Volgens de media zou minister van Financiën Johan van Overtveldt de laatste hand leggen aan een hervorming van de vennootschapsbelasting. Zo zou een verlaging van de belastingtarieven tot 20 procent gefinancierd worden door de afschaffing van aftrekposten zoals de notionele rente. Op het eerste gezicht is dat een stap in de goede richting. Maar in belastingen is een stap onvoldoende. Na een belastinghervorming die naam waardig, moet België tot de aantrekkelijkste belastinglanden voor bedrijven behoren. Is dat niet het geval, dan zullen de resultaten tegenvallen en moet worden gevreesd dat ook de hervorming van de inkomstenbelasting een maat voor niets wordt.
...

Volgens de media zou minister van Financiën Johan van Overtveldt de laatste hand leggen aan een hervorming van de vennootschapsbelasting. Zo zou een verlaging van de belastingtarieven tot 20 procent gefinancierd worden door de afschaffing van aftrekposten zoals de notionele rente. Op het eerste gezicht is dat een stap in de goede richting. Maar in belastingen is een stap onvoldoende. Na een belastinghervorming die naam waardig, moet België tot de aantrekkelijkste belastinglanden voor bedrijven behoren. Is dat niet het geval, dan zullen de resultaten tegenvallen en moet worden gevreesd dat ook de hervorming van de inkomstenbelasting een maat voor niets wordt. Dat de Belgische fiscaliteit, in al haar aspecten, aan hervorming toe is, weten we al vele jaren. Sporadisch werd hier en daar ingegrepen, maar meestal als bijproduct van een begroting en dus veelal gericht op de verhoging van de belastinginkomsten. Heel uitzonderlijk werden enkele aanpassingen doorgevoerd die in beperkte mate de belastingen verlaagden. Meestal ging het dan om het verhogen van aftrekposten omdat zo tegemoet kon worden gekomen aan de luidruchtigste drukkingsgroepen. Die vaststellingen gelden zowel voor de inkomsten- als voor de vennootschapsbelasting. Een grondige, weldoordachte belastinghervorming is er nooit gekomen, ondanks vele verkiezingsbeloftes. De verklaring is simpel: de invoering van een modern en eenvoudig belastingstelsel vereist de afschaffing van de meeste aftrekposten en dus steigerden alle drukkingsgroepen. Er was altijd wel een goede reden om deze of gene belastingaftrek te behouden. Niet verbazend als men de verlaging van de tarieven die volgt op de verbreding van de belastingbasis 'vergeet' bij de evaluatie. Dit is een belastingparadox: als iedereen zijn strikte eigenbelang nastreeft en zich verzet tegen een schrapping van de aftrekposten die hem bevoordelen, zullen de belastingtarieven enkel stijgen. Belastinghervormingen zullen dan inhouden dat het aantal aftrekposten verhoogt. Het komt erop aan die belastingparadox te doorbreken. De drukkingsgroepen van hun ongelijk proberen te overtuigen, is niet mogelijk. Dat werkte niet in het verleden, waarom zou het in de toekomst wel werken? We menen dat een doorbraak mogelijk is door een 'alles of niets'-voorstel. Dat houdt in dat de regering een uitgewerkt voorstel voorlegt dat budgettair haalbaar is en de belastingtarieven drastisch verlaagt. Wijzigingen zijn mogelijk wanneer aangegeven wordt hoe die worden gefinancierd. Finaal moet het voorstel in zijn geheel aanvaard of verworpen worden. Een tussenoplossing waarbij het huidige stelsel wordt aangepast, moet worden uitgesloten. De bedoeling is natuurlijk duidelijk te maken dat belastingvoordelen kosten inhouden, zodat zinvolle discussies enkel kunnen gaan over hoe belastingvoordelen worden gefinancierd door andere aftrekposten te schrappen of door de tarieven te verhogen. We weten niet of het voorstel tot hervorming van de vennootschapsbelasting een echte belastinghervorming zal inhouden. Dat is een goed teken, want het betekent dat de discussies in de media over de nadelen van het afschaffen van specifieke belastingaftrekken uitblijven. Om een succesvolle belastinghervorming te realiseren, moet dat zo blijven. Duidelijk is wel dat een belastingtarief van 20 procent op de bedrijfswinst het maximum is, als België internationaal vooraan in de belastingwedren wil zitten. Hogere tarieven zullen weinig verhelpen, tenzij ze de beleidsvoerders het alibi verschaffen dat ze toch iets aan het probleem van de hoge belastingen hebben gedaan. Dat is natuurlijk onjuist, want door de vooropgestelde belastinghervorming daalt de belastingdruk niet. Het is wel een noodzakelijke eerste stap. Hierna volgt een vergelijkbare oefening voor de inkomstenbelasting, het echte werk. Later kunnen saneringen omgezet worden in verdere verlagingen van de belastingtarieven. Het is een lange weg met veel hindernissen. De ervaring met zo'n parcours in België is dat valpartijen waarschijnlijk zijn. De auteur is hoogleraar economie aan de VUB. JEF VUCHELENAls iedereen zijn eigenbelang nastreeft en zich verzet tegen een schrapping van de aftrekposten die hem bevoordelen, zullen de belastingtarieven enkel stijgen.