De tentoonstelling RE:Work in deSingel in Antwerpen is opgevat als "een beeldverhaal over economie en de stad". Een verhaal over hoe onze grauwe industriële agglomeraties uitgroeiden tot vriendelijke steden, met veel groen en ruimte voor de aangename dingen des levens. Maar waar tegelijk het harde werk uit werd gebannen.
...

De tentoonstelling RE:Work in deSingel in Antwerpen is opgevat als "een beeldverhaal over economie en de stad". Een verhaal over hoe onze grauwe industriële agglomeraties uitgroeiden tot vriendelijke steden, met veel groen en ruimte voor de aangename dingen des levens. Maar waar tegelijk het harde werk uit werd gebannen. De expo is ook een rondrit door Brussel met vijf haltes ver weg van de toeristische hoogtepunten: de Reyerssite, de Demetskaai in Anderlecht, Neder-Over-Heembeek, Da Vinci in Evere en de buurt rond het Batelagedok. Die vijf plekken zijn vandaag pijnlijk onderbenut, maar precies daardoor -- en door hun gunstige ligging -- hebben ze het potentieel om nieuwe economische activiteit een plek te geven in het stedelijke weefsel. Aan de hand van veldonderzoek op die sites wordt aangetoond hoe economische activiteit de stadsontwikkeling kan voeden, en hoe de stad op haar beurt de economische activiteit kan ondersteunen. RE:Work is het resultaat van onderzoek van 38 Europese architectuurstudenten voor een jaarlijkse masterclass over de uitdagingen van de bevolkingstoename. "We bekijken dat thema bewust heel breed", zegt Jens Aerts, gastdocent aan de master stedenbouw en ruimtelijke planning STeR* van de VUB. Hij is een van de drie curatoren van de tentoonstelling. "Uiteraard is huisvesting een van de grote problemen die een oplossing moeten krijgen. Maar door alleen nieuwe woonwijken te creëren, geef je daar maar een partieel antwoord op. Als meer mensen in de stad wonen, wil dat zeggen dat er ook meer behoefte is aan mobiliteit en distributie. En nog belangrijk is dat je ervoor moet zorgen dat die mensen werk hebben." Dat laatste sluit meteen aan bij een typisch Brusselse paradox: Brussel is voor veel forenzen de werkstad bij uitstek, maar tegelijk kampt de hoofdstad met een angstwekkend hoge jeugdwerkloosheid. "Dat Brussel er staat als kantoorstad en als beslissingscentrum, is natuurlijk een geweldige troef", zegt Jens Aerts. "En voor een deel van de bevolking, ook voor laaggeschoolden, is het een bron van werk. Maar we mogen de maakeconomie niet afschrijven, ook niet in de steden. Dat productie in de steden wordt buitengesloten, heeft ook nefaste gevolgen voor het ruimtegebruik en de mobiliteit." Brussel zien als een pure kantoorstad, is deels perceptie, vindt Jens Aerts. "Langs het Kanaal heeft Brussel wel degelijk een industriële structuur. En die zorgt nog altijd voor veel werkgelegenheid. Maar het is wel een feit dat de productiesector krimpt in de hoofdstad." Volgens Aerts moet daarom bij de stadsontwikkeling van Brussel, maar ook bij die van andere steden, fundamenteel worden nagedacht over welke economische activiteiten we nog willen houden of aantrekken in de stad. "Het heeft geen zin economisch prestatievermogen alleen uit te drukken in tonnages of in het aantal hectare bedrijfsoppervlakte. Je moet ook kijken naar de werkgelegenheid per hectare bedrijfsruimte. In de stad moet de industriële activiteit maximale werkgelegenheid creëren voor de eigen bevolking. Je moet ook nagaan welke activiteiten je kunt integreren in de stad. Ruimte is er nog schaarser dan elders. Het demografische vraagstuk zet die discussie nog meer op scherp." Aerts vindt dat de vijf sites die aan bod komen in de tentoonstelling alvast de hoop wekken dat de stad oplossingen kan bieden voor ruimtelijke en maatschappelijke problemen. "Op een compacte manier bovendien. Het zijn plekken waar je functies kunt verweven. De buurt van het slachthuis van Anderlecht is ook zo'n plek. Waarom vinden mensen dat een charmante buurt? Omdat alles er samenkomt: wonen, werken, horeca en ontspanning. Vergelijk dat met een typisch bedrijventerrein. Daar kom je alleen als je er moet zijn voor je werk." Dat de industriële activiteit uit onze steden wordt verdrongen, is niet nieuw. Wanneer en waardoor is het misgelopen in de relatie tussen de stad en de industrie? "We zijn stilaan aan het vergeten dat onze ruimtelijke structuur sterk is geënt op economische structuren", antwoordt Aerts. "Brussel is nog heel functioneel gemengd, maar Vlaanderen is helemaal verneveld. In de negentiende eeuw verrezen nieuwe woonwijken naast de fabrieken. Later hebben we werken en wonen ontkoppeld. We zijn gaan wonen op plekken die economisch niet ontgonnen zijn." Bovendien leidt de milieuregelgeving tot een exodus van heel wat industriële en ambachtelijk activiteit uit de stad. "Die regelgeving vertrekt vanuit de filosofie dat je zo veel mogelijk moet scheiden. Dat staat natuurlijk haaks op de essentie van de stad dat je functies moet verweven. Uiteraard zijn risicovolle activiteiten niet op hun plaats in een woongebied, maar nu is de reflex te snel dat we alles moeten scheiden en bufferen. Dat kun je niet volhouden. De mobiliteitsproblematiek toont dat aan." De laatste jaren spelen steden ook hun creatieve troeven uit. Ze positioneren zich als hubs en aantrekkingspolen voor creatievelingen. Aerts ontkent niet dat steden dat potentieel in zich hebben, maar hij waarschuwt voor overspannen verwachtingen. "We hebben dat in de tentoonstelling de 'vriendelijke stad' genoemd. Het beeld van een stad als Kopenhagen, waar iedereen op café zit en creatief is. Voor een aantal steden zal dat model wel werken. En als het lukt, zijn dat zeer aangename plekken om te wonen en te werken. Maar ik vrees dat het irrealistisch is voor Brussel, dat een heel andere historiek en bevolkingssamenstelling heeft. Idem voor Vlaanderen." "We gaan er toch prat op dat we met onze havens een draaischijf zijn in de Europese logistiek? Als we dat willen blijven waarmaken, zullen we toch moeten erkennen dat productie en logistiek een plaats hebben in onze ruimte, en dus ook in onze steden." RE:Work loopt tot zondag 15 juni in de Wandelgang van deSingel in Antwerpen. Open van woensdag tot en met zondag van 14 tot 18 uur, en bij voorstellingen van 19 tot 23 uur. LAURENZ VERLEDENS"Dat productie in de steden wordt buitengesloten, heeft nefaste gevolgen voor het ruimtegebruik en de mobiliteit"