Arbeidsexperts plaatsen ons voor een verwarrende paradox. Ze wijzen erop dat robotisering en digitalisering kunnen leiden tot een labour-light economy, dus tot een tanend belang van betaalde arbeid. Maar ze drukken ons tegelijkertijd op het hart dat we langer moeten werken en dat de activiteitsgraad omhoog moet als we de kosten van de vergrijzing beheersbaar willen houden.

Te midden van die verwarring is één conclusie duidelijk: zowel de digitaliseringsgolf als een verlenging van de loopbaan vergroot het risico op kwalificatieveroudering. De behoefte aan investering in levenslang leren zal dus toenemen. Die vaststelling is belangrijk voor een samenleving die weinig gericht is op voortgezette opleiding en vorming. In 2015 volgde in Vlaanderen slechts 7 procent van alle werkenden tussen 25 en 64 jaar een opleiding. Dat lage peil steekt schril af tegen de hoge deelname in bijvoorbeeld Zwitserland (32%), Denemarken (31%), Zweden (29%) of Finland (25%).

Dat kwalificatieveroudering een zorgwekkend sociaal risico is, zien we nu al. Europese schattingen geven aan dat meer dan een kwart van de 30- tot 55-jarige werkenden er al mee kampt. Arbeidseconomisch onderzoek toont aan dat het niet meer volgen van een opleiding al een vroege voorspeller is van baanverlies. Bij werklozen verkleint het dan weer de kans op het vinden van standvastig werk. Naarmate de uittredeleeftijd en de (wettelijke) pensioenleeftijd de volgende decennia verder stijgen, zullen de sociale risico's ook verder worden uitvergroot. Dat geldt dan, mutatis mutandis, ook voor de behoefte aan voortgezette opleiding en vorming.

Ons denkwerk over voortgezette opleiding zal moeten vertrekken van een ander beeld van de doorsneeloopbaan en vanuit een radicaal ander perspectief op leeftijd. In Zweden voert men al jaren een debat over een verhoging van de pensioenleeftijd naar 69 jaar. Ook de Duitse centrale bank gaat er in haar simulaties van uit dat de pensioenleeftijd op termijn naar 69 jaar moet.

Een vijftigjarige zal in de toekomst nog te veel actieve loopbaanjaren voor zich hebben om niet langer 'bij te blijven'. Maar onze instituties zijn onvoldoende afgestemd op de ondersteuning van die lange loopbanen. Hier is zonder enige twijfel een belangrijke rol weggelegd voor de universiteiten en de hogescholen. Want zij beschikken over de expertise, het intellectuele klimaat, de onderzoeksbasis en de infrastructuur om een gedegen modulair aanbod voor levenslang leren uit te bouwen.

Dit is echter nog lang geen realiteit. De deelname aan het hoger onderwijs door mensen met een baan is de afgelopen decennia weinig gegroeid. De gerichtheid op werkstudenten is in het hoger onderwijs nauwelijks geëvolueerd. Hoger onderwijs blijft in hoofdzaak initieel onderwijs. In de universiteit die ik het beste ken, is slechts 8,7 procent van alle studenten ouder dan 30 jaar, postgraduaten en postacademische vorming meegerekend.

Het online of hybride opleidingsaanbod blijft beperkt en hogescholen of universiteiten voelen weinig stimuli om hun aanbod voor levenslang leren te verruimen. Voor zover ze dat doen, gebeurt het vaak op basis van de bestaande initiële opleidingen in plaats van met een aanbod op maat. De postgraduaten worden door de meeste instellingen niet gepositioneerd als deel van hun kernaanbod. Platformen zoals de Open Universiteit zijn evenmin uitgegroeid tot mature instituten voor volwassenenonderwijs.

De universiteiten en de hogescholen doen er dan ook goed aan nu de discussie te starten, mét de overheid, over hoe ze er over tien jaar kunnen staan met een modulair aanbod van voortgezet onderwijs dat (ook) 's avonds en tijdens het weekend kan worden gevolgd en geografisch gespreid is. Het Californische model van de Extended Universities, zoals dat bestaat aan UCLA of UC Berkeley, kan dienen als inspiratiebron. Die extensions richten zich uitsluitend op onderwijs voor volwassenen. De deelnamecijfers overstijgen aan die topuniversiteiten ver het aantal studenten in hun initiële onderwijsprogramma's.

Met de bestaande capaciteit aan medewerkers en docenten kan ons hoger onderwijs die uitdaging wellicht niet aan. Een van de initiële opleidingen ontkoppeld aanbod voor levenslang leren is dan ook pas realiseerbaar als het ook betrokken wordt in een duurzaam financieringsmodel en als de kosten bijgevolg deels gedekt worden door de overheid. Dit debat is nu al van groot belang. We mogen het niet vergeten te voeren.

De auteur is rector-elect van de KU Leuven.

Luc Sels

De universiteiten en de hogescholen doen er goed aan om nu de discussie te starten, mét de overheid, over hoe ze er over tien jaar kunnen staan met een modulair aanbod van voortgezet onderwijs.