Al wie in november een gooi wil doen naar het Amerikaanse presidentschap, heeft volgende dinsdag rood aangekruist in zijn agenda. Op 5 februari vinden in 22 staten voorverkiezingen plaats. Op Super Tuesday zal wellicht al iets duidelijker worden wie een echte kans maakt om begin volgend jaar zijn of haar intrek te mogen nemen in het Witte Huis.
...

Al wie in november een gooi wil doen naar het Amerikaanse presidentschap, heeft volgende dinsdag rood aangekruist in zijn agenda. Op 5 februari vinden in 22 staten voorverkiezingen plaats. Op Super Tuesday zal wellicht al iets duidelijker worden wie een echte kans maakt om begin volgend jaar zijn of haar intrek te mogen nemen in het Witte Huis. Na acht jaar George Bush is het nu al duidelijk dat het een spannende strijd wordt. Willem Post, een historicus verbonden aan het Instituut Clingendael, schrijft in 'Het Witte Huis. Het presidentschap en de verkiezingen van 2008' dat Hillary Clinton over de beste kaarten beschikt omdat ze de meeste ervaring heeft en de Amerikanen acht jaar Republikeins beleid beu zijn. Post blikt dus vooruit op de stembusslag, al zeggen we er direct bij dat wie zich het boek wil aanschaffen en volledig wil uitlezen, wel wat geduld zal moeten oefenen vooraleer hij iets te weten komt over de kandidaten voor de verkiezingen van 2008. Pas in het laatste hoofdstuk, na 153 van de 195 pagina's, wordt de huidige campagne aangekaart. De rest van het boek gaat vooral over - zoals de titel laat vermoeden - de geschiedenis van de ambtswoning van de president. Zo komen we te weten onder welke bewoners de ambtswoning gerenoveerd werd. Niet direct een diepgravende analyse. In dat opzicht is 'De strijd om het Witte Huis' van Hans Veldman betere lectuur. De auteur, die onder andere Amerikadeskundige is aan Nyenrode Business Universiteit, schreef een meeslepend werk over alle presidentsverkiezingen van de voorbije honderd jaar. Daarin leren we dat marketing en gerichte mediacampagnes al zeer snel cruciaal waren voor wie het hoogste ambt in de wacht wil slepen. Dat was zelfs voor het televisietijdperk al het geval. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden foto's van een zwaar zieke Franklin D. Roosevelt gecensureerd. Vanaf 1960 (Kennedy vs. Nixon) spelen de televisiedebatten een cruciale rol in de campagne. Tv kan een kandidaat veeleer afmaken dan versterken. In 1992 zat Bush sr. tijdens een debat verveeld naar zijn horloge te kijken. Het was een van de redenen waarom het electoraat voor Bill Clinton koos. En vier jaar later maakte de Republikein Bob Dole, de zeventig al voorbij, geen kans meer toen hij tijdens een meeting van het podium viel. De foto's van de ongelukkige kandidaat die met een pijnlijke grimas op het gezicht op de grond lag, gingen de wereld rond. 'De strijd om het Witte Huis' is een interessante politieke kroniek, maar wat het boek van Veldman echt een meerwaarde geeft, is de analyse van de evolutie van het Amerikaanse electoraat. Een evolutie die wij in Europa niet of te laat hebben onderkend. Veldman toont aan dat het economische, demografische en politieke gewicht in de VS verschoven is van de oostkust naar het conservatieve zuiden. De Sun Belt of de Southern Rim die loopt van oosten van Californië tot Florida is de plek waar een kandidaat het verschil moet maken. Die as heeft gemaakt dat de Republikeinen sinds het einde van de jaren zestig de meeste overwinningen hebben behaald. Veldman plaatst dit in historisch perspectief. Honderd jaar geleden had je het agrarische zuiden dat Democratisch stemde en het industriële noorden Republikeins. Onder Woodrow Wilson en Franklin Roosevelt wisten de Democraten ook de arbeidersklasse uit het noorden aan te trekken, net als allerlei minderheden (katholieken, joden, zwarten, ...). Dat electoraat vormde later de basis voor de verkiezingsoverwinningen van Truman, Kennedy en Johnson. De Republikeinen wisten de trend te keren door vanaf de jaren zestig met een rechtse agenda de conservatieve Democraten (de Dixiecrats) uit het zuiden voor zich te winnen. Volgens Veldman miskijken veel Europese waarnemers en correspondenten zich op het gewicht van het zuiden omdat ze zelf vaak aan de progressieve oostkust verblijven. Die rechts-Republikeinse meerderheid kan volgens Veldman enkel worden gebroken als de Democraten het centrum weten aan te spreken zoals Bill Clinton tot twee keer toe deed. Of wanneer het vertrouwen in de politieke klasse weg is, zoals in 1976 met de verkiezing van de relatief onbekende Democraat Jimmy Carter. Herhaalt dat scenario zich in 2008? (T) - Willem Post, Het Witte Huis. Het presidentschap en de verkiezingen van 2008 Aspekt, 2008, 195 blz., 14,95 euro - Hans Veldman, De strijd om het Witte Huis, Aspekt, 2007, 310 blz., 17,95 euro Alain Mouton