Wie over de Eerste Wereldoorlog spreekt, heeft het steevast over loopgraven, modder, gasaanvallen en soldaten die als slachtvee naar het front worden gestuurd. Er is zelden sprake van de oorlog die tussen 1914 en 1918 op zee werd gevoerd en waarin de Duitse onderzeeërs -- de zogenaamde U-boten -- een strategische rol speelden. Die duikbotenoorlog is ook een onderdeel van 'onze' oorlogsgeschiedenis, want zodra een groot deel van de Vlaamse kust in Duitse handen was gevallen, begon de bezetter in Oostende en Zeebrugge met de bouw van duikboothavens. Vandaaruit werden geallieerde boten aangevallen. Niet alleen militaire schepen, maar ook koopvaar...

Wie over de Eerste Wereldoorlog spreekt, heeft het steevast over loopgraven, modder, gasaanvallen en soldaten die als slachtvee naar het front worden gestuurd. Er is zelden sprake van de oorlog die tussen 1914 en 1918 op zee werd gevoerd en waarin de Duitse onderzeeërs -- de zogenaamde U-boten -- een strategische rol speelden. Die duikbotenoorlog is ook een onderdeel van 'onze' oorlogsgeschiedenis, want zodra een groot deel van de Vlaamse kust in Duitse handen was gevallen, begon de bezetter in Oostende en Zeebrugge met de bouw van duikboothavens. Vandaaruit werden geallieerde boten aangevallen. Niet alleen militaire schepen, maar ook koopvaardijschepen. De 'U-Flotille Flandern' kelderde meer dan 2500 geallieerde schepen. De onderwaterarcheoloog Tomas Termote heeft het verhaal van de Duitse U-boten nu te boek gesteld. Het is een rijk geïllustreerd standaardwerk geworden. Termote -- die zelf nog gedoken heeft naar de wrakken van de onderzeeërs -- legt hun geheimen bloot. Hij schrijft over het leven aan boord van de onderzeeërs. Comfort was er ver te zoeken en er was een gebrek aan hygiëne. Uiteraard gaat veel aandacht naar de militaire betekenis van de U-botenoorlog. Die is veel groter geweest dan gedacht. De Britten blokkeerden de Duitse havens met hun onderzeeërs en de Duitsers deden hetzelfde met de Britten. De marine van het Duitse Keizerrijk was wel het meest actief. Van augustus 1914 tot februari 1915 werden zo veel mogelijk handelsschepen die richting Groot-Brittannië voeren, tegengehouden en tot zinken gebracht. Aanvankelijk verliep de duikbotenoorlog, alle verhouding in acht genomen, nog 'humaan'. De U-boten hielden de koopvaardijschepen tegen en de bemanning kreeg de kans van boord te gaan vooraleer haar schip tot zinken werd gebracht. Maar in het voorjaar van 1915 werd de Britse kust tot oorlogsgebied uitgeroepen. Alle vijandelijke schepen zouden vernietigd worden, zo liet de Duitse marine weten, en dat zonder de veiligheid van de bemanning te garanderen. Dat was een antwoord op de Britse hongerblokkade van Duitsland. Ook neutrale schepen werden vogelvrij verklaard. Op 7 mei 1915 torpedeerde de U-20 de RMS Lusitania. 1198 mensen kwamen om, onder wie veel Amerikanen. De Verenigde Staten, toen nog een neutraal land, reageerden woedend. De Duitsers moesten aan de Amerikanen beloven geen passagiersschepen aan te vallen. De duikbotenoorlog werd minder intensief. Dat veranderde in 1917, toen het voor de Duitse militaire top duidelijk was dat de oorlog nog jaren dreigde aan te slepen en dat een onderhandelde vrede met de geallieerden onmogelijk was. Op 31 januari 1917 begon Duitsland aan een onbeperkte U-botenoorlog, waarbij zowel geallieerde als neutrale schepen het doelwit werden. Duitsland wilde de Britten in zes maanden op de knieën krijgen. Tegen april 1917 bereikte de campagne een climax. In twee weken zonken 122 handelsschepen. Het Britse volk stond aan de rand van de hongersnood. Maar de steun van de VS -- die op 6 april de oorlog hadden verklaard aan Duitsland -- en de invoering van een efficiënt konvooisysteem deed het tij keren in het nadeel van de U-boten. De Duitse marine had gegokt en verloren. Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds, 2014, 352 blz., 37,50 euro ALAIN MOUTON