Joseph Hellers Catch 22 is een van die meesterwerken waarvan velen de plot denken te kennen, zonder dat ze het boek hebben gelezen. Heller schetst de situatie van John Yossarian, een 28-jarige luchtmachtkapitein in het 256ste eskader van de US Air Force. Hij is tijdens de Tweede Wereldoorlog gestationeerd op het Italiaanse eilandje Pianosa, en moet voortdurend zijn leven wagen aan boord van een B-25 Mitchell-bommenwerper.
...

Joseph Hellers Catch 22 is een van die meesterwerken waarvan velen de plot denken te kennen, zonder dat ze het boek hebben gelezen. Heller schetst de situatie van John Yossarian, een 28-jarige luchtmachtkapitein in het 256ste eskader van de US Air Force. Hij is tijdens de Tweede Wereldoorlog gestationeerd op het Italiaanse eilandje Pianosa, en moet voortdurend zijn leven wagen aan boord van een B-25 Mitchell-bommenwerper. Yossarian wil onder die gevaarlijke gevechtsmissies uitkomen door zich krankzinnig te laten verklaren. Maar dat is gerekend buiten de arts van dienst, Doc Daneeka. Hij vindt het bijzonder verstandig van Yossarian dat hij zo aan een gewisse dood probeert te ontsnappen. Hij acht daarmee bewezen dat Yossarian niet krankzinnig, maar juist heel scherpzinnig is. Yossarian wordt gezond verklaard, met als gevolg dat hij riskante missies moet blijven vliegen. Voordat u zich suf piekert: de 22 heeft geen betekenis. Heller koos dat getal omdat het goed klonk. Maar Catch 22 is wel een concept geworden. Het verwijst naar een situatie waarin iemand twee dingen moet doen die wederzijds afhankelijk zijn. Om de ene actie te kunnen ondernemen, moet de andere eerst zijn voltooid, en omgekeerd. Een mooi voorbeeld van een catch 22 zien we op de arbeidsmarkt. Jongeren zonder werkervaring kunnen moeilijk een baan krijgen, maar zonder een baan kunnen ze geen werkervaring opdoen. Het gevolg is dat die talenten gefrustreerd raken. Ze hebben werkervaring nodig, maar die kunnen ze niet opbouwen op de schoolbanken-- alle meeloopstages, bedrijfsprojecten en studentenjobs ten spijt. Dat is toch van alle tijden, denkt u misschien. Dat klopt. Maar wat me zorgen baart, is dat jongeren steeds vaker in die catchgreep terechtkomen. Werkgevers hechten almaar meer belang aan werkervaring. In het vorige decennium bevatte minder dan 40 procent van de openstaande VDAB-vacatures een ervaringsvereiste, nu geldt dat voor meer dan 60 procent van de vacatures. Ondanks oplopende knelpunten en nijpende krapte zijn we dus alleen maar strenger geworden ten aanzien van onervarenheid. Het is een begrijpelijke evolutie in een economie die snakt naar zuurstof en die in de greep van hoge loonkosten zit. Maar dat begrip voor de situatie mag niet leiden tot een vergoelijking van het probleem. Die toenemende klemtoon op werkervaring en de verscherping van de paradox die daarmee gepaard gaat, zien we in meerdere landen opduiken. In de Verenigde Staten is een toenemend aantal jongeren bereid te betalen om een onbetaalde stage te lopen in een bedrijf, om ervaring op te bouwen en attractiever te worden voor werkgevers. Rondom dat fenomeen is zelfs een heuse markt ontstaan. De voorbeelden van werkgevers die voor stageplaatsen enkel nog kandidaten aanvaarden die al ervaring hebben opgedaan in eerdere internships, zijn legio. Catch 22 in het kwadraat. Werkervaring op zich is overigens niet voldoende, blijkt uit recent onderzoek bij werklozen die zich proberen te heroriënteren naar meer kansrijke segmenten van de arbeidsmarkt. Het moet om relevante werkervaring gaan. Die relevantie leiden we zonder al te veel zin voor nuance en openheid af uit de rechtlijnigheid van het cv en het trackrecord. We waarderen enkel wat in lijn ligt van wat we zoeken. We willen enkel kandidaten die eerder al hebben gedaan wat ze bij ons moeten doen, die precies die studies hebben gevolgd die we als de meest logische opstap naar onze functies zien. We negeren wat afwijkt van het standaardtraject. Van werkzoekenden die afwijken van dat rechtlijnige pad denken we nogal snel dat ze zomaar wat aanmodderen, zonder verder plan voor hun loopbaan. Misschien moeten we wat meer leren te geloven in de kracht van onervarenheid, in het voordeel van het onbeschreven blad, in de creativiteit die uitgaat van de wat naïeve starter. Dat is de bijdrage die we allemaal kunnen leveren in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid. Want de dag dat een jongere het onderwijs verlaat, moet een dag van gezonde spanning en opwinding zijn, niet een dag van verlammende onzekerheid. De auteur is publicist en voorzitter van VFB. LUC SELSOndanks oplopende knelpunten en nijpende krapte zijn we alleen maar strenger geworden ten aanzien van onervarenheid.