De stelling dat economie de gedragswetenschap bij uitstek is, is vandaag de dag in. En het heeft de Britse econoom Tim Harford geen windeieren gelegd. Zijn jongste boek, Waarom we doen wat we doen, is een internationale bestseller. Harford probeert de regels van menselijk gedrag te begrijpen en koppelt die aan economische inzichten. Economie gaat immers over hoe wij onze behoeften bevredigen en welke keuzes we daarbij maken. Wat we doen in het leven is vaak het gevolg van een - wellicht onbewuste - inschatting van een risico of van de afweging van voordelen en nadelen. Harford laat zien dat we zelfs bij emotionele onderwerpen zoals relatie...

De stelling dat economie de gedragswetenschap bij uitstek is, is vandaag de dag in. En het heeft de Britse econoom Tim Harford geen windeieren gelegd. Zijn jongste boek, Waarom we doen wat we doen, is een internationale bestseller. Harford probeert de regels van menselijk gedrag te begrijpen en koppelt die aan economische inzichten. Economie gaat immers over hoe wij onze behoeften bevredigen en welke keuzes we daarbij maken. Wat we doen in het leven is vaak het gevolg van een - wellicht onbewuste - inschatting van een risico of van de afweging van voordelen en nadelen. Harford laat zien dat we zelfs bij emotionele onderwerpen zoals relatieproblemen en seksuele voorkeuren een logische beslissing nemen. Een voorbeeld. In Sex and the City verwondert het hoofdpersonage er zich over dat het moeilijk is om een man te vinden die zich wil binden. Volgens Harford is dat normaal, want mannen zijn in New York in de minderheid en dat zorgt ervoor dat ze op de huwelijksmarkt een bevoorrechte positie innemen en die positie proberen uit te buiten. Het gaat zelfs verder: een proportioneel groot deel van de zwarte Amerikaanse bevolking zit in de gevangenis en is dus niet beschikbaar op de huwelijksmarkt. Gevolg: de zwarte mannen die zich op de huwelijksmarkt begeven, hebben keuze te over en zullen zich niet snel binden. Dat verklaart volgens Harford tegelijk waarom zwarte vrouwen langer naar school gaan. Ze hebben daardoor meer kans op een hoger inkomen en kunnen zo gemakkelijker goed voor zichzelf en voor hun kinderen zorgen. Het boek bulkt van zo'n voorbeelden en maakt het daardoor vlot leesbaar. Bovendien onderbouwt Harford de stellingen met studies, analyses en cijfers. Af en toe denkt de lezer dat Harford zijn stelling niet zal kunnen bewijzen en bij elk hoofdstuk wordt de uitdaging groter, maar bij elke benadering lijkt de theorie te kloppen. Zo stelt Harford dat de hoge salarissen van CEO's geen negatief effect hebben en dat werknemers er zelfs harder door werken. Meer nog, de Britse econoom beweert dat het verkeerd is te denken dat mensen harder werken als ze meer betaald krijgen. Dat blijkt uit onderzoek waarbij economen mensen aanwerven, de helft het afgesproken salaris betalen en de helft een veel hoger salaris. Mensen met het hogere inkomen werkten bij de start harder, maar vervielen na anderhalf uur al snel terug op hun gewone productiviteit. Volgens Harford heeft het dus weinig zin om mensen een hoog salaris uit te betalen Anders is het gesteld met het salaris van de CEO. Een royale vergoeding kan geen kwaad, want mensen zullen zich inzetten om promotie te maken en op termijn ook kans te maken op een supersalaris. Onderzoek toont volgens Harford aan dat mensen veel gelukkiger zijn in werkomgevingen waarin de baas een hoog loon heeft omdat het betekent dat er voor hen ook groeiperspectieven zijn. Toplonen motiveren de CEO niet, wel de mensen onder hem. Wie denkt dat zo'n paradoxen onbewijsbaar zijn, moet Waarom we denken wat we doen zeker lezen. Volledig nieuw kunnen we de aanpak van Harford niet noemen. Economische theorieën gebruiken om op het eerste gezicht oneconomische feiten te verklaren, is al vroeger de sleutel tot bestsellers geweest. Denken we maar aan het in 2005 verschenen Freakonomics van Steven Levitt en Stephen Dubner. (T) TIM HARFORD, WAAROM WE DOEN WAT WE DOEN. DE LOGICA VAN ONS GEDRAG, BUSINESS CONTACT, 2008, 256 BLZ, 24,95 EURO Alain Mouton