Eind januari 2006 zal de Amerikaanse centrale bank (Federale Reserve Board, kortweg Fed) afscheid nemen van zijn voorzitter Alan Greenspan. Die staat al sinds juli 1987 aan het hoofd van de Fed en komt bijgevolg maar enkele maanden te kort om het duurrecord van William McChesney Martin Jr. te breken. Die laatste leidde de Amerikaanse centrale bank van april 1951 tot en met januari 1970.
...

Eind januari 2006 zal de Amerikaanse centrale bank (Federale Reserve Board, kortweg Fed) afscheid nemen van zijn voorzitter Alan Greenspan. Die staat al sinds juli 1987 aan het hoofd van de Fed en komt bijgevolg maar enkele maanden te kort om het duurrecord van William McChesney Martin Jr. te breken. Die laatste leidde de Amerikaanse centrale bank van april 1951 tot en met januari 1970. Dat er de voorbije maanden druk is gespeculeerd over de opvolger van Greenspan, zal wel niemand verwonderen. Meestal hoor je de volgende drie namen: Glenn Hubbard, Martin Feldstein en Ben Bernanke. Glenn Hubbard is vandaag de decaan van de business-school van Columbia University. Tijdens de eerste ambtstermijn van George W. Bush fungeerde hij een tijdje als voorzitter van diens Council of Economic Advisers (CEA). Martin Feldstein staat aan het hoofd van het National Bureau of Economic Research, doceert aan Harvard University en wordt algemeen gezien als dé economische goeroe binnen de Republikeinse Partij. Ben Bernanke ten slotte doceert aan Princeton University en staat bij beleidsmakers in zeer hoog aanzien. Zo werd hij in augustus 2002 gevraagd om toe te treden tot het directiecomité van de Fed in Washington. Tot voor enkele dagen was het onduidelijk wie van deze drie kandidaten zich de meeste kansen mocht toe-eigenen. De onzekerheid was zo groot dat steeds meer het gerucht weerklonk dat er wel eens een vierde hond met het been zou gaan lopen. Tegen de kandidatuur van Hubbard en Feldstein speelde dat geen van beiden gespecialiseerd is in monetaire politiek. Bovendien beschikken ze niet over concrete ervaring binnen de financiële wereld. Glenn Hubbard had trouwens ook niet echt indruk gemaakt tijdens zijn periode als CEA-topman. En de 65-jarige Feldstein heeft zijn leeftijd tegen. De elementen die in het nadeel spelen van Hubbard en Feldstein zijn niet of nauwelijks aan de orde voor Bernanke. Bovendien maakte Bernanke tijdens tweeënhalf jaar als Fed-directeur indruk, zowel binnen als buiten de Amerikaanse centrale bank. Vooral Bernankes analyses over de deflatie, de lopende rekening van de betalingsbalans en de productiviteit zinderden na. Bernanke koppelt een superbe kennis van het macro-economische gebeuren aan een groot inzicht in de complexiteit van de besluitvorming, zo eigen aan moderne economieën. Zijn boek Macroeconomics, dat hij samen met Andrew Abel van de University of Pennsylvania schreef, toont aan hoe Bernanke het beste uit de klassieke, keyne- siaanse en monetaristische tradities weet te combineren tot een coherente visie op de economie. Binnen de Fed slaagde Ben Bernanke waar zijn Princeton-collega Alan Blinder mislukte. Blinder werd medio 1994 binnen het directiecomité van de Fed benoemd door de toenmalige president Bill Clinton en stootte al na enkele maanden door naar de stoel van vice-voorzitter. Alan Blinder profileerde zich al snel als een ernstig kandidaat voor de opvolging van Alan Greenspan. Maar Blinder slaagde er niet in uit de schaduw van zijn voornaamgenoot te treden en verliet begin 1996 zwaar gedesillusioneerd (en vernederd door Greenspan) de Fed. Bernanke kon wél uit de schaduw van Greenspan komen en zich profileren als een drijvende intellectuele kracht achter de beleidsfilosofie van de Fed. Nuttig daarbij was ongetwijfeld dat Bernanke zowel qua persoonlijkheid als met zijn economisch-monetaire visie veel dichter bij Greenspan aanleunde dan Blinder. Er was eigenlijk maar één element dat tot voor kort tegen Bernanke speelde. Nog nooit sinds de fundamentele hervorming van de Fed - in de jaren dertig van de vorige eeuw - kwam de Fed-voorzitter uit het kringetje van Fed-directeuren in Washington. Een regel waarmee in politiek Washington niet lichtzinnig wordt omgesprongen. Met de overstap naar het voorzitterschap van de CEA in het Witte Huis is nu ook dat laatste euvel verholpen. Het enige wat Ben Bernanke nog kan beletten om op 1 februari 2006 in de voetsporen van Alan Greenspan te treden, is een hoog oplopende onenigheid de komende maanden met president George Bush en/of diens onmiddellijke omgeving. Johan Van Overtveldt n De auteur is directeur van de denktank VKW Metena. Johan Van Overtveldt