie grafiek Evolutie totale vermogens 2000-2014). De mondiale vermogens zijn toen gekrompen met 14 procent. Azië kende nog een beperkte vermogensaanwas, maar in de rest van de wereld was het huilen met de pet op. De economie herstelde zich echter tamelijk snel en sinds 2009 nemen de vermogens weer toe. Het proces van stijgende welvaart in de groeilanden is door die crisis dus niet gestopt, maar het is wel in die periode dat de vermogensongelijkheid begon toe te nemen. Al zijn er wel duidelijke internationale verschillen, zeker als we de cijfers per land of per regio bekijken. Nemen we bijvoorbeeld China en Turkije, die bekend- staan als groeilanden. In 2000 hadden de 10 procent rijkste vermogens daar respectievelijk 48 en 66 procent van de welvaart in handen. Ondertussen is dat gestegen tot respectievelijk 64 en 77,7 procent. Maar in heel wat Europese landen blijft het aandeel van de 10 procent grootste vermogens in de totale welvaart opvallend stabiel. In België schommelt het al jaren rond 47 procent, in Duitsland rond 62 procent, in Nederland is het 55 procent en in Frankrijk is er zelfs een daling van 56 naar 53 procent. Groeilanden hebben natuurlijk een ander economisch DNA dan de westerse landen. In de opkomende markten is de welvaart die wordt gecreëerd aanvankelijk sterk geconcentreerd. Na verloop van tijd verspreidt de eigendom van activa allerhande zich over een groter deel van de bevolking en is er na verloop van tijd via erfenissen ook sprake van intergenerationele spreiding van vermogens. De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben die evolutie allang doorgemaakt. Ook het fiscale beleid speelt een rol in de vermogensverdeling. Wanneer een land een vermogensbelasting invoert, dan heeft dat een effect op de welvaartskloof tussen de rijkste en de armste burgers. Anderzijds heb je een aantal landen, zoals Rusland, waar collusie tussen een kleine economische bovenlaag (de oligarchen) en de politieke machthebbers ervoor zorgt dat de 1 procent rijkste burgers een sterkere vermogensaanwas kent dan de rest van de bevolking (zie kader 'Maak een onderscheid tussen verdiende vermogensongelijkheid en crony capitalism'). In meer mature westerse economieën heeft de belangrijker wordende vermogensongelijkheid andere oorzaken. Hier duikt het beleid van de centrale bankiers weer op. Het rapport van Allianz schrijft daarover het volgende: "Het beleid van de ECB heeft al een wezenlijke invloed gehad op de huishoudens in de eurozone. De lage rentetarieven belemmeren de vermogensopbouw op langere termijn." Alles bij elkaar blijven de Belgische huishoudens -- net als hun Duitse collega's -- zitten met aanzienlijke rentetariefverliezen van 6,2 miljard euro of ongeveer 560 euro per kop voor de periode 2010-2014. Komt daar snel verandering in? In de economische projecties die de Nationale Bank van België eind vorig jaar deed, wordt een stijging van het inkomen uit vermogen voorspeld vanaf 2016. Maar wel op voorwaarde dat de rente dan zal stijgen. De vraag blijft of dit wel het geval zal zijn. ALAIN MOUTONVolgend jaar zou de 1 procent superrijken over meer vermogen beschikken dan de rest van de wereldbevolking of de overige 99 procent samen. De vermogenskloof mag dan wel toenemen, tegelijk stijgt ook de totale welvaart. In heel wat Europese landen blijft het aandeel van de 10 procent grootste vermogens in de totale welvaart opvallend stabiel. In België schommelt het al jaren rond 47 procent.