Tijdens zijn jaarlijkse State of the Union kreeg president George W. Bush maar liefst 66 keer applaus. 'Open doekjes' na zowat elke paragraaf. Toch begint er sleet te komen op het 'spontane' enthousiasme voor de woorden van Bush. In 2002 werd de Amerikaanse president nog 76 keer onderbroken door applaus; in 2004 was dat nog 72 maal, en dit jaar dus maar 66 keer.
...

Tijdens zijn jaarlijkse State of the Union kreeg president George W. Bush maar liefst 66 keer applaus. 'Open doekjes' na zowat elke paragraaf. Toch begint er sleet te komen op het 'spontane' enthousiasme voor de woorden van Bush. In 2002 werd de Amerikaanse president nog 76 keer onderbroken door applaus; in 2004 was dat nog 72 maal, en dit jaar dus maar 66 keer. Misschien komt het omdat de president dit jaar openlijk sprak over de olieverslaving van de Amerikanen. Hij riep ook op om te investeren in alternatieven. Een beetje ironisch, aangezien de Texaan Bush de voorbije jaren dé voorvechter was van meer olieproductie, eventueel zelfs in de natuurgebieden van Alaska. Hoe kunnen we de ironie beter illustreren dan met de cartoon die u hiernaast vindt? Leidt olieverslaving tot oorlog met Iran? De olieverslaving van de VS is een van de fundamentele oorzaken voor de oplopende spanningen in het Midden-Oosten, en dan vooral met Iran. Terwijl het olieverbruik in Japan en Europa in de jaren negentig van de vorige eeuw stabiel bleef, steeg het met 5 miljoen vaten per dag in de VS, en met 4 miljoen vaten per dag in China, de belangrijkste leverancier van de VS. Ter vergelijking: de grootste olieproducenten - Saudi-Arabië en Rusland - pompen 9 miljoen vaten per dag op, Iran 4 miljoen, en Irak 1,5 miljoen... De jaarlijkse stijging van de vraag naar olie komt overeen met de productie van Irak. Thomas Friedman (auteur van de bestseller The world is flat) vatte de situatie vorige week goed samen in The New York Times: "Geef me een olieprijs van 30 dollar, en het regime in Iran is minder zelfverzekerd". De olieverslaving van de VS leidt de wereld naar een onvermijdelijk conflict met Iran. De oorlogslogica is volop aan het aanzwellen. Uiteraard is het onzin dat Iran nucleaire technologie wil verwerven voor zijn energiebevoorrading. Het land spuit olie bij elke spadesteek. En geef toe, wat is het alternatief voor een preventief optreden tegenover Iran? De geschiedenis lijkt zich te herhalen. In 1981 bombardeerde Israël de nucleaire installaties van Irak, meer bepaald de door de Fransen gebouwde reactor van Osirak. Toen was er protest alom. Maar hoe anders zou de situatie zijn geweest in 1990, toen de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein van Koeweit zijn negentiende provincie maakte? Henry Sokolski, executive director van het Nonproliferation Policy Education Center, denkt dat Iran nog 6 tot 42 maanden verwijderd is van een atoombom. De tijd dringt dus. Sinds de verkiezingen van juni 2005 is de situatie ook drastisch gewijzigd. Oud-president Ali Rafsanjani werd toen verslagen door de hardliner Mahmoud Ahmadinejad, hoewel Rafsanjani de eerste ronde had gewonnen. Het verschil tussen meer toenadering en een conflict was dus erg klein. Onder Ahmadinejad streeft Iran naar een nucleaire status. Dat is niet alleen onaanvaardbaar voor de VS en Israël, maar ook voor Irans buurlanden, zoals Turkije, en zelfs voor China. Ook Rusland heeft zijn positie gewijzigd toen Iran in het recente gasconflict de zijde koos van Oekraïne. En andere Arabische landen, zoals Egypte en Saudi-Arabië, zouden eveneens snel nucleaire wapens willen ontwikkelen. Een nieuwe wapenwedloop is dus niet veraf. Maar een preventieve aanval op Iran is omslachtig. De nucleaire installaties bevinden zich in bunkers diep onder de grond. Iran werkt ook met minicentrifuges die op diverse plaatsen in het land kunnen staan. Bush opende daarom vorig jaar de optie om nucleaire wapens preventief in te zetten tegen een nucleaire terroristische dreiging. Markten maken zich geen zorgen. Een conflict met Iran zou uiteraard problematisch zijn voor de oliebevoorrading. Niet alleen staat het land tweede in de rangschikking van bewezen oliereserves. Het kan ook de doorgang van 16 miljoen vaten per dag (20 % van de olieproductie) door de straat van Hormuz onmogelijk maken. De olieprijs zal dan snel in drie cijfers worden geschreven. Een conflict met Iran wordt door de markten echter nog steeds niet erg waarschijnlijk geacht. Dat kan onder meer worden afgeleid uit het prijsverloop van een futurecontract op 'Airstrike Iran' (1). De mogelijkheid van een conflict met Iran wordt vandaag sterk onderschat. Maar zelfs al kan het Westen Iran met een conflict afhouden van een atoombom, dan nog zal de dreiging blijven. Dure olie zal als de fall-out van de aanval op Iran neerdwarrelen in de handen van terroristen uit het Midden-Oosten. Het Westen moet dus inzien dat het niet alleen het nucleaire wapen onschadelijk moet maken. Het moet ook zo snel mogelijk af van zijn olieverslaving, die landen financiert die de westerse ondergang actief nastreven. Laten we een voorbeeld nemen aan landen zoals Zweden, die plannen maken om volledig af te kicken van de petroverslaving. Beter voor het milieu en beter voor de wereldvrede. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be (1) http://www.tradesports.com Met dank aan Johan Van Overtveldt, directeur van de denktank VKW Metena. Geert Noels