De lonen van topmanagers (2)
...

De lonen van topmanagers (2)Economische verklaringen voor de hoge wedden van topmanagers zijn te eng. Deze modellen vertrekken van de idee dat het topmanagement een soort passieve ontvanger is van een hoog loon, dat toevallig tot stand komt door marktkrachten. Als topmanagement echter één ding zeker niet is, dan is het wel passief. Topmanagers bespelen zeer actief het veld van aandeelhouders, headhunters, old boy-netwerken en dies meer, en beïnvloeden op die manier in aanzienlijke mate hun vergoeding. Dat is hun goed recht. Hoe rampzaliger het gesteld was met de Europese voetbalclubs, hoe waanzinniger de verdiensten van de beste spelers werden. Hoe slechter het gaat met Hollywood, hoe beter de grote filmsterren betaald worden. Schaarste kan de verklaring niet zijn : echte topacteurs, topvoetballers en... topmanagers zijn altijd schaars geweest. Het uitbetalen van hoge lonen is blijkbaar een soort paniekvoetbal, een soort ritueel gebaar om dreigend onheil af te wenden. Managers spelen daar handig op in.VREES.Ook de overheid is meer en meer bereid topsalarissen te betalen voor haar topmanagers ; merkwaardig genoeg niet voor haar toppolitici, die in vergelijking met privé-managers nog steeds een karig loon verdienen. Daar speelt natuurlijk de vrees voor de publieke opinie, die ongenadig streng is inzake de verdiensten van politici en onwaarschijnlijk tolerant als het sportlui betreft. Nu begint de publieke opinie ook vragen te stellen bij het salaris van topmanagers vooral wanneer er sprake is van massale ontslagen.De westerse managers zijn echter de schaamte voorbij. Topmanagers in Europa zijn niet meer beschaamd om (netto !) 20- tot 50-maal zoveel te verdienen als hun arbeiders of bedienden. Zonder schroom worden (afscheids)premies aanvaard van tientallen miljoenen, een bedrag dat de meeste bedienden niet eens kunnen verdienen in hun hele loopbaan. En dat is allemaal nog klein bier, in vergelijking met Amerikaanse topmanagers die tot 150-maal zoveel verdienen als hun arbeiders.MACHT.We mogen daarbij niet vergeten dat die hoge vergoedingen de managers blind maken voor reële problemen, terwijl ze vooral een scherpe kijk behouden op de dingen die hun loon in gevaar brengen. De dynamiek van het Barings-schandaal is inmiddels duidelijk geworden : Nick Leeson had zo goed gezorgd voor de bonussen van zijn bazen, dat die er gewoon niet meer aan dachten hem terdege te controleren. En het mensonwaardige spektakel van de Barings-topmanagers, die na de harde feiten meer geïnteresseerd waren in hun eigen bonus dan in het vergoeden van de slachtoffers, heeft duidelijk gemaakt dat hoge lonen slechts één effect hebben : honger naar nog hogere vergoedingen. Het wordt dus tijd dat we de dingen bij hun naam noemen. De hoge lonen aan de top weerspiegelen niet in de eerste plaats hard werk, zware verantwoordelijkheid of een doorzichtige markt. De hoge lonen weerspiegelen een verschuiving op de machtsbalans. Topmanagers hebben de laatste jaren een retoriek opgebouwd, een (machts)positie ingenomen, een argumentatie ontwikkeld om wedden te rechtvaardigen die elke vergelijking tarten. Er is uiteraard slechts één beperking : macht zonder de hoogste ethische normen is een vies goedje. Het zijn dus de topmanagers zelf die paal en perk moeten stellen aan hun vergoedingen ; zij zelf moeten uitmaken wanneer ze de schaamte voorbij zijn geraakt.VERSCHIL.Abnormaal hoge lonen ondermijnen het sociaal systeem. Probeer de mensen maar te motiveren om hard, eerlijk en loyaal te werken, als ze weten dat anderen dankzij hun inspanningen honderdmaal zoveel verdienen als zijzelf. Dat krijg je in een open maatschappij niet meer verkocht. En dan hoeft men niet verwonderd te zijn dat velen het systeem aan- of afvallen. Dat is nu gebeurd in de Verenigde Staten. Als Robert Allen van AT&T 40.000 ontslagen aankondigt, reageert de beurs enthousiast en worden zijn aandelen(opties) op slag meer waard. Aan elk ontslag verdient hij dus rechtstreeks en persoonlijk duizenden franken. Dat is bloedgeld. Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat populistische presidentskandidaten in de VS een regelrechte hetze voeren tegen de big business. De bevolking heeft blijkbaar geen moeite met grote inkomsten uit kansspelen, uit toevallige talenten voor tennis of voetbal of zang, maar men pikt het niet dat mensen heel veel inkomen verwerven uit arbeid. Iedereen kan immers zijn tennistalent vergelijken met dat van Steffi Graf en Boris Becker, of zijn zangtalent met dat van Helmut Lotti, en vaststellen dat er een wereld van verschil zichtbaar of hoorbaar is. Dit geldt echter niet bij een vergelijking van de eigen werkinspanningen met die van de gedelegeerd bestuurder temeer omdat diezelfde topmanager zo vaak herhaalt dat hij op eenieders bijdrage rekent, dat juist de uitvoerende personeelsleden door hùn inspanningen de kwaliteit en de klantgerichtheid leveren die essentieel zijn voor de overleving van het bedrijf. ANTWOORD.Managers worden vooral geprezen om hun oordeelsvermogen. Op hun schouders rust de uiterst moeilijke taak rekening te houden met de rechtmatige belangen van àlle stakeholders. Ook moeten ze aandacht besteden aan de ruime maatschappelijke context. In een anti-ondernemingsklimaat, zoals in de jaren zeventig bijvoorbeeld, is het moeilijk ondernemen. Met andere woorden, het bedrijfsleven moet ook actief en positief inspelen op de publieke opinie. Wanneer "offers" gevraagd worden van alle personeelsleden en zelfs van alle burgers, moeten topmanagers enige bescheidenheid en terughoudendheid aan de dag leggen in verband met hun hoge persoonlijke verdiensten. Het niveau van hun vergoeding moet berusten op een wijs oordeel, waarbij zuiver ethische criteria evenzeer een rol moeten spelen.Soms zijn managers daartoe niet in staat. Corporate governance zal daarop snel een goed antwoord moeten bedenken, want de anti-bedrijfslobby's hebben de laatste jaren net iets te veel munitie gekregen door het bekendmaken van megasalarissen en megabonussen. MARC BUELENSMarc Buelens is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick School voor Management.