Een werkloosheidsgraad van meer dan 20 procent met meer dan 4,9 miljoen werklozen. De werkloosheid die bij jongeren oploopt tot 40 procent. 17 miljoen Spanjaarden die mileuristas zijn of minder dan 1000 euro per maand verdienen.
...

Een werkloosheidsgraad van meer dan 20 procent met meer dan 4,9 miljoen werklozen. De werkloosheid die bij jongeren oploopt tot 40 procent. 17 miljoen Spanjaarden die mileuristas zijn of minder dan 1000 euro per maand verdienen. Jongeren zijn het beu en voeren nu al een aantal weken acties tegen de hoge werkloosheid. Een van de oorzaken van de precaire toestand van de Spaanse economie is bekend: meer dan in andere Europese landen heeft zich in Spanje een vastgoedbubbel gevormd. Het Zuid-Europese land werd zwaar getroffen door de Grote Recessie. Het is een zwakke scha-kel in de eurozone en de regering moet drastische besparingen doorvoeren. Maar een van de zwakke punten van de Spaanse economie wordt vaak uit het oog verloren: een structureel inefficiënte arbeidsmarkt. De werkloosheidgraad scheert nu hoge toppen, maar in Europees perspectief is het aantal werklozen altijd hoog geweest. Zelfs in periodes van hoogconjunctuur is de Spaanse werkloosheid nooit onder de 8 procent gedaald. Wie er werk heeft, wordt goed betaald en heeft allerlei voordelen. Wie geen job heeft, heeft het zeer moeilijk om tot de arbeidsmarkt toe te treden. Daarvoor zijn verschillende oorzaken. Ten eerste heeft Spanje al jaren een zeer dure ontslagregeling. Bij 90 procent van de ontslagen krijgt de werknemer een opzegvergoeding van één tot anderhalve maand loon per gewerkt jaar. Het vergelijkbare EU15-gemiddelde is 21 betaalde dagen. Deze ontslagregeling weerhoudt Spaanse bedrijven ervan mensen aan te werven. Dat verklaart ook waarom 30 procent van de Spanjaarden tijdelijke contracten heeft. Op het eerste gezicht lijkt dat een goede zaak, want tijdelijke contracten wijzen op een flexibele arbeidsmarkt. In Spanje is dat niet zo. Eigenlijk is de arbeidsmarkt er zeer duaal: enerzijds zijn er zij die een goed betaalde en vaste job hebben (70 procent van de werkenden) en anderzijds een kleine groep die van het ene onzekere arbeidscontract in het andere terecht- komt. Een ander nadeel zijn de hoge loonkosten. Gecorrigeerd voor productiviteit zijn die sinds 2000 gestegen met 12 procent tegen 7 procent in België, terwijl de loonkosten per eenheid product in Duitsland gedaald zijn. De Spaanse arbeidsmarkt kent bovendien een hoge loonrigiditeit: het loonoverleg is vooral sectoraal en laat geen grote loondifferentiatie toe. Loonakkoorden worden door de vakbonden als een minimum beschouwd wat in veel bedrijven tot loondrift leidt. De voorbije maanden heeft de Spaanse regering wel maatregelen genomen, maar de resultaten zijn nog niet te merken op de arbeidsmarkt. ALAIN MOUTON