Met haar lagerentebeleid wil de Europese Centrale Bank onder meer de investeringen en de consumptie opkrikken, wat op zijn beurt de economie stimuleert. De invloed van rentewijzigingen op de economische groei is al lang een zwaar discussiepunt onder economen. Zoals altijd is het antwoord dubbelzinnig: alles zal afhangen van de omstandigheden. De vraag is dus of die vandaag dusdanig zijn dat een lage rente de economie kan stimuleren.
...

Met haar lagerentebeleid wil de Europese Centrale Bank onder meer de investeringen en de consumptie opkrikken, wat op zijn beurt de economie stimuleert. De invloed van rentewijzigingen op de economische groei is al lang een zwaar discussiepunt onder economen. Zoals altijd is het antwoord dubbelzinnig: alles zal afhangen van de omstandigheden. De vraag is dus of die vandaag dusdanig zijn dat een lage rente de economie kan stimuleren. Hier beperken we ons tot de invloed van de lage rente op het gedrag van consumenten en spaarders. Het spreekt voor zich dat een lage rente de kredietkosten beperkt en zo de bestedingsmogelijkheden vergroot. Dat is evenwel niet het dominante effect. Voor de meerderheid van consumenten zal de lage rente het inkomen uit kapitaal beperken. Voor die mensen, veelal gepensioneerden, dienen die inkomsten om het wettelijk pensioen aan te vullen. Algemeen bekeken, worden de toekomstige consumptiemogelijkheden bepaald door het huidige vermogen, het wettelijk pensioen plus de toekomstige rente-inkomsten. De reactie op de huidige lage rentevoeten hangt dan ook sterk af van de verwachtingen over de rente-evolutie. Logischerwijze zullen gepensioneerden daarover een veeleer conservatieve opinie hebben omdat foutieve verwachtingen later resulteren in pijnlijke bijstellingen van het consumptieniveau. Ruim verspreid is zeker de opinie dat er niet onmiddellijk perspectief is op een normalisatie van de rente en dus zullen de meeste gepensioneerden niet bijkomend willen interen op hun vermogen. Bij die consumenten heeft de lage rente dus een negatieve impact op hun bestedingen. Maar dat een aantal gepensioneerden minder consumeert, betekent nog niet dat ze meer sparen, omdat ze meestal al interen op hun vermogen. Anders ligt het voor de economisch actieve consumenten die een vermogen opbouwen. Bij een constant spaarvolume beperkt een lage rente het eindkapitaal in een wel belangrijke mate. Zo zal het eindkapitaal na twintig jaar, bij een gemiddelde reële rente op tienjarige overheidsobligaties vergelijkbaar aan deze over de voorbije twintig jaar (2,20%), voor 19 procent het resultaat zijn van gekapitaliseerde rentes. Anders uitgedrukt, het intrestaandeel komt overeen met bijna vier jaar sparen. Dat intrestaandeel daalt tot 7 procent als we uitgaan van de gemiddelde reële rente over de voorbije vijf jaar. Het gaat dan om nog geen anderhalf jaar sparen. De rente is dus cruciaal in de opbouw van vermogen. Rationeel is dat die spaarders beslissen de daling in het vermogen te spreiden over hun resterende levensduur. Het gevolg is dat zij vandaag meer zullen sparen. Hoeveel meer valt moeilijk te zeggen, maar neem nu het extreme geval dat de geplande kapitalen bij pensionering behouden blijven. Tegen de huidige, verwaarloosbare rentevoeten van ongeveer nul procent, betekent dat een toename van het sparen met 19 procent als er nog twintig jaar te sparen valt. Is de spaarperiode korter, dan is een nog grotere spaarinspanning noodzakelijk. Toch wel een drastische aanpassing. Wensen of kunnen de spaarders die inspanning niet opbrengen, dan is een grotere aanpassing van de consumptie na pensionering noodzakelijk, tenzij de rentes drastisch verhogen. Toegegeven, naast de net omschreven effecten op het sparen, zijn er ook andere. Zo zullen ontleners - indien de aankoopprijs niet stijgt - minder moeten afbetalen. Zij zullen dus waarschijnlijk meer kunnen consumeren, aangezien het vooral om relatief jonge mensen gaat. Het lagerentebeleid heeft nadelen die wellicht groter worden naarmate dat beleid voortduurt. Sparen komt nog altijd neer op het uitstellen van consumptie, maar het is te eenvoudig te stellen dat een lage rente de opbrengst van dat uitstel beperkt, zodat consumenten minder geneigd zullen zijn te sparen. In de huidige omstandigheden, met veel onzekerheid over de houdbaarheid van de wettelijke pensioenen, zijn actieven geneigd voor zekerheid te kiezen door een voldoende groot vermogen op te bouwen. Kan men hen dat verwijten? De auteur is hoogleraar economie aan de VUB.JEF VUCHELENHet lagerentebeleid heeft nadelen die wellicht groter worden naarmate dat beleid voortduurt.